De invloed van cultuur en religie op ontwikkeling; stimulans of stagnatie?

4 oktober 2005 - nr.42
Samenvatting

Het blijkt van groot belang dat ontwikkelingsinterventies en beleid aansluiten bij de complexe en flexibele zingevingschema’s van de mensen in ontwikkelingslanden. Alleen door cultuur en religie van alle participanten mee te wegen kan motivatie en energie gemobiliseerd worden om duurzame ontwikkelingseffecten teweeg te brengen. Het effect van cultuur en religie op ontwikkeling is bij uitstek afhankelijk van de omstandigheden. Wel zijn er enkele punten waar bij interventies altijd aandacht aan besteed moet worden om de kans op succes te verhogen.

Context en lokale omstandigheden zijn in de wisselwerking tussen cultuur en religie enerzijds en ontwikkeling anderzijds van doorslaggevend belang om de ontwikkelingsinterventie tot een succes te maken. Wat in het ene geval positief uitwerkt heeft in een ander verband een verlammende invloed op ontwikkeling en omgekeerd. De AIV beveelt daarom aan op elk niveau van samenwerking allereerst stil te staan bij mogelijke verschillen in opvattingen, zienswijzen en belangen van alle participanten, en vervolgens bij de gemeenschappelijke waarden. De AIV adviseert voorafgaand aan de keuze voor concrete activiteiten een analyse uit te voeren van de relevante culturele oriëntaties. Omdat ‘inheemse’ kennis een belangrijke bron van informatie is voor de lokale situatie, moet deze bij de analyse worden betrokken.

Een dergelijk onderzoek moet mede met behulp van lokale deskundigen tot stand komen en besproken worden met vertegenwoordigers van allerlei culturele en sociale groeperingen uit het partnerland. Aansluiting en samenwerking moet worden gezocht bij maatschappelijke organisaties en ngo’s in Nederland en waar mogelijk in ontwikkelingslanden, die zich met het onderwerp bezighouden.

De AIV adviseert bij een analyse van de culturele context te betrekken:

  • de mate waarin de culturele of religieuze leiders openstaan voor dialoog;
  • de invloed en het gezag van het leiderschap;
  • de mate waarin het systeem of de organisatie de sociale cohesie bevordert;
  • de ruimte en de mogelijkheden die vrouwen krijgen.

Naarmate een ontwikkelingsinterventie directer invloed uitoefent op het dagelijks leven van mensen zal de dialoog intensiever moeten zijn. Hoewel bij macrohulp of schuldverlichting een dialoog over culturele en religieuze oriëntaties minder specifiek zal zijn dan bij een programma of interventie op lokaal of microniveau, blijft aandacht voor culturele verschillen noodzakelijk.

Wanneer essentiële uitgangspunten van donoren en partners niet met elkaar in overeenstemming te brengen zijn, komen de grenzen van de dialoog in zicht. De donor zal dan een afweging moeten maken tussen de voor- en nadelen van stoppen of doorgaan op een ander spoor. Dit kan om een meer actievere, zelfs activistische opstelling van de donor vragen. Bij de keuze voor het continueren van een open dialoog met andersdenkenden moet in ieder geval zoveel mogelijk helderheid worden nagestreefd in de terminologie die wordt gebruikt, en behoort rekenschap te worden afgelegd.

De AIV adviseert de grenzen van de dialoog niet uit het oog te verliezen. Dat kan zich voordoen wanneer de uitgangspunten die in internationale mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd veronachtzaamd worden, of wanneer geen enkele intentie bij de partner aanwezig lijkt om aan andere westerse (voor)waarden voor vruchtbare samenwerking te voldoen. In dat geval adviseert de AIV een actieve opstelling in die zin dat gezocht moet worden naar actoren die de gewenste uitkomst wel nastreven. Zij moeten waar mogelijk en verantwoord gesteund worden. Veel valt ook te bereiken met steun aan voorwaardenscheppend, flankerend beleid.

De AIV ziet niet alleen mogelijkheden in ontwikkelingslanden om de analyse van de culturele en religieuze situatie en de beleidsdialoog ter plaatse beter te laten verlopen. Ook op het ministerie van Buitenlandse Zaken en de posten kunnen veranderingen zorgen voor een beter begrip van het belang van cultuur en religie en een grotere kennis van het onderwerp.

Zo adviseert de AIV de ambassades om in de Meerjarige Strategische Plannen de omgang met religie niet alleen op te nemen in de analyse, maar ook in de strategie. Tevens adviseert de AIV diegenen op het departement en de posten die belast zijn met het formuleren en implementeren van het ontwikkelingsbeleid kennis te laten verwerven over de principes en werkwijzen van interculturele communicatie. Tevens dient in de opleiding van beleidsambtenaren naast de korte module interculturele vaardigheden een uitgebreidere cursus over religie en cultuur te worden opgenomen. In deze module moet de competentie ‘interculturele sensitiviteit’ en de vaardigheid ‘conflicthantering’ worden verdiept, zodat medewerkers beter zijn toegerust voor het werken met conflicterende culturen. Daar waar dit haalbaar en functioneel is, moet de ambtenaar kennis verwerven van de taal van het land.

Afronding

De AIV is van mening dat een interculturele dialoog over de culturele en religieuze context de slaagkansen van een ontwikkelingsinterventie aanmerkelijk vergroot. In de dialoog moeten onder meer besproken worden de waarden die ten grondslag liggen aan de keuzes van de donoren, alsmede de wensen en verwachtingen binnen de ontwikkelingsrelatie. Daarna moeten donoren en partners zoeken naar waarden die hen binden. Uitgangspunten hierbij zijn de mensenrechten en het streven naar het halen van de MDG’s. Deze dialoog kent echter grenzen. De uitdaging is een middenweg te vinden die het andere erkent en het eigene niet prijsgeeft.

Adviesaanvraag

Directie Culturele Samenwerking, Onderwijs en Onderzoek
Afdeling Internationaal Cultuurbeleid
Bezuidenhoutseweg 67
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Aan:
De Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum
30 januari 2004

Betreft
Uw verzoek inzake Ontwikkelingsamenwerking/invloed van culture en religieuze factoren
 

Zeer geachte voorzitter,

Tijdens een nota-overleg op 17 november 2003 met de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van uw Kamer, is mij gevraagd of ik bereid zou zijn de Adviesraad Internationale Vraagstukken te vragen "in kaart te brengen welke culturele uitingen van positieve en negatieve invloed zijn op de ontwikkeling en het resultaat waarvan te betrekken bij toekomstige plannen voor ontwikkelingssamenwerking". Uit het verloop van de discussie bleek dat de vaste commissie hier de invloed van zowel culturele als religieuze factoren voor ogen stond.

Gezien het belang, maar ook gezien de complexiteit van deze materie, heb ik besloten op dit verzoek in te gaan.
Een afschrift van de adviesaanvraag, gericht aan de Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken, gaat u hiernevens toe.
 

Met vriendelijke groet,

De Minister van Ontwikkelingssamenwerking,

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven
 


Directie Culturele Samenwerking, Onderwijs en Onderzoek
Afdeling Internationaal Cultuurbeleid
Bezuidenhoutseweg 67
2594 AC Den Haag

Aan:
De Voorzitter van de Adviesraad
Internationale Vraagstukken
Mr. F. Korthals Altes
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Datum
30 januari 2004

Betreft
Adviesaanvraag betreffende de invloed die culturele en religieuze factoren op ontwikkelingsprocessen kunnen uitoefenen
 

Naar aanleiding van de beleidsnotitie "Aan Elkaar Verplicht" heb ik op 17 november 2003 overleg gevoerd met de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer. In dit overleg is van verschillende zijden aan de orde gesteld dat ontwikkelingsprocessen door culturele of religieuze factoren worden beïnvloed. Daarbij is gesteld dat deze invloed, hetzij positief of negatief, zou dienen te worden betrokken bij beleidsontwikkeling op het terrein van ontwikkelingssamenwerking.

In mijn reactie heb ik gesteld dit een interessant en belangrijk vraagstuk te vinden. Ik heb op verzoek van de Kamer in overweging genomen, en besloten, om de Adviesraad Internationale Vraagstukken te verzoeken mij hierover een advies uit te brengen.

Het betreft een thema waaraan in de afgelopen decennia op uiteenlopende wijze aandacht is besteed, zowel in wetenschappelijke kring als in het maatschappelijk debat. Ook in historische studies heeft dit vraagstuk al lang aandacht gekregen. Veel van deze studies verdisconteren echter onvoldoende de invloed van de snel toegenomen interactie tussen lokale, nationale en wereldwijde ontwikkelingen op zowel economisch als sociaal-cultureel terrein. Daarnaast is het onderzoek doorgaans gericht geweest op het vinden van verklaringen voor het verloop van bepaalde ontwikkelingsprocessen of het voortbestaan van maatschappelijke problemen op lokaal of nationaal niveau.

Tegen deze achtergrond zou ik het op prijs stellen indien de Raad in een advies zou kunnen ingaan op de volgende vragen:

  • hoe beoordeelt de Raad de invloed van culturele en religieuze waardenstelsels op ontwikkelingsprocessen tegen de achtergrond van een voortdurende globalisering van politieke, economische en culturele omgevingsfactoren;
  • kunnen hierbij duidelijk herkenbare positieve of negatieve factoren worden onderscheiden die van betekenis kunnen zijn voor het formuleren van strategieën voor duurzame en zo stabiel mogelijke sociaal-economische ontwikkeling;
  • hoe kan de invloed van dergelijke factoren worden geoperationaliseerd bij het formuleren van een ontwikkelingssamenwerkingsbeleid dat gegrondvest is op respectering van mensenrechten en de beginselen van de internationale rechtsorde.

De vraag hoe de invloed van culturele en religieuze factoren dient te worden betrokken bij beleidsontwikkeling op het terrein van ontwikkelingssamenwerking verdient naar mijn mening in het bijzonder de aandacht tegen de achtergrond van de uitgangspunten die ik heb geformuleerd in de beleidsnota "Aan Elkaar Verplicht".

Ik ben mij er terdege van bewust dat het hier complexe vraagstukken betreft, waarop geen eenvoudige antwoorden bestaan. Maar juist gezien deze complexiteit en het feit dat de vraagstukken onderdeel vormen van een problematiek die zich niet beperkt tot ontwikkelingssamenwerking als zodanig, hecht ik eraan de Raad om advies te vragen.
Met het oog op de parlementaire agenda zou ik u willen verzoeken uw advies op een zodanig tijdstip uit te brengen dat het ten tijde van de Algemene Politieke Beschouwingen in het najaar van 2004 voorhanden is.

Uw advies zie ik met bijzondere belangstelling tegemoet.

 

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

Regeringsreacties

Aan de Voorzitter van de Adviescommissie Internationale Vraagstukken,

Mr. F. Korthals-Altes

 

 

 

Den Haag, 31 oktober 2005

Kenmerk DMV-62/05

 

 

 

 

Hierbij bied ik u de regeringsreactie aan op het AIV-advies ‘De invloed van cultuur en religie op ontwikkeling: stimulans of stagnatie?’

 

 
 
 
 
_________________
 
Regeringsreactie op AIV-advies “De Invloed van Cultuur en Religie op Ontwikkeling: stimulans of stagnatie?”

Met dank en waardering heb ik kennis genomen van het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) over de invloed van cultuur en religie op ontwikkeling. De betrokken adviesaanvraag kwam voort uit het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer om de AIV te vragen in kaart te brengen welke culturele uitingen van positieve of negatieve invloed zijn op de ontwikkeling en het resultaat daarvan te betrekken bij toekomstige plannen voor ontwikkelingssamenwerking.

De AIV maakt in zijn advies duidelijk dat het moeilijk is algemene aanbevelingen en conclusies op te stellen over de relatie tussen cultuur, religie en ontwikkeling. Daarvoor zijn veel verbanden te regio-specifiek. Ik waardeer het dat de AIV niettemin getracht heeft een aantal aanknopingspunten voor beleidsontwikkeling te duiden. Daarnaast zijn het vooral de praktische voorbeelden die door het hele advies heenlopen, die de relevantie van cultuur en religie voor ontwikkeling duidelijk maken.

Het advies valt vrijwel samen met de oprichting van het Kennisforum inzake religie en ontwikkelingsbeleid. Dit Kennisforum is een gemeenschappelijk initiatief van een aantal particuliere organisaties (ICCO, Cordaid, Kerkinactie, Prisma, Oikos en BBO) en mijzelf. Het forum beoogt een platform te zijn voor onderzoek naar de wijze waarop binnen het ontwikkelingsbeleid van zowel de aangesloten particuliere organisaties als het ministerie aandacht gegeven kan worden aan de relatie tussen religie en ontwikkeling en vormt aldus een belangrijk instrument om de samenwerking met het Nederlandse maatschappelijk middenveld rondom religie en ontwikkelingsbeleid verder vorm te geven. In die zin kon het advies dan ook op geen beter moment komen. Tegelijkertijd moet erkend worden dat, juist omdat het Kennisforum nog maar net is opgericht, een aantal activiteiten nog in de kinderschoenen staat. Bij de vertaling van de aanbevelingen van de AIV naar het ontwikkelingsbeleid zal ik dan ook op een aantal onderdelen moeten verwijzen naar toekomstige activiteiten van het Kennisforum.

Stilstaan bij verschillende en gemeenschappelijke waarden

De AIV concludeert ‘dat het van groot belang blijkt dat ontwikkelingsinterventies en –beleid aansluiten bij de complexe en flexibele zingevingschema’s van mensen in ontwikkelingslanden’. De AIV stelt in het bijzonder dat ‘alleen door cultuur en religie van alle participanten mee te wegen, motivatie en energie gemobiliseerd kan worden om duurzame ontwikkelingseffecten teweeg te brengen’.

Ik onderschrijf het belang van aandacht voor de culturele en religieuze context voor duurzame ontwikkeling. Dit geldt niet alleen de culturele en religieuze waarden van partners in ontwikkelingslanden, maar ook die van donoren. Zoals de AIV terecht opmerkt, ontstaan fricties, wanneer niet wordt beseft dat de eigen waarden, normen en gewoonten niet vanzelfsprekend zijn en niet per se door anderen worden gedeeld.

Voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is een goede dialoog tussen ontwikkelingspartners over hun visies, waarden en normen een belangrijke eerste stap. De Millennium Development Goals zijn gebaseerd op dialoog en partnerschap, en reflecteren gemeenschappelijke doelstellingen die wereldwijd op instemming kunnen rekenen en worden onderschreven. Bij de realisering van deze doelen is het belangrijk dat er ruimte blijft voor een invulling die aansluit bij de lokale culturele en religieuze tradities. De duurzaamheid van ontwikkeling zal het beste gewaarborgd zijn als eigen verantwoordelijkheid niet beperkt is tot de regering van het betrokken land maar zich uitstrekt tot brede lagen van de samenleving.

Onderzoek naar relevante culturele en religieuze oriëntaties

De AIV adviseert voorafgaand aan de keuze voor concrete activiteiten een analyse uit te voeren van de relevante culturele oriëntaties. Omdat ‘inheemse’ kennis een belangrijke bron van informatie is voor de lokale situatie, moet deze bij de analyse worden betrokken. Ook adviseert de AIV om aansluiting en samenwerking te zoeken met maatschappelijke organisaties en NGO’s in Nederland en waar mogelijk in ontwikkelingslanden, die zich met het onderwerp bezighouden.

Ik ben het graag met de AIV eens dat bij de keuze van het ontwikkelingsinstrumentarium goed moet worden gelet op de lokale culturele en religieuze context. In 2003/2004 hebben de meeste ambassades in de 36 partnerlanden een Meerjarig Strategisch Plan (MJSP) opgesteld. Een analyse van de situatie, trends en ontwikkelingen in het partnerland vormde een belangrijk onderdeel, evenals een uitgebreide actoranalyse. Hierbij is ook aandacht besteed aan de culturele en religieuze context van actoren. Bij deze eerste ronde MJSPs heeft echter een beperkt aantal ambassades in hun op schrift gestelde analyse expliciet verwezen naar de rol van cultuur en religie.

De AIV adviseert bij een analyse van de culturele context te betrekken:
-  de mate waarin de culturele of religieuze leiders open staan voor dialoog;
-  de invloed en het gezag van het leiderschap;
-  de mate waarin het systeem of de organisatie de sociale cohesie bevordert;
-  de ruimte en de mogelijkheden die vrouwen krijgen.
Verder adviseert de AIV de ambassades ‘om in de MJSP’s de omgang met religie niet alleen op te nemen in de analyse, maar ook in de strategie’.

Ik neem deze aanbevelingen graag over en verwacht van de ambassades in partnerlanden bij toekomstige MJSP’s een analyse van de lokale culturele en religieuze context en mogelijke ‘drivers of change’[1]. Afhankelijk van de hulpmodaliteiten kunnen culturele en religieuze organisaties een meer directe of indirecte rol spelen bij ontwikkelingsinterventies. Deze doelstelling t.a.v. de MJSP’s in 2008 en de daartoe te ondernemen activiteiten maken deel uit van de agenda van het Kennisforum.

In het kader van het Kennisforum religie en ontwikkelingsbeleid zal ook onderzocht worden hoe sociaalculturele factoren doorwerken in de indicatoren die gebruikt worden om de mate van goed bestuur te meten. Aspecten als sociale cohesie en ‘community relations’ zijn immers voor ontwikkeling van groot belang: ‘goed bestuur’ veronderstelt niet alleen een krachtig economisch bestuur, maar ook een bestuur dat oog heeft voor de sociaal-culturele verhoudingen binnen een land. Door deze factoren in de goed bestuursindicatoren te verankeren, wordt bereikt dat vanaf het begin de afwegingen in het ontwikkelingsbeleid mede worden beïnvloed door de lokale sociaal-culturele verhoudingen.

Grenzen aan de dialoog 

Hoewel de AIV in algemene zin meer aandacht voor cultuur en religie bepleit, stelt zij ook de grenzen van de dialoog niet uit het oog te verliezen. In het bijzonder acht zij dergelijke grenzen in zicht komen ‘wanneer de uitgangspunten die in internationale mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd, veronachtzaamd worden, of wanneer geen enkele intentie bij de partner aanwezig lijkt om aan andere westerse (voor)waarden voor vruchtbare samenwerking te voldoen’. In dat geval adviseert de AIV een actieve opstelling in die zin dat gezocht moet worden naar actoren die de gewenste uitkomst wel nastreven.

Cultuur en religie kunnen als ‘drivers of change’ een belangrijke bijdrage leveren aan ontwikkeling, maar zij kunnen ook remmende factoren vormen. Zo kunnen er spanningen zijn tussen het streven de positie van de vrouw te verbeteren en bepaalde culturele of religieuze tradities. Ook kunnen er spanningen optreden in relatie tot de naleving van andere rechten van de mens en de fundamentele vrijheden: in dit verband kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de toepassing van lijfstraffen op basis van religieus geïnspireerde wetgeving, en aan beperking van de mogelijkheden om van geloof te veranderen. De internationale gemeenschap heeft herhaaldelijk aangegeven dat de mensenrechten universeel, onderling afhankelijk en ondeelbaar zijn. O.a. de recente VN-top heeft dit uitgangspunt bevestigd. Dat betekent dat ongeacht de culturele en religieuze context het respect voor mensenrechten en fundamentele vrijheden gewaarborgd moet zijn. Hiervoor is het overigens wel noodzakelijk dat binnen de maatschappij het belang van deze rechten en vrijheden ook als zodanig wordt ervaren. Ook, of misschien juist in het geval van spanningen tussen culturele en religieuze tradities en de internationaal erkende mensenrechten, is een dialoog van belang om tegenstellingen te overbruggen, zonder de universaliteit van mensenrechten te veronachtzamen.

Kennisverwerving

De AIV adviseert diegenen op het departement en de posten die belast zijn met het formuleren en implementeren van het ontwikkelingsbeleid kennis te laten verwerven over de principes en werkwijzen van interculturele communicatie. Tevens dient volgens de AIV in de opleiding van beleidsambtenaren naast de korte module interculturele vaardigheden een uitgebreidere cursus over religie en cultuur te worden opgenomen.

Kennisverwerving over de rol van cultuur en religie in relatie tot ontwikkeling is inderdaad van groot belang. Dit was ook een van de redenen voor de oprichting van het Kennisforum. Een van de activiteiten van het Kennisforum is de opzet en het onderhoud van een specifieke website over religie en ontwikkeling. Daarnaast zullen de resultaten van het Kennisforum ook direct ter beschikking komen van alle beleidsambtenaren. Interculturele communicatie komt reeds aan bod in bestaande OS-opleidingen en krijgt specifiek aandacht in een (nieuw) ondersteuningsprogramma voor de posten gericht op institutionele en capaciteitsontwikkeling.

Terecht merkt de AIV op dat interculturele dialoog over de culturele en religieuze context, waarden en verwachtingen, de slaagkansen en in het bijzonder het duurzaam effect van een ontwikkelingsinterventie aanmerkelijk kan vergroten. Ik ga graag de uitdaging aan om deze dialoog een meer centrale plaats in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid te geven.

 

[1] ‘Drivers of change’ zijn politieke, economische, sociale en culturele factoren en actoren die verandering bevorderen dan wel tegenhouden in een specifieke context.

Persberichten

Persbericht Adviesraad Internationale Vraagstukken

Advies AIV: De invloed van cultuur en religie op ontwikkeling.
Stimulans of Stagnatie?

Het succes van ontwikkelingsinterventies hangt af van de lokale religieuze en culturele context. Dit besef daagde al in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de dagelijkse praktijk in ontwikkelingslanden zich niet bleek aan te passen aan de heersende ontwikkelingsparadigma's. Dertig jaar later is de vraag naar de invloed van culturele en religieuze factoren op ontwikkeling door het Tweede Kamerlid Hirshi Ali weer op de agenda gezet. Een eenduidig antwoord is door de weerbarstige werkelijkheid nog steeds niet eenvoudig te geven, maar in het AIV-advies 'De invloed van cultuur en religie op ontwikkeling. Stimulans of stagnatie?' worden wel aanbevelingen gedaan om er op constructieve wijze mee om te gaan.

Wringende waarden
Ontwikkeling en ontwikkelingsinterventies zijn nooit waardevrij en spelen zich niet af in een vacuüm, maar binnen een bestaande culturele context en machtsverhoudingen. Elementen zoals leeftijd, gender, grond, geld, of familiestructuur worden in verschillende culturen verschillend gewaardeerd. In het advies zijn daarvan meerdere voorbeelden opgenomen. Voorts heeft de AIV onderzocht onder welke omstandigheden onze westerse vanzelfsprekendheden (het voldoen aan de internationaal erkende mensenrechten; het streven naar goed bestuur en de Millenium Goals) tot wringende waarden worden en waar ze binnen een lokale cultuur juist stimuleren tot ontwikkeling. Verschil van inzicht hoeft geen belemmering te zijn. De AIV adviseert alvorens een ontwikkelingsrelatie aan te gaan eerst stil te staan bij de culturele bagage van alle deelnemers: bij de mogelijke verschillen in opvattingen, zienswijzen en belangen, maar ook bij de gemeenschappelijke waarden. Van groot belang acht de AIV bij een dergelijke culturele analyse de mate waarin de culturele of religieuze leiders openstaan voor dialoog, de invloed en het gezag van het leiderschap, de mate waarin de sociale cohesie bevorderd wordt en de de ruimte en de mogelijkheden die vrouwen krijgen.

Grenzen aan de dialoog
Wanneer essentiële uitgangspunten van donoren en partners niet met elkaar in overstemming te brengen zijn, komen de grenzen van de dialoog in zicht. De donor zal dan een afweging moeten maken tussen de voor- en nadelen van stoppen of doorgaan op een ander spoor. Dat kan zich voordoen wanneer de uitgangspunten die in internationale mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd veronachtzaamd worden, of wanneer geen enkele intentie bij de partner aanwezig lijkt om aan andere westerse (voor)waarden voor vruchtbare samenwerking te voldoen. In dat geval adviseert de AIV een actieve opstelling in die zin dat gezocht moet worden naar actoren die de gewenste uitkomst wel nastreven. Zij moeten waar mogelijk en verantwoord gesteund worden. De uitdaging bij een dialoog met andersdenkenden is om een middenweg te vinden die het andere erkent en het eigene niet prijsgeeft.

De Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft sinds zijn oprichting in 1997 als taak om de regering te adviseren over buitenlands beleid, in het bijzonder het beleid op de terreinen vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking, de rechten van de mens en de Europese integratie. De AIV wordt voorgezeten door mr. Frits Korthals Altes, Minister van Staat. Het advies is voorbereid door een commissie onder leiding van professor Arie de Ruijter (hoogleraar sociale wetenschappen en multiculturaliteit in Tilburg en Utrecht).