Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit

30 september 2005 - nr.25
Samenvatting

Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit

 

 

 

Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en gelijkheid in hun sociale en economische positie, inclusief rechten, taken en verplichtingen, zijn wereldwijd nog niet bereikt. Donoren en ontwikkelingslanden hebben zich door ondertekening en ratificatie van internationale verdragen en accordering van andere internationaal-rechtelijke verdragen wel verplicht ernaar te streven. Tegelijkertijd wordt steeds duidelijker dat economische groei en ontwikkeling zonder gendergelijkheid moeilijk haalbaar is.

Het besef van de waarde en de noodzaak van de integratie van gendergelijkheid is tussen 1975 en 2001 sterk toegenomen. De wereld veranderde, het genderbeleid veranderde mee en heeft door de versterking van de positie van vrouwen invloed gehad op die veranderingen. Het is, zeker in Nederland, een flexibel, dynamisch proces geweest waarin aanvankelijk de externe beleidsuitvoering en noodzakerlijkerwijze later de interne organisatie aandacht kreeg.

Nu het ministerie van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking nieuwe beleidsthema’s aansnijdt en voor de beleidsuitvoering nieuwe processen in gang zet, ontstaat het moment om gendergelijkheid duurzaam te integreren. Vooruitgang hierbij is echter onmogelijk zonder veranderingen in de organisatie van het ministerie. In dit advies doet de AIV aanbevelingen om gendergelijkheid zowel in de uitvoering van het externe buitenlands beleid als in de interne organisatie van het departement effectief te integreren.

De AIV hanteert in dit verband de definitie van de Raad van Europa en adviseert de minister deze ook te volgen: ‘De integratie van gender is het (re)organiseren, verbeteren, ontwikkelen en evalueren van beleidsprocessen zodanig dat de actoren die doorgaans het betreffende beleid vormgeven een genderperspectief inbouwen in al het beleid’.

De beste strategie voor integratie is volgens de AIV het samenbrengen van het algemene beleid en het genderbeleid. Dat is een wederzijds verplichtend proces en vergt aandacht voor:

  • transparantie van het proces en het doel van de integratie van gendergelijkheid;
  • persoonlijke betrokkenheid; het verantwoordelijkheid geven en verantwoording vragen;
  • thematische deskundigheid en afstemming, zowel in een genderunit als gedecentraliseerd;
  • capaciteitsopbouw en draagvlak in partnerlanden, evenals een goede donorcoördinatie.

Interne integratie gendergelijkheid
Een en ander heeft geleid tot de volgende aanbevelingen van de AIV voor de integratie van gendergelijkheid binnen de organisatie van het departement.

De politieke en ambtelijke leiding is verantwoordelijk voor het integratieproces van gendergelijkheid. Het proces heeft doorlopende steun en aansturing nodig. De AIV beveelt daarom aan een gendercoördinator aan te stellen op een zo hoog mogelijk ambtelijk en politiek niveau. Deze functionaris moet zich bezig gaan houden met de coördinatie en het monitoren van gendergelijkheid in de uitvoering van het buitenlands beleid.

Leiding en medewerkers moeten meer worden betrokken bij het genderbeleid. Dit kan onder meer worden gestimuleerd door de bevordering van deskundigheid. Tevens moeten medewerkers en leidinggevenden vaststellen waar en hoe gendergelijkheid in hun beleidsterrein past. Voor de integratie van gendergelijkheid in de betreffende beleidsonderdelen draagt men vervolgens verantwoordelijkheid en moet men ook verantwoording afleggen.

Affiniteit met en kennis van het onderwerp moeten zwaarder gaan wegen bij rekrutering en overplaatsing van ambtenaren. De AIV adviseert hiervoor regelmatig bijscholing en trainingen te organiseren, genderaspecten te integreren in managementtrainingen en overplaatsingstrajecten, en gendergerichtheid op te nemen in de beoordeling van medewerkers.

Tevens beveelt de AIV aan om niet alleen in de ‘19+3-landen’ maar ook in relevante themalanden een gendercoördinator op de ambassade aan te stellen: dit dient waar mogelijk een lokale deskundige te zijn.

Tenslotte adviseert de AIV voor een effectieve integratie binnen de organisatie van het ministerie aandacht te besteden aan gendergelijkheid in de nieuwe jaarplancyclus. Tevens verdient het aanbeveling gendergelijkheid expliciet aan de orde te stellen in de discussies op de posten rond de integratie van armoedebestrijding. Hiervoor kan de in juni 2001 uitgebrachte notitie over de relatie tussen armoede en gendergelijkheid als achtergronddocument dienen.

Het analysekader in bijlage II van dit advies kan gebruikt worden als kwalitatief meetinstrument voor gendergerichtheid van organisaties.

Externe integratie gendergelijkheid
Wat betreft de externe integratie van gendergelijkheid in de uitvoering van het beleid is de AIV tot de volgende conclusies gekomen.

De AIV pleit ervoor dat donoren hun beleid, middelen en procedures ten aanzien van de bevordering van gendergelijkheid beter op elkaar en op partnerlanden afstemmen. Zo kunnen ze hun diversiteit gerichter gebruiken en in multilaterale organen hun standpunten meer kracht bijzetten. Een dergelijke coördinatie vindt reeds plaats op ambassadeniveau in partnerlanden en in de Working Party on Gender van de DAC-OESO.

Bij het overleg met de partnerlanden kan een spanningsveld ontstaan. Enerzijds kunnen donoren hun visie niet meer aan partnerlanden opleggen, anderzijds heeft Nederland wel degelijk prioriteiten, zoals armoedebestrijding en gendergelijkheid. In een door Nederland gefinancierd onderzoek van de DAC wordt dit probleem ook door andere donoren gesignaleerd. De AIV adviseert dit onderzoek onder de aandacht van de partnerlanden en andere donoren te brengen.

De AIV signaleert nieuwe inhoudelijke thema’s in het buitenlands beleid die zich lenen voor integratie van een genderperspectief.

Wat betreft duurzame armoedebestrijding beveelt de AIV aan het stimuleren van het gebruik van ‘genderbudgettering’ bij de opstelling van de nationale begrotingen. Hiermee kunnen de effecten van de begroting op de ontwikkeling van mannen en vrouwen worden gemeten. Tevens raadt de AIV aan dat Nederland tijdens internationale conferenties en in de beleidsdialogen met partnerlanden consequent aandacht moet vragen voor de positie van vrouwen in en de rol van vrouwen bij de opstelling van PRSP’s.

Met het oog op vredesopbouw en conflictpreventie beveelt de AIV aan (gender)deskundigen van het departement van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking en van het departement van Defensie te betrekken bij een coherente uitvoering van Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad. Hierin wordt benadrukt dat vrouwen tijdens gewapende conflicten meer bescherming nodig hebben en betrokken moeten worden bij het oplossen van die conflicten.

Tenslotte raadt de AIV aan expliciet steun te geven aan gendergerichte initiatieven op het terrein van goed bestuur, en om gendergelijkheid in het mensenrechtenbeleid als essentieel element te beschouwen, in het bijzonder met het oog op de bestrijding van vrouwenhandel.

Adviesaanvraag

Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit

 

 

 

Aan de Voorzitter van de Adviesraad
Internationale Vraagstukken
Prof. Drs. R.F.M. Lubbers
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Betreft: Adviesaanvraag integratie genderbeleid in het ontwikkelingsbeleid

Beste Ruud,

In vervolg op een door mij in het algemeen overleg met de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de commissie voor de Rijksuitgaven op 15 juni 1999 gedane toezegging verzoek ik u hierbij te adviseren over integratie van genderbeleid in het ontwikkelingsbeleid. Te uwer informatie teken ik daarbij het volgende aan.

Met het Nederlandse genderbeleid wordt beoogd de specifieke behoeften, belangen en potenties van vrouwen in hulpontvangende landen op zodanige wijze te integreren in de hoofdstroom van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid dat:

  • de gelijkwaardigheid (kwalitatief en kwantitatief) tussen mannen en vrouwen in de hulpontvangende landen bevorderd wordt en het zelfbeschikkingsrecht (de autonomie) van voruwen verbetert;
  • de efficientie en de duurzaamheid van de ontwikkelingsactiviteiten worden verhoogd;
  • door de inbreng van vrouwen in de hoofdstroom deze zelf verandert (sociale en economische transformatie) zodat het uiteindelijk doel van de opbouw van een rechtvaardige, democratische, veilige en vreedzame monfiale smaneleving benaderd wordt.

 

Om dit doel te bereiken worden activiteiten ondersteund die bijdragen aan:

  • de 'empowerment' van vrouwen. Directe steun aan de vrouwenbeweging en steun aan ontwikkeling van genderbeleid in de hulpontvangende landen staan hierbij centraal;
  • integratie van genderbeleid in de hoofdstroom van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.

 

De integratie van genderbeleid in de hoofdstroom van ontwikkelingssamenwerking heeft plaats:

  • in de bilaterale samenwerking; via macrosteun (financieel en planmatig); in de sectorale benadering; in de beleidsomgeving waarbij steun aan de ontwikkeling van nationaal genderbeleid; nationale instituties op dit terrein en steun aan verbetering van de deskundigheid en capaciteit van de nationale vrouwenbeweging centraal staan.
  • in multilaterale samenwerking (VN, Wereldbank, Regionale Instellingen) waarbij de operationalisering van de uitkomsten van de internationale conferenties (Beijing '95, Cairo '94, Kopenhagen '94, de ILO conventie 1993, Wenen '93 en CEDAW '82) centraal staat.

Bij de uitvoering is de inzet van een speciaal fonds (het Vrouwenfonds) en genderdeskundigheid op Ambassades in multilaterale organisaties (OVSE, DG-8, EU enz.) essentieel gebleken, zo is ook de bevinding van IOB bij de recente evaluatie van het beleid Vrouwen en Ontwikkeling in 1998.

 

Zoals aangegeven in mijn reactie aan de Tweede Kamer op de IOB evaluatie Vrouwen en Ontwikkeling, Beleid en Uitvoering in Nederlands Ontwikkelingssamenwerking, 1985-1996, zijn voor het integreren van genderbeleid in de hoofdstroom van de ontwikkelingssamenwerking nog steeds addtionnele inspanningen noodzakelijk.

In het conceptrapport 'Reviews of Progress in the Implementation of the DAC High Level Policy Statement "Gender Equality: Moving Towards Sustainable, People Centred Development' van november 1999 wordt gewezen op knelpunten in 'gender mainstreaming' door donoren , met name gebrek aan menskracht; houdingen en gebrek aan comittering van de leiding; budgettaire knelpunten en het ontbreken van systematische monitoring en evaluatieprocedures en van goede indicatoren die nodig zijn voor het afleggen van rekenschap en het meten van voortgang.

De volgende specifieke vragen komen hier uit voort:

  • is het Nederlandse 'gender mainstreaming' concept adequaat?
  • is de gekozen benadering en aanpak voor het integreren van genderbeleid voldoende strategisch en duurzaam?
  • wordt in voldoende mate door de hoofdstroom rekenschap over uitvoering van genderbeleid afgelegd?
  • in welke mate zijn de door de DAC gesignaleerde knelpunten aanwezig in het Nederlandse beleid?
  • wordt involdoende mate afgestemd met multilaterale (m.n. Wereldbank, VN en EU) en bilaterale partners op dit terrein?
  • op basis van uw bevindingen de vraag hoe u denkt dat integratie of 'mainstreaming' van genderbeleid kan worden bevorderd?

 

Ik zie uw advies over de vraag op welke wijze de integratie van genderbeleid in het ontwikkelingsbeleid kan worden verbeterd met belangstelling tegemoet.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

(getekend)

Eveline Herfkens

Regeringsreacties

Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit

 

 

 

Adviesraad Internationale Vraagstukken
Mr. F. Korthals Altes
Postbus 200612500 EB Den Haag

Bureau Secretaris-Generaal
Parlementaire Informatie Dienst
Bezuidenhoutseweg 672594 AC Den Haag

Datum maart 2002
Auteur Marisia Pechaczek

Betreft AIV Advies "Integratie van gendergelijkheid, een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit

 

Zeer geachte Voorzitter,

Met belangstelling hebben wij kennis genomen van het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) getiteld "Integratie van gendergelijkheid, een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit". Het advies maakt op inzichtelijke wijze gebruik van de meest recente ontwikkelingen op het terrein van emancipatievraagstukken en de integratie van gendergelijkheid in het algemene beleid van dit Ministerie. Het advies integreert voorts op strategische wijze de vijf voorwaarden uit het 'Kabinetsstandpunt Gendermainstreaming; een strategie voor kwaliteitsverbetering'. In dit licht zijn uw adviezen niet baanbrekend, maar zeker uitvoerbaar op de korte en middellange termijn.

Conform de adviesaanvraag gaat uw advies voornamelijk in op organisatieaspecten, zoals de mate waarin het Ministerie van Buitenlandse Zaken is toegerust om gendergelijkheid in alle aspecten van het buitenlands beleid te verankeren. Minder aandacht is besteed aan de inhoud en uitvoering van het genderbeleid zelf. Voor de leden van de subcommissies, die aan dit advies hebben bijgedragen betekende dit een andere manier van werken en denken over de structuur en organisatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Wij waarderen de flexibiliteit en creativiteit die de leden hierbij aan de dag hebben gelegd.

Wij delen uw voorkeur voor de korte omschrijving van het begrip 'gendermainstreaming' van de Raad van Europa. Deze beschrijft de noodzaak tot het verbeteren van werkprocessen zodat deze voldoende bijdragen aan het bereiken van gendergelijkheid in beleid. De beleidsmedewerkers en hun superieuren zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor de duurzame verankering van gendergelijkheid in het beleid. Idealiter zou beleid vanaf het moment van conceptie moeten worden getoetst op positieve en negatieve effecten op de positie van mannen en vrouwen. Tevens stelt het advies dat daarmee beleidswijzigingen in het algemene beleid van het Ministerie kunnen ontstaan die de kwaliteit ten goede komen.

Wij delen uw mening dat er op dit moment nog niet altijd sprake is van het systematisch samenbrengen van genderbeleid en algemeen buitenlandbeleid als wederzijds verplichtend proces, waarbij voldoende gelegenheid is voor aanpassing van het algemene beleid ten behoeve van relevante genderverschillen. Tegelijkertijd merken wij op dat de laatste paar jaren goede vorderingen zijn gemaakt op de door u genoemde beleidsterreinen duurzame armoedevermindering en PRSP's, mensenrechten en goed bestuur, macroeconomie en genderbudgettering alsmede vrede, veiligheid en stabiliteit. Beleidsmedewerkers en genderexperts werken op deze terreinen nauw samen, waardoor er sprake is van de door u bepleite wederzijdse beïnvloeding en bijstelling van beleid. Dit geldt zowel voor het departement als de posten. Als voorbeeld moge dienen de door u genoemde Veiligheidsraadresolutie 1325 over Vrouwen, Vrede en Veiligheid. Op dit moment stelt dit Ministerie onder leiding van de Directie Veiligheidsbeleid samen met het Ministerie van Defensie een inventarisatie op van de uitvoering daarvan door Nederland. Aan de door u genoemde integratie van gender in het nieuwe armoedebestrijdingsbeleid wordt prioriteit gegeven. De betrokken afdelingen werken reeds nauw samen en zullen dat in de toekomst blijven doen. Ook de samenwerking binnen onze dienstonderdelen en met counterparts buiten het ministerie teneinde Afghaanse vrouwen te betrekken bij de wederopbouw van hun land is een goed voorbeeld. In aansluiting op uw advies over bestrijding van vrouwenhandel kunnen wij melden dat de veelheid van activiteiten die sinds begin jaren negentig op dit gebied met name in Zuidoost Azië zijn ontplooid binnenkort zal worden onderworpen aan een impactanalyse. Op basis daarvan kunnen nieuwe initiatieven worden ontplooid. Ook wordt nauw samengewerkt met de Nationale Rapporteur Mensenhandel.

Het kan en moet natuurlijk altijd nog beter en effectiever. Daaraan willen wij voortvarend werken. Zo geeft uw advies goede aanknopingspunten voor het opstellen van een gendermainstreambeleid voor dit ministerie. Mede op basis van de recente rapportage van dit Ministerie aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitvoering van het Kabinetsbeleid Gendermainstreaming zullen de doelstellingen en resultaten van dit beleid binnenkort verder worden beschreven in een Plan van Aanpak dat op hoog ambtelijk niveau zal worden vastgelegd. Daarbij zal rekening worden gehouden met nieuwe inzichten over organisatie-en expertiseversterking (skill mix), de integratie van gender in de Memorie van Toelichting en de jaarplancyclus en kennisvergroting bij medewerkers.

Het advies gaat voorts in op het belang van persoonlijke betrokkenheid, waarbij het geven en vragen van verantwoordelijkheid wordt benadrukt. Dit aspect achten wij van groot belang omdat dit past in de huidige resultaatgerichte werkwijze van de overheid. U verbindt daaraan voorstellen voor gendertraining en bijscholing, toetsen van genderkennis en -affiniteit bij de werving en selectie van nieuwe medewerk(st)ers en bij beoordelingen, alsmede de integratie van genderaspecten in managementtrainingen en overplaatsingstrajecten. Hieraan wordt thans reeds volop gewerkt. Gender is blijvend geïntegreerd in de Leergang voor Startende Beleidsmedewerkers en de nieuwe OS-cursussen voor medewerkers van posten en het departement waarbij een nauwe relatie wordt gelegd tussen armoedebestrijding en gendergelijkheid. Dit zal ongetwijfeld de door u bepleite discussie hierover op de posten ten goede komen. De afdeling Werving en Selectie is geadviseerd over de toetsing van kennis en vaardigheden ten behoeve van genderintegratie en binnenkort zal met de Hoofddirectie Personeel en Organisatie worden overlegd over het opnemen van genderindicatoren in het nieuwe beoordelingssysteem.

In uw advies bepleit u de benoeming van een gendercoördinator op zo hoog mogelijk ambtelijk en politiek niveau. Wij kunnen u melden dat in het voorjaar van 2001 de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal reeds is benoemd tot gendercoördinator voor het algemene beleid van het ministerie. Hij heeft in deze hoedanigheid zitting in de stuurgroep van de Interdepartementale Coördinatiecommissie voor Emancipatiezaken onder leiding van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit illustreert het belang dat we hechten aan zichtbare betrokkenheid op het niveau van de departementsleiding.

Hiermee komen we op uw constatering dat gespecialiseerde genderdeskundigheid, zowel op het departement als op de posten, noodzakelijk blijft voor het succesvol samenbrengen van het algemene buitenlandbeleid en het genderbeleid. Wij zijn voornemens de thans beschikbare genderdeskundigheid te handhaven met de kanttekening dat in het kader van de huidige OS- beleid ook aan themadeskundigen gender nieuwe eisen worden gesteld ten aanzien van kennis en vaardigheden op het gebied van goed bestuur, macroeconomie, armoedebestrijding, institutionele ontwikkeling. Ook moeten zij over vaardigheden beschikken zoals netwerken, adviseren, samenwerken en het voeren van een beleidsdialoog op regeringsniveau met partnerlanden. Behalve de themadeskundigen gender dienen ook de andere beleidsmedewerkers op een post over minder diepgaande, maar wel relevante genderkennis te beschikken. Chefs de Poste en hoofden OS zullen dit opnemen in hun coaching, begeleiding en beoordeling van deze medewerkers. Op enkele van de 19+3 posten zijn de uitgezonden eerste ambassadesecretarissen vervangen door lokale experts. Deze vervanging ging vaak, maar niet altijd, gepaard met kennisvergroting over gendergelijkheid bij de andere collega's op de post. Het is van belang dit door middel van de eerdergenoemde cursussen te waarborgen omdat op deze wijze de verantwoordelijkheid voor gendermainstreaming breder in de organisatie wordt gedragen. Over de door u bepleite aanstelling van lokale genderdeskundigen in themalanden zullen wij ons nader beraden. Dit moet van geval tot geval worden bezien. In een aantal themalanden is overigens al een uitgezonden of lokale medewerker belast met gendertaken.

Wij waarderen in het bijzonder uw advies over het belang van donorcoördinatie, inclusief de financiële en multilaterale instellingen en over het dilemma van ownership versus het bepleiten door donoren van aandacht voor gendergelijkheid in de partnerlanden. We constateren met u dat donorcoördinatie essentieel is voor resultaatgerichte gendermainstreaming, omdat de donoren op verschillende wijze vorm hebben gegeven aan de verplichtingen uit het Beijing Platform for Action en eerdere afspraken uit VN Wereld Vrouwenconferenties. Daarom is Nederland sinds een jaar vice voorzitter van de DAC expertgroep voor gender (WP Gen). Partnerlanden geven op uiteenlopende wijze vorm aan de afspraken over het recht op zelfbeschikking van vrouwen en het vergroten van hun deelname aan ontwikkelingsprocessen. Niet in alle gevallen wordt zichtbaar gestreefd naar duurzame integratie van gendergelijkheid in het beleid van deze landen. Ownership, gekoppeld aan partnership, maakt het in toenemende mate mogelijk dat donoren hun eigen visie vervangen door een zakelijke dialoog en het gezamenlijk bepalen van noodzakelijke initiatieven om gendergelijkheid in PRSP's en sectorale programma' te integreren. Een voorwaarde is dat de donoren insisteren op de betrokkenheid van en samenwerking met lokale vrouwen en hun organisaties. Anders dreigt hun stem verloren te raken. Voor Nederland biedt het Vrouwenfonds hiervoor uitstekende mogelijkheden.

De ruime periode die ligt tussen de adviesaanvraag die dateert uit maart 2001 en het uitbrengen van het advies in januari 2002 is in velerlei opzichten ten goede gekomen aan de relevantie van uw adviezen. Als belangrijkste potentieel voor verdere ontwikkeling van beleid over gendermainstreaming voor zowel de rijksbrede als de departementale doelstellingen en uitvoeringsmodaliteiten, zien wij in het in juni 2001 uitgebrachte Kabinetsstandpunt Gendermainstreaming; een strategie voor kwaliteitsbewaking. De verplichtingen die het Kabinet heeft aangegaan worden in het advies op handzame wijze bijeengebracht. Dit biedt ons nieuwe impulsen voor de departementale uitwerking van verdere initiatieven en nieuwe uitdagingen op het terrein van duurzame integratie van gendergelijkheid.

 

De Minister van
Buitenlandse Zaken

 

De Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking

Persberichten

Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit

 

 

 

Persbericht Adviesraad Internationale Vraagstukken
(28-01-2002)

Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit.

Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen moet beter in het denken en doen van mensen verankerd worden. Dat betekent niet alleen dat vrouwen betrokken moeten worden bij het oplossen van conflictsituaties en wederopbouw van hun land, zoals minister Herfkens bij de hulp aan Afghanistan bepleitte. Ook binnen het ministerie van Buitenlandse Zaken moet gendergelijkheid een grotere rol spelen in het inzicht, de betrokkenheid en het handelen van medewerkers en management. Hiervoor levert de AIV in zijn 25e advies 'Integratie van gendergelijkheid: een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit' een strategie en een vragenlijst, die ook te gebruiken zijn door andere ministeries en (internationale) organisaties.

Bij de besprekingen over financiële hulp aan Afghanistan bleken in januari 2002 de behoeften en potenties van vrouwen nog niet vanzelfsprekend op waarde te worden geschat. Terwijl de integratie van gendergelijkheid een verplichting is die door diverse verdragen aan de internationale gemeenschap gesteld wordt. De AIV is in zijn advies van oordeel dat het de hoogste tijd is de afspraken in praktijk te brengen. Meer en meer blijken economische groei en welzijn van een land zonder deelname van vrouwen aan de sociaal-economische en politieke ontwikkeling nauwelijks haalbaar. Ook hebben zich in het buitenlands beleid de afgelopen jaren veranderingen voorgedaan die een stevige basis voor integratie kunnen vormen, en tekenen zich in dat beleid voortdurend nieuwe thema's af. Voor voortgang op al deze punten is integratie van gendergelijkheid onontbeerlijk.

"De machine staat er wel, maar de olie ontbreekt om de integratie soepel te laten verlopen" aldus een lid van de Adviesraad. Om zo concreet mogelijke aanbevelingen te kunnen doen, onderscheidt de AIV de integratie van gendergelijkheid in de uitvoering van het beleid en in de organisatie van het department. Uit een historisch overzicht en een vergelijking met andere instellingen blijkt vervolgens dat het samenbrengen van het algemene beleid en het genderbeleid de meest duurzame en effectieve vorm van integratie oplevert. Deze strategie vergt transparantie, persoonlijke inzet, en thematische deskundigheid bij alle betrokkenen op het departement. Verantwoordelijkheid dragen en verantwoording vragen zijn hierbij sleutelbegrippen Ook de opbouw van capaciteit en draagvlak in partnerlanden en donorcoördinatie is belangrijk.

De integratie van gendergelijkheid in het beleid wint aan actualiteit.Ten eerste omdat in deze tijden van het ownership van partnerlanden over hun eigen ontwikkeling een spanningsveld kan ontstaan. Enerzijds kunnen donoren hun visie niet meer aan partnerlanden opleggen, anderzijds kent Nederland wel degelijk prioriteiten zoals armoedebestrijding en gendergelijkheid. In een door Nederland gefinancierd onderzoek pleiten vertegenwoordigers uit partnerlanden er juist voor om de ongelijke machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen wel op politiek niveau aan de orde te stellen. Gendergelijkheid is niet alleen een westers stokpaardje, maar een basis om de wensen van het partnerland te kunnen verwezenlijken en een probleem waar vrouwen dagelijks tegenaan lopen. De AIV adviseert dit onderzoek onder de aandacht van partnerlanden en andere donoren te brengen.
 In de tweede plaats signaleert de AIV nieuwe inhoudelijke thema's in het buitenlands beleid die zich lenen voor integratie van een genderperspectief. In de belangstelling staan op dit moment conflictoplossing, mensenhandel en armoedebestrijding. De AIV adviseert de Nederlandse regering bijvoorbeeld om tijdens de conferentie over 'Financing for Development' in Mexico aandacht te vragen voor de positie van vrouwen en de rol van vrouwen bij de opstelling van de nationale armoedebestrijdingsplannen. Ook het gebruik van genderbudgettering bij het opstellen van de begrotingen moet worden gestimuleerd. Over vredesopbouw en conflictpreventie adviseert de AIV om (gender)deskundigen te betrekken bij een coherente uitvoering van Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad. Hierin wordt benadrukt dat vrouwen tijdens gewapende conflicten meer bescherming nodig hebben en betrokken moeten worden bij het oplossen van conflicten. Men het oog op de bestrijding van vrouwenhandel raadt de AIV aan expliciet steun te geven aan gendergerichte initiatieven op het terrein van goed bestuur, en om gendergelijkheid in het mensenrechtenbeleid als essentieel element te beschouwen.
 De integratie van gendergelijkheid is bovenal een organisatorische uitdaging. Hoe kan worden bewerkstelligd dat gendergelijkheid een rol speelt in het inzicht, de betrokkenheid en het handelen van medewerkers en leidinggevenden op het department, de posten of bij andere instellingen? De AIV beveelt hiervoor aan genderaspecten te integreren in cursussen en managmenttrainingen, en kennis van het onderwerp zwaarder te laten wegen bij rekrutering, beoordeling en overplaatsing van ambtenaren. Ook dient een gendercoördinator op het hoogst mogelijke politieke en ambtelijke niveau in het ministerie te worden aangesteld. Hij of zij moet zich bezighouden met de coördinatie en effectiviteit van de bevordering van gendergelijkheid in het buitenlands beleid. Een coördinator 'interne emancipatie' voor genderrelevante zaken binnen het ministerie is al vanaf de herfst van 2001 werkzaam. De AIV heeft suggesties opgenomen in de vorm van een vragenlijst, die als kwalitatief meetinstrument voor de integratie van gendergelijkheid in een organisatie gebruikt kan worden.

 

Dit AIV-advies is voorbereid door een werkgroep van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking en de Commissie Mensenrechten. Inlichtingen bij de secretaris van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking: mw. drs. A. Nederlof, 070-3485990.