Terrorismebestrijding in Europees en internationaal perspectief. Interim-advies over het folterverbod.

2 maart 2006 - nr.11
Samenvatting
Niet van toepassing.
Adviesaanvraag
Niet van toepassing.
Regeringsreacties

Aan de Voorzitter van de                                                                     Directie Mensenrechten en

Tweede Kamer der Staten-Generaal                                                     Vredesopbouw

Binnenhof 4                                                                                        Bezuidenhoutseweg 67

Den Haag                                                                                           Postbus 20061

                                                                                                         2500 EB Den Haag

 

 

 

Datum                20 februari 2006-02-22                                                  Behandeld           DMV/MR

Kenmerk             DMV/MR-018/06                                                          Telefoon +31 70 348 5061

Blad                  1/6                                                                              Fax       +31 70 348 5049

Betreft                Interim-advies van de AIV over het folterverbod                dmr-mr@minbuza.nl

 

 

 

 

Met verwijzing naar het AIV - briefadvies nr. 11 ‘Terrorismebestrijding in Europees en internationaal perspectief; interim-advies over het folterverbod’ bied ik u de reactie van de regering aan.

Algemeen

Ik heb de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) op 15 juli 2005 een oordeel gevraagd met betrekking tot het onderwerp terrorismebestrijding in Europees en internationaal perspectief, waarbij onder meer aandacht wordt gevraagd voor mensenrechtengerelateerde aspecten. Zo wordt onder andere het oordeel en advies van de AIV gevraagd inzake de genomen maatregelen ter bestrijding van internationaal terrorisme, de toepasbaarheid van mensenrechtenverdragen en internationaal humanitair recht in de strijd tegen terrorisme, de mogelijke opschorting van bepaalde rechten, de vraag hoe overheden dienen om te gaan met via derden verkregen informatie en met de uitlevering van personen die van terrorisme worden verdacht, mogelijke verbeteringen in het internationale mensenrechtenacquis en de wijze waarop Nederland hier een wezenlijke bijdrage aan kan leveren.

 

De Adviesraad meent dat een spoedige advisering over alle in mijn brief van 15 juli 2005 genoemde onderwerpen niet mogelijk is, maar acht de internationale ontwikkelingen inzake (handhaving van) het folterverbod dermate zorgelijk, dat het op 2 december jl. een interim-advies over dit onderwerp heeft uitgebracht.

 

Briefadvies

De Adviesraad is van mening dat de overheid in haar optreden tegen het terrorisme al het mogelijke dient te doen om te voorkomen dat er slachtoffers vallen en dat de maatschappij wordt ontwricht. Bij de uitvoering van de taken van de staat blijven afwegingen tussen de verschillende rechten, en tussen de rechten van verschillende personen geboden. Bij deze afwegingen zijn de betrokken overheidsorganen gebonden aan internationale verplichtingen, met name op het terrein van de rechten van de mens, waaronder het absolute folterverbod.

 

De AIV wijst er op dat er tot voor kort nationaal en internationaal consensus bestond over het absolute karakter van het folterverbod, maar dat er sinds enkele jaren een tendens waar te nemen valt om de absolute gelding van het folterverbod te relativeren.

De Adviesraad meent dat daardoor het absolute folterverbod wordt ondergraven en afbreuk gedaan wordt aan het stelsel van onderling samenhangende mensenrechtennormen.

 

De Adviesraad beveelt de regering aan krachtig en publiekelijk stelling te nemen ten gunste van de onvoorwaardelijke handhaving en verdediging van het folterverbod. Zowel in beleid als in concrete gevallen roept de AIV de regering op onverkort vast te houden aan de universele gelding van mensenrechtennormen. Niet alleen komen anders de basisbeginselen van de rechten van de mens op het spel te staan, ook komt de bescherming van de gewone burger door de rechtsstaat in het geding.

 

Reactie regering

De regering verwelkomt het interim-advies en deelt de zorgen van de Adviesraad over de handhaving van het folterverbod. Nederland is actief betrokken bij de strijd tegen het internationaal terrorisme, teneinde de internationale rechtsorde te beschermen, extremisme een halt toe te roepen en terroristische aanslagen en het verlies van onschuldige levens te voorkomen. Bij het bestrijden van terrorisme mogen de mensenrechtelijke aspecten uiteraard niet uit het oog worden verloren. De rechtstaat behoort zich met rechtstatelijke middelen te verweren tegen terroristen, want indien ons motto “het doel heiligt de middelen” zou zijn, plaatsen we ons op gelijke hoogte met dezelfde terroristen die juist bestreden dienen te worden. De regering acht het naleven van de verplichtingen op het terrein van de mensenrechten en het internationaal (humanitair) recht, inclusief de toepassing van de bepalingen van de Geneefse Conventies daarbij van het hoogste belang[i].

 

In aanvulling daarop wil de regering de Kamer graag nader informeren over de Nederlandse positie inzake de vier door de AIV genoemde aspecten van het folterverbod: de reikwijdte van het verbod, de incommunicado detentie, het non-refoulement beginsel en het gebruik van informatie. Ook worden de inspanningen van Nederland tegen foltering beschreven en wordt aangegeven op welke wijze in bilateraal en VN-verband is aangedrongen op naleving van het verbod van foltering en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.

 

Reikwijdte van het verbod

De Nederlandse regering onderschrijft het standpunt van de AIV dat relativering van het begrip verbod van foltering niet acceptabel is. Daarnaast onderschrijft de regering het standpunt van de AIV dat gedragingen en handelingen die een wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing voorstellen onder het absolute folterverbod dienen te blijven vallen.

 

Nederland zal zich ook in de toekomst blijven inzetten om de absolute status van het folterverbod te handhaven, teneinde foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling en bestraffing te voorkomen en te bestrijden.

 

Incommunicado detentie

De AIV signaleert dat tal van landen steeds vaker verdachte personen incommunicado houden en benadrukt dat het risico dat zij aan foltering of andere wrede, onmenselijke en vernederende behandeling worden onderworpen juist in dergelijke omstandigheden groot is. De AIV zet derhalve vraagtekens bij incommunicado detentie van personen wier namen en identiteit kenbaar zijn gemaakt. De AIV spreekt nadrukkelijk zorg uit over de situatie van gedetineerden die zich in geheime detentiecentra bevinden.

 

De regering deelt de zorgen van de Adviescommissie en wijst het incommunicado houden van gedetineerden zonder strafrechtelijke aanklacht af. Zoals reeds eerder gemeld aan de Tweede Kamer[ii] acht de regering ook het gebruik van geheime detentiecentra ontoelaatbaar. Op dit moment worden er onderzoeken uitgevoerd door de Raad van Europa en het Europees Parlement naar de vermeende aanwezigheid van geheime detentiecentra. De regering werkt mee aan de beantwoording van de vragen die aan ons land zijn gesteld en wacht de uitkomsten van de onderzoeken af. Uit het tussenrapport over vermeende geheime CIA-kampen in Europa van de speciale onderzoeker van de Raad van Europa Dick Marty blijkt dat hier nog geen onomstotelijke bewijzen voor zijn gevonden.

 

Non-refoulement beginsel

Ten aanzien van ‘reguliere’ overdracht van verdachte personen is de AIV van mening dat het gebruik van diplomatieke garanties niet categorisch behoeft te worden  afgewezen, maar dat het gebruik ervan moet worden uitgesloten met betrekking tot landen waar folterpraktijken endemisch en systematisch zijn en/of waar de over te dragen persoon aan ernstige vervolging dreigt bloot te staan. Daarmee is de Adviesraad in zijn oordeel over het gebruik van garanties minder absoluut dan de VN Speciaal Rapporteur inzake Marteling, Manfred Nowak, die het instrument onder alle omstandigheden afwijst[iii].

 

De regering onderschrijft de stelling van de AIV dat het gebruik van diplomatieke garanties het beginsel van non-refoulement niet mag ondermijnen. Indien er gegronde redenen bestaan aan te nemen dat een individu persoonlijk gevaar loopt om in het land waaraan hij dreigt te worden uitgezet, te worden onderworpen aan foltering, zal deze uitzetting niet plaatsvinden. In dergelijk gevallen zijn diplomatieke garanties niet voldoende.

 

In andere gevallen, waar geen aanwijzingen zijn dat betrokkene persoonlijk gevaar loopt te worden onderworpen aan foltering of wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, zouden diplomatieke garanties wel een rol kunnen spelen, indien extra zekerheid over de behandeling van of controle op een correcte behandeling van betrokkene wenselijk is.

 

De AIV benadrukt niet in te gaan op de zogeheten “extraordinary rendition’ waarbij personen zonder enige justitiële tussenkomst en rechterlijke procedures worden opgepakt en weggevoerd naar veelal onbekende bestemmingen, maar geeft wel aan dat deze praktijk onder alle omstandigheden onaanvaardbaar is. De Nederlandse regering onderschrijft deze opvatting.

 

Gebruik van informatie

De Adviesraad benadrukt dat het absolute folterverbod onder alle omstandigheden als imperatieve norm geldt. De AIV verwerpt het gebruik in een rechtzaak van informatie die mogelijkerwijs via folterpraktijken dan wel andere vormen van mishandeling is verkregen en meent dat de overheid ontvangen inlichtingen en hun bron dient te evalueren en zo nodig handelend dient op te treden, zeker als er een onaanvaardbaar risico voor de maatschappij en haar burgers bestaat.

 

De regering ondersteunt de zienswijze van de AIV en verwijst, wellicht ten overvloede, naar  antwoorden die ik heb gegeven op vragen van het Tweede Kamerlid Van der Laan inzake geheime gevangenissen in Afghanistan (TK II 2005/2006, nr. 815).

 

Nederlandse inspanningen

De AIV benadrukt de voorname rol die Nederland in de loop der jaren heeft gespeeld in de uitwerking en verankering van het folterverbod en beveelt de regering aan de ontwikkelingen op dit terrein nauwlettend en kritisch te blijven volgen. Waar nodig dient Nederland, aldus de AIV, krachtig en publiekelijk stelling te nemen om te voorkomen dat aan het folterverbod wordt getornd. Hierbij dient speciale aandacht worden besteed aan de vier bovengenoemde aspecten.

 

De regering wijst op de Nederlandse inzet tot nu toe. Daarnaast treft de regering momenteel voorbereidingen voor de ratificatie van het Optioneel Protocol bij het VN-verdrag tegen Foltering dat tot doel heeft een internationaal toezichthoudend mechanisme, ondersteund door nationale toezichtmechanismen in te stellen.

 

In de diverse VN-overlegfora maakt Nederland zich sterk voor krachtige resoluties over het verbod op foltering en de bescherming van mensenrechten in de strijd tegen het terrorisme. In deze resoluties wordt het absolute karakter van het verbod van foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing onderstreept en worden verplichtingen van staten op het terrein van mensenrechten en internationaal humanitair recht bevestigd. Voorts worden hierin staten opgeroepen om samen te werken met de relevante VN-instanties, zoals de Speciale Rapporteur inzake Foltering en de Speciale Rapporteur inzake de Bescherming van Mensenrechten in de Strijd tegen het Terrorisme.

 

Om de activiteiten van de VN voor slachtoffers van foltering te ondersteunen, draagt Nederland in 2005 EUR 830.000,- bij aan het VN Fonds voor slachtoffers van foltering. Het is daarmee een van de grootste donoren van dit fonds. Dit geschiedt naast de bijdrage aan het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, mede ter ondersteuning van de toezichthoudende verdragscomité’s en de Speciale Rapporteurs.

 

Zowel bilateraal als in EU-verband worden staten aangesproken als individuen in betreffende landen mogelijk onderworpen worden aan foltering of andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. De tenuitvoerlegging van de “EU Guidelines on torture and other cruel, inhuman or degrading treatment or punishment” benadrukt het belang dat de EU-landen hechten aan dit onderwerp.

 

Nederland zal ook in de toekomst bilateraal en in EU/VN-verband blijven aandringen op het respecteren en naleven van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in de strijd tegen het internationaal terrorisme, waaronder de onverkorte handhaving van het absolute folterverbod.

 

 

De Minister van Buitenlandse Zaken,

 

(getekend) 

 

Dr. B.R. Bot

 



[i] Zie ondermeer mijn brief d.d. 23 december jl. (Kamerstuk 27925/30300 V, nr 196) over de uitkomst van de informele bijeenkomst van NAVO- en EU-ministers van Buitenlandse Zaken op 7 december 2005 en de wijze waarop de regering uitvoering geeft aan de motie Bakker/Van Baalen inzake het naleven van de Geneefse Conventies bij de operatie Enduring Freedom (Kamerstuk 27 925, nr 169) en de motie Van Baalen c.s. inzake de behandeling van gedetineerden bij militaire missies overeenkomstig de Geneefse Conventies (Kamerstuk 30 300 V, nr. 55).

[ii] Beantwoording kamervragen van het Tweede Kamerlid Van Bommel over geheime CIA-gevangenissen in Roemenie en Polen (TK II, 2005/2006 nr. 449).

[iii] Rapport van de Speciale Rapporteur M. Nowak aan de Algemene Vergadering van de VN, doc. A/60/316.

Persberichten

Persbericht AIV

Datum: 16 december 2005.

Embargo: 16 december 2005, 10.00 uur.

MIN VAN BZ:

Advies AIV: Terrorismebestrijding in Europees en internationaal perspectief; interim-advies over het folterverbod

 

AIV

 

Op vrijdag 16 december heeft de Adviesraad Internationale Vraagstukken een interim-advies gepubliceerd over het folterverbod. Dit interim-advies is opgesteld naar aanleiding van een adviesaanvraag van de regering over terrorismebestrijding in Europees en internationaal perspectief, ondertekend door minister Bot.

 

De regering moet krachtig en publiekelijk stelling nemen tegen uitholling van het absolute verbod op foltering, aldus de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een heden verschenen interim-advies. Ook in concrete gevallen waarbij foltering aan de orde is of waar zich ontwikkelingen voordoen die het absolute folterverbod ernstig dreigen te ondermijnen, moet Nederland stelling nemen, ongeacht waar deze plaats hebben en wie daarbij betrokken is. Het handhaven en uitdragen van een norm als het folterverbod kan gezien worden als een lakmoesproef voor de rechtsstaat.

 

Ondermijning van het folterverbod

De AIV bespreekt in het interim-advies vier aspecten die in het kader van de bestrijding van het terrorisme het absolute folterverbod bedreigen, namelijk de tendens tot herdefiniëring en daarmee versmalling van het begrip foltering en wrede, onmenselijke en vernederende behandeling en bestraffing; het incommunicado houden van gedetineerden zonder strafrechtelijke aanklacht; het ondermijnen van het beginsel van non-refoulement (dat terugzending verbiedt van personen naar een land waar zij gevaar lopen te worden vervolgd of gefolterd); en het gebruik van informatie die mogelijkerwijs via folterpraktijken en andere vormen van mishandeling is verkregen.

 

Reikwijdte verbod

Het komt voor dat de reikwijdte van het verbod beperkt wordt geïnterpreteerd, bijvoorbeeld in Amerikaanse beleidsstukken. In de internationale verdragen geldt het absolute verbod niet alleen foltering, maar ook wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing. Daarom is een redenering dat een bepaalde gedraging niet de intensiteit van foltering vertoont, maar ‘slechts’ wrede, onmenselijke en vernederende behandeling voorstelt, niet steekhoudend.

 

Incommunicado detentie

Daarnaast worden mensen opgesloten gehouden zonder enig contact met de buitenwereld (incommunicado detentie). De ervaring leert dat juist in dergelijke omstandigheden het risico dat gedetineerden aan foltering worden onderworpen, groot is. Nog zorgwekkender is de situatie van gedetineerden die zich in geheime detentiecentra bevinden en wier namen en identiteit niet worden prijsgegeven.

Hun lichamelijke en geestelijke integriteit loopt extra gevaar en het risico bestaat dat deze personen voorgoed verdwijnen.

 

 

Terugzending/garanties

Een derde aspect gaat over het terugsturen van mensen naar landen waar zij gevaar lopen te worden gefolterd. Garanties van het land van bestemming bieden alleen zekerheid als aan een aantal voorwaarden is voldaan, zoals een effectieve vorm van onafhankelijk toezicht. De AIV wijst op het verschijnsel van ‘extraordinary rendition’, dat wil zeggen het oppakken en wegvoeren van personen naar veelal onbekende bestemmingen, zonder enige justitiële tussenkomst en rechterlijke procedures. Het is evident dat laatstgenoemde praktijk, waarvan de omvang zich aan elke waarneming onttrekt, onder alle omstandigheden ontoelaatbaar is.

 

Informatie uit dubieuze bron

Tenslotte noemt de AIV het gebruik van informatie uit dubieuze bron. In de praktijk zal hoogstzelden vaststaan dat informatie door foltering is verkregen. Naast het onomstreden verbod op het gebruik van door foltering verkregen informatie als bewijs in een rechtszaak past ook een verbod op het verbinden van rechtsgevolgen voor personen en organisaties aan dergelijke informatie. Dit neemt niet weg dat de overheid ontvangen inlichtingen en hun bron dient te evalueren en zo nodig handelend dient op te treden, zeker als er een onaanvaardbaar risico voor de maatschappij en haar burgers bestaat. Dat daarbij naar bevestiging van de informatie door andere verifieerbare en onverdachte bronnen moet worden gezocht, staat buiten kijf.

 

status

De AIV heeft dit interim-advies over folteringverbod uitgebracht naar aanleiding van een uitgebreide adviesaanvraag van minister Bot. De raad werkt thans aan een slotadvies.

 

Kader

De vraagstelling van de regering gaat uit van een spanning tussen handhaving van mensenrechten en het bestrijden van terrorisme. Mét de regering onderschrijft de AIV de noodzaak en urgentie van een effectieve bestrijding van terrorisme.

 

De AIV wil geen scheiding aanbrengen tussen de beide hoofdvragen van de adviesaanvraag. De waarborging van de beginselen van de rechtsstaat en van de rechten en de veiligheid van personen vormen een onlosmakelijk geheel. Met het uitbrengen van het onderhavige interim-advies streeft de AIV een tweeledig doel na. Enerzijds dringt hij aan op onverkorte handhaving en verdediging van het folterverbod en doet hij een meer algemeen beroep op degenen die het debat over terrorismebestrijding voeren om (op het terrein van binnenlands beleid en buitenlands beleid) onverkort vast te houden aan internationale verplichtingen. Anderzijds wil hij erop wijzen dat met het ondergraven van internationale normen ook de bescherming van de gewone burger door de rechtsstaat in het geding kan komen.

 

Achtergrond AIV

De Adviesraad Internationale Vraagstukken heeft sinds zijn oprichting in 1997 als taak om de regering en de Staten-Generaal te adviseren over buitenlands beleid, in het bijzonder het beleid op de terreinen vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking, de rechten van de mens en Europese integratie. De AIV wordt voorgezeten door mr. Frits Korthals Altes, minister van Staat. Het advies is voorbereid door een commissie onder leiding van professor Theo van Boven (emeritus hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Maastricht).