Europa een prioriteit!

9 november 2006 - nr.52
Samenvatting

Hieronder volgt hoofdstuk 7, waar de aanbevelingen bij elkaar zijn gezet met de verwijzingen naar de hoofdtekst. 

Hoofdstuk 7 Aanbevelingen

 

 

In het voorgaande heeft de AIV zeker geen blauwdruk van de toekomstige EU willen en kunnen geven. Daarvoor is het proces van Europese eenwording te zeer in beweging en te divers, zowel conceptueel als wat betreft takenpakket. Nationale identiteit en toenemende mondialisering lijken niet met elkaar in overeenstemming te brengen. De machtsverhoudingen in Europa veranderen, Nederland is niet meer ‘het kleinste van de grote landen’ en ook de publieke opinie in ons land wordt weinig gemotiveerd door aansprekende Europese kwesties, hoewel de toekomst van het Europese continent en daarmee van Nederland in het geding is. Daarom heeft dit advies meer het karakter van een interim-advies: géén pas op de plaats, omdat daar geen tijd voor is, maar wel een aansporing tot actie voor de komende ontwikkelingen, ten opzichte waarvan Nederland hoe dan ook een standpunt zal moeten bepalen. Daarbij moeten de burgers centraal te staan: in het verstaan van hun ambities, in het vertalen daarvan naar Europees beleid via processen van participatie en politisering, in versterkte samenhang van parlement en regering in het Europese integratieproces, in het organiseren van een meer effectieve Europese politisering door het vormen van echte Europese politieke partijen en door verdergaande democratisering van de Unie. Daartoe doet de AIV de volgende aanbevelingen.

Uit hoofdstuk 2, Gezonde financiën:

Aanbeveling 1

De AIV acht het van belang dat de overdracht van middelen aan de EU ten principale buiten de nationale begrotingen komtt. Alleen dan is het mogelijk om de discussie over de inzet van EU-beleid, inclusief de toekenning van middelen, te voeren zonder vermenging met telkens weer verschuivende belangen inzake de inkomstenkant van de EU-begroting.

Aanbeveling 2

De Europese Raad zou, een gezaghebbend panel deskundigen uit de lidstaten opdracht moeten geven zich te buigen over een passend systeem van ‘eigen middelen’ voor de EU dat onafhankelijk is van de nationale begrotingen. Dit moet zijn beslag krijgen op zeer korte termijn, namelijk vóór 2008 wanneer de eerder genoemde financiële herziening op de agenda van de Raad zal staan.

 

Uit hoofdstuk 3, De burgers:

- over de bestuurlijke inrichting (paragraaf 3.3 ):

Aanbeveling 3

Een stroomlijning van de bestuurlijke inrichting is nodig om de Unie slagvaardiger te maken. Alleen dan hebben de eerdergenoemde acties kans van slagen. Nieuwe beleidsinitiatieven en verbetering van de inrichting van de Unie moeten dus hand in hand gaan.

- over de uitbreiding (paragraaf 3.3):

Aanbeveling 4

De AIV constateert dat met het oog op de verscheidenheid tussen landen die het EU-lidmaatschap ambiëren, te gemakkelijk onderscheiden vormen van lidmaatschap op voorhand worden verworpen. Een discussie daarover zou een goede aanvulling zijn op het Europese nabuurschapsbeleid; een beleid waarin nu iedere vorm van lidmaatschap wordt afgewezen.

- over het betrekken van burgers (paragraaf 3.4):

Aanbeveling 5

De discussie over de toekomst van Europa moet veel sterker worden gepolitiseerd dan nu het geval is. Daarbij gaat het niet alleen om de invoering van de subsidiariteitstoets door het parlement, maar ook om het centraal stellen van de verdere richting en ontwikkeling van Europese integratie in het komende regeringsprogramma.

Uit hoofdstuk 4, Prioriteiten in het bestaande beleid:

- over de Interne Markt en de economische en de sociale waarden (paragraaf 4.2:

Aanbeveling 6

In de visie van de AIV moet de EU de breed gedragen waarden zoals vrede, veiligheid, vrijheid en democratie, meer uitgesproken in haar beleid uitdragen en de noodzaak van een sociaal Europa duidelijk maken.

Aanbeveling 7

Gezien het grote belang voor de economische groei beveelt de AIV de regering aan een gerichte publicitaire inspanning te doen om het economisch belang van  verdere dienstenliberalisering voor de burgers helder voor het voetlicht te brengen.

- over de Economische en Monetaire Unie (paragraaf 4.3)

Aanbeveling 8

De AIV wijst op het belang van een effectieve beleidsmatige ondersteuning van de gemeenschappelijk munt in aanvulling op de voltooiing van de Interne Markt.

- over de externe concurrentiepositie (paragraaf 4.4)

Aanbeveling 9

Om de uitdagingen van de mondialisering het hoofd te bieden, is volgens de AIV verdere economische integratie van Europa essentieel, inclusief de verdere integratie van de nieuwe lidstaten in het verband van de EU.

 

Aanbeveling 10

De AIV stelt voor dat de regering bevordert dat in de toekomst vergelijkingen van de lidstaten worden gepubliceerd over het behalen van de Lissabondoelstellingen.

 

Aanbeveling 11

Wat betreft het handelsbeleid van de EU pleit de AIV ervoor om de versterking van het multilaterale rechtssysteem van de WTO centraal te blijven stellen en er strikt op toe te zien dat eventuele bilaterale en regionale akkoorden die de EU sluit, verenigbaar zijn met de WTO-regels.

Aanbeveling 12

De AIV adviseert de regering de burgers beter voor te bereiden op de onvermijdelijke en dikwijls omvangrijke veranderingen die de mondialisering met zich meebrengt.

 

Uit hoofdstuk 5, Nieuwe beleidsprioriteiten:

- over het asiel- en immigratiebeleid (paragraaf 5.1)

Aanbeveling 13

De Nederlandse regering moet streven naar meer regelgevende bevoegdheden voor de Unie op het gebied van toelating van vreemdelingen, leidend tot een volwaardig en communautair asiel- en immigratiebeleid. Een potentieel succesvolle Europese aanpak is volgens de AIV: de instelling van een Europees asielagentschap; een consultatiemechanisme bij voorgenomen legalisering van illegale immigranten; het op Europees niveau onaantrekkelijk maken van het te werk stellen van illegalen; en de communautisering van het uitzettingsbeleid.

Aanbeveling 14

Er is naar de mening van de AIV alle reden voor de Nederlandse regering om zich in te spannen voor een asiel- en immigratiebeleid dat mede uitgaat van het opnemen (inclusion) in plaats van een beleid dat alleen het uitsluiten (exclusion) voorop stelt. Er zou studie moeten worden gemaakt hoe zo’n beleid moet worden geformuleerd.

 

- over het interne en externe veiligheidsbeleid (paragraaf 5.2):

Aanbeveling 15

De AIV bepleit dat de regering zich inspant om het aantal landen dat deelneemt aan verdragen als die van Prüm en Enschede uit te breiden zodat deze verdragen aanhangig kunnen worden gemaakt onder de Nice-clausule voor nauwere samenwerking. Dit houdt in dat de AIV op het standpunt blijft staan dat de regering moet nastreven de overeenstemming die op het punt van het intern en extern veiligheidsbeleid was verkregen, alsnog op korte termijn in een verdragsrechtelijke regeling om te zetten.

 

- over het energiebeleid (paragraaf 5.3):

Aanbeveling 16

De AIV bepleit dat met volle Nederlandse inzet wordt gewerkt aan de opbouw van een EU-brede consensus over de grote lijnen van een geharmoniseerde en gecoördineerde energiepolitiek, waarbij alle aspecten – milieu, besparing, duurzaamheid, leveringszekerheid, verbetering van de werking van de interne markt – in onderlinge samenhang worden bezien, uiteraard in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven.

Uit hoofdstuk 6, Slagvaardigheid:

- over momenten waarop verdragswijzigingen aan de orde zijn (paragraaf 6.2):

Aanbeveling 17:

De AIV pleit er voor met de meningsvorming over verdragsaanpassingen niet te wachten, ook al zal vóór de Franse presidentsverkiezingen van 2007 niet veel voortgang geboekt kunnen worden ten aanzien van de belangrijkste institutionele vragen. Tegelijkertijd mag juist van Nederland en Frankrijk worden verwacht dat alternatieve oplossingen voor de ontstane impasse aandragen. Deze moeten een rol spelen in de discussie tussen de lidstaten die zich, na afloop van de reflectieperiode in 2007, zal ontwikkelen over de voortzetting van het hervormingsproces in 2008. De noodzakelijke verdragsaanpassingen zouden voor de politieke partijen inzet van de Europese verkiezingen moeten zijn.

- over teruggrijpen op de Verklaring van Laken (paragraaf 6.3):

Aanbeveling 18

Nederland moet bereid zijn het gesprek aan te gaan over een herziening van het EU- en EG-Verdrag op basis van de eerder vermelde thema’s uit de Verklaring van Laken.

- over prioritaire verbeteringen (paragraaf6.4) stelt de AIV:

Aanbeveling 19

Geef het Europees Parlement medewetgevende bevoegdheid (codecisie) voor alle meerderheidsbesluiten waarop de codecisieprocedure nog niet van toepassing is, zoals het landbouwbeleid.

Aanbeveling 20

Stel het Europees Parlement op gelijke voet met de Raad voor de begrotingsprocedure: schaf het onderscheid tussen ‘verplichte’ en ‘onverplichte’ uitgaven af.

 

Aanbeveling 21

Versterk de rol van nationale parlementen en voer de door hen uit te oefenen subsidiariteits- en proportionaliteitscontrole in.

Aanbeveling 22

Breidt het aantal gevallen waarin gekwalificeerde meerderheidsbesluiten kunnen worden gerealiseerd uit.

 

Aanbeveling 23

Maak méér gebruik van Interinstitutionele Akkoorden om zonder formele verdragswijziging effectiever te kunnen optreden, bijvoorbeeld in begrotingszaken of bij steunonthouding in langdurig controversiële zaken.

Aanbeveling 24

Stel de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie in.

Aanbeveling 25

Vervang het huidige vereiste van een drievoudige gekwalificeerde meerderheid van stemmen in de Europese Raad en in de Raad door dat van een tweevoudige meerderheid.

 

Aanbeveling 26

Breng de Politiële en Justitiële Samenwerking in Strafzaken onder de communautaire procedure.

Aanbeveling 27

Pas de passerelle in de Derde Pijler toe als serieuze mogelijkheid ter verbetering van de besluitvormingsprocedure op de beleidsterreinen van asiel- en immigratie en van interne en externe veiligheid.

Aanbeveling 28

Verbeter de regeling met betrekking tot ‘nauwere samenwerking’ door het laten vervallen van de unanimiteitseis.

 

Aanbeveling 29

De AIV beveelt aan een specifieke rechtsgrondslag in de verdragen te scheppen voor het voeren van een Europees energiebeleid.

 

- over andere mogelijkheden voor verbetering (paragraaf 6.5):

Aanbeveling 30

De AIV beveelt aan de subsidiariteitstoets alleen te gebruiken om vast te stellen of de wens (dan wel de noodzaak) bestaat tot gemeenschappelijk handelen, welke ruimte er blijft voor nationale autonomie, en of de voorgestelde regeling probleemoplossend en voldoende duurzaam kan zijn (beoordeling van opportuniteit, subsidiariteit en proportionaliteit).

 

Aanbeveling 31

De AIV beveelt de mogelijkheid tot instelling van een burgerinitiatief aan. Dit moet dan wel als een krachtig signaal aan de Commissie worden opgevat, ook wanneer het niet formeel is vastgelegd in een verdrag.

 

Aanbeveling 32

Coördinatie zonder enige vorm van afdwingbaarheid verdient volgens de AIV geen aanbeveling. Programmering, notificatie van of consultatie bij beleidsvoornemens, en  ‘naming and shaming’ zijn onontbeerlijk om projecten van importantie enige mate van geloofwaardigheid te geven.

 

Aanbeveling 33

De AIV beveelt aan volgens het model van het Nederlandse Actal een onafhankelijke toets in te voeren op de administratieve lasten voortvloeiend uit wetgevingsvoorstellen van de Commissie.

Adviesaanvraag

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) heeft dit advies op eigen initiatief
opgesteld. Het doel van het onderhavige advies is een concrete bijdrage te leveren aan
de formulering van het Nederlandse beleid ten aanzien van de Europese Unie (EU) na
de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 22 november 2006. In het bijzonder wil de
AIV bijdragen tot de discussie over politieke prioriteitstelling voor de taken van de EU
en de noodzakelijke hervorming van de Europese instellingen. Dit om de EU in staat te
stellen de haar gestelde taken naar behoren te kunnen uitvoeren.

Dit advies is nadrukkelijk te zien als vervolg op het briefadvies nr. 10 De band met de
Nederlandse burger, dat op 13 december 2005 door de AIV is uitgebracht.11 Stond in
dit briefadvies de vraag centraal hoe de betrokkenheid en verbondenheid van de burger
verbeterd kunnen worden, in het onderhavige advies wordt vooral de vraag voor het
voetlicht gebracht wat de EU moet doen en welke instrumenten zij nodig heeft om dat
uit te voeren.
 
Veelal zijn hiervoor wijzigingen in het Verdrag van Nice nodig hetgeen, zo leert de praktijk,
veel tijd zal kosten. Daarom wordt door de AIV tevens een aantal handreikingen
gedaan van maatregelen die vooruitlopend op een verdragswijziging tot verbetering van
de huidige situatie kunnen leiden.
 
Het bovenstaande leidt tot de volgende vraagstellingen:
 
        1. Welke verbeteringen zijn er nodig ten aanzien van de financiering van de Unie?
       
        2. Wat verwachten Nederlandse burgers van de EU?

        3. Welke taken dient de EU op dit moment in het Nederlandse belang en met steun
            van de Nederlandse bevolking met voorrang op zich te nemen?
 
        4. Zijn de huidige instrumenten voldoende om deze taken naar behoren uit te voeren?
           
            a. Welke verdragsaanpassingen zouden de effectiviteit van de EU en haar
                maatschappelijk draagvlak verhogen? Welke verdragswijzigingen verdienen
                prioriteit om in 2009 (het jaar van nieuwe Europese verkiezingen en een
                nieuwe Commissie) in werking te kunnen treden?
   
            b. Welke verbeteringen kunnen in afwachting van verdragsaanpassingen, nu al
                worden ingevoerd?
Regeringsreacties
Aan de Voorzitter van de                                              Directie Integratie Europa
vaste commissie voor Europese Zaken                             Bezuidenhoutseweg 67
Binnenhof 4                                                                Postbus 20061
Den Haag                                                                   2500 EB  Den Haag
 
 
Datum                1 april 2008
Kenmerk              DIE-393/08
Betreft                AIV-advies “Europa een prioriteit!”
 

In antwoord op uw brief d.d. 7 maart 2008 informeren wij u graag over de redenen voor het uitblijven van een kabinetsstandpunt over het AIV-advies No. 52, “Europa een prioriteit!” in november 2006.

Het advies is op initiatief van de AIV opgesteld en gaf indertijd als zodanig geen aanleiding tot een reactie van het kabinet. Het vorige kabinet had er in die periode voor gekozen om - voor de duur van de (verlengde) reflectieperiode die de Europese Raad had afgesproken - niet met beleidsvoornemens over de EU verdragswijziging naar buiten te treden. Het huidige kabinet heeft in een brief aan de Kamers op 19 maart 2007 voor het eerst een standpunt ingenomen over de verdragswijziging. In dat kader paste een separate reactie op het AIV-advies toen niet meer.

Dit laat onverlet dat het AIV-advies samen met andere adviezen en publicaties, door dit kabinet is betrokken in de ontwikkeling van het Nederlandse standpunt ten aanzien van de verdragswijziging.

Het beleid dat de AIV voor de EU als prioritair heeft aangeduid, waaronder het energiebeleid en het asiel- en immigratiebeleid, stond centraal in de Nederlandse positie. Hetzelfde geldt voor de door de AIV bepleite versterking van de democratische legitimiteit en de slagvaardigheid van de Unie. Daarnaast voelde het kabinet zich gesteund door het pleidooi van de AIV voor een vroegtijdige betrokkenheid van de nationale parlementen bij de toetsing van subsidiariteit. 

De minister van Buitenlandse Zaken                De staatssecretaris voor Europese Zaken

 

[getekend]                                                     [getekend] 

Drs. M.J.M. Verhagen                                      Drs. F.C.G.M. Timmermans

Persberichten

 

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­persbericht 9 november 2006

Europa EEN PRIORITEIT!

een ongevraagd advies van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV)

Europa moet in de verkiezingscampagnes een veel grotere rol spelen stelt de AIV in het vandaag verschenen advies Europa een prioriteit!

 

De AIV is van mening dat de regering en de politieke partijen onvoldoende rekening houden met het belang van Europa voor Nederland. Ons land is in hoge mate van Europa afhankelijk als het gaat om kwesties van welvaart, veiligheid en migratie. De Nederlandse burgers hebben recht op politieke stellingname, zeker in deze verkiezingstijd. De politici mogen zich niet laten afschrikken door vermeende euroscepsis bij de burgers.

Het advies gaat op verschillende vraagstukken in. Bijvoorbeeld op de veelgehoorde vraag: is de Unie te duur? De AIV concludeert van niet. De Unie kost slechts 1% van het gezamenlijke inkomen van de lidstaten, wat een fractie is van de kosten van de overheden van de lidstaten zelf. Wel is het van belang om met spoed te werken aan een systeem van eigen middelen voor de Unie. Dat moet niet langer van de nationale begrotingen afhankelijk zijn. Deze kwestie speelt al in 2007. Wat vinden de politieke partijen?

De AIV geeft drie beleidsterreinen aan waarop de EU in de komende periode meer moet gaan doen. Deze zijn 1) asiel- en migratie; 2) de interne en externe veiligheid en 3) de energiezekerheid. Op al deze terreinen is nationale beleid onvoldoende. Hier is meer Europese samenwerking geboden en veel burgers vragen dat ook. Voor elk van deze terreinen heeft de AIV concrete aanbevelingen uitgewerkt.

Nu de EU zoveel lidstaten heeft gekregen, is stroomlijning van de besluitvorming dringend noodzakelijk. Voorgesteld wordt zoveel mogelijk de unanimiteitsregel in de besluitvorming af te schaffen. Om de Unie efficiënter en democratischer te maken, geeft de AIV een flink aantal aanbevelingen. Daarbij wordt aangeven welke maatregelen wel en welke geen verdragswijziging vergen, en welke prioriteit verdienen. Wat vinden de politieke partijen?

Naast dit nieuwe beleid moet het bestaande beleid van de EU op een drietal terreinen beter op de rails worden gezet.

1) De Interne Markt. Dit is van enorm belang voor de economie en het bedrijfsleven. Maar de EU is meer dan economisch samenwerking alleen. Het gaat ook om waarden; een democratische rechtsstaat kan niet zonder. Breed gedragen waarden zoals vrede, veiligheid, vrijheid en democratie moeten steviger worden uitgedragen. Niet alleen naar buiten toe, maar ook naar binnen, in de lidstaten zelf. Ook moet de samenhang tussen het goed functioneren van de interne markt en de dienstenliberalisering veel beter voor het voetlicht worden gebracht. Het is essentieel om het sociale gezicht van Europa op de lange termijn te kunnen behouden.

2) De Economische en Monetaire Unie (EMU). Het nakomen van de vrijwillige afspraken tussen de lidstaten is wezenlijk voor het functioneren van de euro. De thans bestaande ‘methode van open coördinatie’ is op de lange termijn onvoldoende; landen moeten aan de afspraken kunnen worden gehouden.

3) De externe concurrentiepositie. Om de uitdagingen van de globalisering het hoofd te bieden, is verdere economische integratie van Europa essentieel. Daarbij hoort ook de integratie van de nieuwe lidstaten in het verband van de EU.

Volgens de AIV kan de EU in haar huidige vorm de haar gestelde taken niet naar behoren uitvoeren. Om de situatie te verbeteren moet Nederland een aantal verdragswijzigingen met voorrang nastreven. Dergelijke wijzigingen kosten echter tijd, en daarom heeft de AIV ook aandacht besteed aan mogelijke institutionele wijzigingen die - in afwachting daarvan - alvast tot verbetering kunnen leiden.

De volledige tekst van het advies kunt u vanaf vandaag vinden op de webpagina van de AIV: 

http://www.aiv-advies.nl