Naar een versterkte sociale dimensie van de Europese Unie

24 juni 2013 - nr.23
Samenvatting

Er is geen samenvatting. Ga naar het totale advies.

Adviesaanvraag

De voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
De heer mr. F. Korthals Altes
Postbus 20061
2500 EB Den Haag


Datum 26 april 2013

Betreft Sociale Dimensie van de E(M)U

Geachte heer Korthals Altes,

De Europese Raad van 13 en 14 december 2012 heeft de Voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, het mandaat gegeven om voorstellen te doen voor het uitwerken van de sociale dimensie van de EMU, inclusief de sociale dialoog. Tijdens de Europese Raad van juni 2013 zal de heer Van Rompuy hiertoe een routekaart voorleggen.

De Verdragen beschrijven de sociale dimensie van de EU als volgt:

  • Volgens artikel 3 lid 3 VEU zet de EU zich in voor de duurzame ontwikkeling van Europa, op basis van een evenwichtige economische groei en van prijsstabiliteit, een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang.
  • Voorts bepaalt lid 3 dat de EU sociale uitsluiting en discriminatie bestrijdt, sociale rechtvaardigheid en bescherming bevordert, alsmede de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind bevordert.
  • Ook bepaalt lid 3 dat de EU de economische, sociale en territoriale samenhang, en de solidariteit tussen lidstaten bevordert. Artikel 9 VWEU legt vast dat de EU bij bepaling en uitvoering van beleid rekening houdt met eisen in verband met een hoog niveau van werkgelegenheid, waarborging van adequate sociale bescherming, bestrijding van sociale uitsluiting en een hoog niveau van onderwijs, opleiding en bescherming volksgezondheid. Artikel 153 werkt dit onder andere uit. Het neemt de sociale grondrechten zoals vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest (1961) als uitgangspunt. Het regelt voorts dat het optreden van de lidstaten door de Unie wordt ondersteund en aangevuld op vele terreinen, zoals verbetering arbeidsmilieu, veiligheid en gezondheid van werknemers, arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid.

De sociale dimensie van de E(M)U bestaat daarom al, althans voor een deel, in de vorm van de sociale grondrechten en EU wetgeving, zoals coördinatie van sociale zekerheid en de Europese ziekteverzekeringskaart.

De Europese Raad van 17 juni 2010 stelde de Europa 2020 Strategie vast met vijf doelstellingen, waaronder meer werkgelegenheid, een hoger onderwijsniveau en het bevorderen van sociale inclusie. Daaraan heeft de Raad gekwantificeerde doeleinden verbonden, namelijk dat in 2020 75% van de bevolking tussen 20 en 64 jaar werk heeft en 20 miljoen mensen minder in armoede en uitsluiting leven, van de 120 miljoen die het risico daartoe in 2010 liepen.

De sociale dimensie van de EU, zoals verwoord in de Verdragen en Europa 2020 Strategie, heeft sinds 2010 weinig aandacht gehad in de EU. Tot de ER-conclusies van december 2012 opeens de ‘sociale dimensie van de EMU, inclusief sociale dialoog’ als nieuw aandachtsveld benoemden voor de ER van juni 2013. Sociale dimensie blijft echter een zaak van alle lidstaten, inclusief de EMU-lidstaten.

In februari 2013 luidde het Social Protection Committee de noodklok: Noord-Zuid divergentie dreigt de Raad te polariseren langs een scheidslijn van armoede en sociale exclusie. De sociale doelstellingen van de Europa 2020 strategie zullen bij voortgang op de ingeslagen weg niet worden gehaald. Solidariteit en sociale cohesie staan onder druk:

  • De financieel-economische armslag van regeringen van netto-bijdragende lidstaten staat onder druk;
  • De publieke opinie van netto-bijdragende lidstaten keert zich tegen meer hulp aan de door crisis zwaar getroffen lidstaten, mede door binnenlands oplopende werkloosheid en toenemende lasten;
  • De regeringen van lidstaten die streng moeten bezuinigen, lopen tegen de grenzen aan van het sociaal toelaatbare;
  • Niet alleen de ongelijkheid tussen landen, maar ook toenemende ongelijkheid binnen de afzonderlijke lidstaten veroorzaakt polarisatie en verlies aan vertrouwen in eigen regering. Interne ongelijkheid ondermijnt tevens de solidariteit tussen lidstaten.
  • De sociale omstandigheden van grote bevolkingsgroepen in Zuid- en Oost-Europa, o.m. onder kinderen, nemen ernstige vormen aan.

Het is in het belang van een economisch, maar ook sociaal sterke EU, polarisatie tussen de lidstaten te voorkomen. Ook moet worden voorkomen dat aankomende generaties in armoede en uitgesloten opgroeien in de EU, waardoor hun eigen toekomst, maar ook die van de EU op het spel wordt gezet.

Het kabinet heeft op 15 februari jl. een eerste standpunt ingenomen over de sociale dimensie van de EMU. Een verdere uitwerking van de kabinetspositie zal medio mei a.s. aan de Tweede Kamer worden gezonden. Het kabinetsstandpunt geeft een helder beeld van de technische mogelijkheden die het Verdrag biedt voor verdere concrete invulling van de sociale dimensie van de E(M)U.

Het kabinet deelt de gedachte achter de noodzaak voor versterking van de sociale dimensie van de E(M)U. De hoge werkloosheid en de toenemende armoede in een aantal EU-lidstaten zijn sociaal onacceptabel en op termijn ook onhoudbaar. Het is niet te rechtvaardigen dat grote groepen burgers geconfronteerd worden met een sociaaleconomische situatie die aanhoudend weinig zicht biedt op verbetering. Deze situatie tast tevens het vertrouwen van de bevolking in de regeringen van de lidstaten en in de EU aan en schept een voedingsbodem voor desintegrerende tendensen. Met name als het gaat om jongeren is het belangrijk dat nieuwe perspectieven geschapen worden, dat er weer kansen komen op werk en een Onze referentie fatsoenlijk inkomen en dat jongeren weer aan hun toekomst kunnen bouwen.
Het Kabinet wenst daarom en in aanloop naar de ER van juni een dieper inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden die de Sociale Dimensie van de E(M)U ons daartoe biedt.

In het licht van het bovenstaande en aanstaande discussies ter zake in kabinet, parlement en Brussel zou ik graag met spoed een briefadvies ontvangen van de AIV, waarin:

  • in kaart wordt gebracht of de sociale dimensie van de E(M)U, zoals vastgelegd in VWEU en Europa 2020 Strategie, voldoende handvatten biedt om de sociale uitwassen van de crisis het hoofd te bieden, socialecohesie in de EU te borgen en het vertrouwen van de burgers in de EU teherwinnen.
     
  • voorstellen worden gedaan, indien het huidige instrumentarium onvoldoende mocht blijken, of er daarnaast creatieve manieren zijn om deze uitwassen aan te pakken in het kader van de EU. Dit alles zonder verdragswijziging.

Ik zie het AIV-briefadvies met grote belangstelling tegemoet.

Hoogachtend


Frans Timmermans
Minister van Buitenlandse Zaken
 

Regeringsreacties

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
Den Haag

Datum: 26 juni 2013                                                  Referentie: MINBUZA-2013.194427
Betreft: AIV briefadvies over de Sociale Dimensie van de EMU


Hierbij de reactie, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, op het verzoek van uw Kamer (2013Z13279) – gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 25 juni jl. - om een brief over het AIV advies over de sociale dimensie van de EMU.

Het kabinet heeft op 24 mei jl. zijn standpunt over de sociale dimensie van de EMU nader toegelicht (Kamerstukken 2012-2013, 21501-13 nr. 311). Het kabinetsstandpunt geeft een helder beeld van de mogelijkheden voor verdere concrete invulling van de sociale dimensie van de EMU.

Zoals de Europese Raad in december 2012 heeft geconcludeerd, behoeft de sociale dimensie van de EMU verdere versterking. De hoge werkloosheid en de toenemende armoede in een aantal EU-lidstaten zijn sociaal onacceptabel en op termijn ook onhoudbaar. Het is niet wenselijk dat grote groepen burgers geconfronteerd worden met een sociaaleconomische situatie die aanhoudend weinig zicht biedt op verbetering. Deze situatie tast tevens het vertrouwen van de bevolking aan in de regeringen van de lidstaten en in de EU. Met name als het gaat om jongeren is het belangrijk dat nieuwe perspectieven geschapen worden, door uitvoering van structurele hervormingen en aanwakkeren van economische groei, zodat weer kansen ontstaan op werk en een fatsoenlijk inkomen en jongeren weer aan hun toekomst kunnen bouwen.

Het kabinet heeft in dit licht en in de aanloop naar de ER van juni advies gevraagd aan de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV).
Het kabinet heeft met interesse kennis genomen van het advies van de AIV. Het kabinet dankt de AIV voor het advies, dat zij onder grote tijdsdruk heeft gepresenteerd, en onderschrijft een deel van de concrete adviezen van de AIV.

Het advies
De AIV stelt voorop dat de EU haar toekomst op het spel zet, indien zij niet in staat is polarisatie tussen de lidstaten te voorkomen en in gebreke blijft voorwaarden te scheppen om aankomende generaties een perspectief op zinvol werk te bieden. Nederland heeft bovendien als belangrijk exportland en investeerder in de EU groot belang bij de vergroting van de sociale cohesie en stabiliteit binnen de Unie. Hoewel de AIV enige twijfels uit over de mogelijkheden van de EU om versterking van de sociale dimensie van de EMU binnen de bestaande structuren vorm te geven, erkent hij dat er een duidelijke terughoudendheid bestaat bij lidstaten om onderdelen van het sociaal beleid uit handen te geven aan de EU.
Zoals het kabinet al heeft aangegeven in haar brief aan de Tweede Kamer is het van mening dat versterking van de sociale dimensie van de EMU vooral moet aansluiten bij de bestaande afspraken en binnen de huidige (juridische, financiële) kaders moet passen. Dit betekent dat de EU op het gebied van sociale politiek vooral ondersteunend is en het kabinet geen stappen wil zetten in de richting van meer harmonisatie op sociaal terrein. Het uitgangspunt voor het kabinet blijft dan ook landenspecifiek advies en uitwisseling van ‘best practices’, geen uniforme beleidsvoorschriften.

Kredietverlening MKB
De AIV adviseert meer kredietverlening aan MKB ter beschikking te stellen vanuit de EIB. Het kabinet is het met dit advies eens en zal tijdens de aanstaande Europese Raad van 27 en 28 juni met de andere lidstaten verkennen op welke wijze de reeds overeengekomen verruiming van de EIB-middelen zo effectief mogelijk ingezet kan worden ten gunste van MKB en jeugdwerkloosheidsbestrijding. In het gezamenlijk rapport van EIB en Commissie aan de Europese Raad worden interessante opties voorgesteld die nadere uitwerking verdienen. Voorwaarden hierbij zijn wel het behoud van een solide financiële positie en gezonde balans van de EIB.

Bestrijding jeugdwerkloosheid
Voor de bestrijding van de jeugdwerkloosheid op langere termijn hecht de AIV veel waarde aan hervormingen van het opleidingssysteem. De landen met de laagste jeugdwerkloosheid, zoalsoverigens ook Nederland, hebben een duaal leersysteem, waarin theorie en praktijk met elkaar zijn verbonden, zodat een goede aansluiting kan worden gerealiseerd van de verworven kennis op de door werkgevers noodzakelijk geachte praktijkvaardigheden. De AIV meent dat op korte termijn fors moet worden ingezet op stages en leer/werktrajecten. Daarnaast vindt de AIV het wenselijk dat erkenning van diploma’s en uitgifte van benodigde vergunningen op Europees niveau worden gecoördineerd en gefaciliteerd. De AIV wijst in dit verband ook op de mogelijkheden die het ‘Erasmus voor iedereen’-programma voor praktijkstages in EU-lidstaten biedt. Het kabinet kan deze aanbevelingen ondersteunen. Deze komen overeen met het Nederlandse standpunt inzake bestrijding van de jeugdwerkloosheid.

Launching customers
Verder breekt de AIV een lans voor een aanpassing van de Europese aanbestedingsregels door overheden launching customers te maken, dit ten gunste van jonge, startende innovatieve bedrijven. Nu belemmeren deze regels, door bijvoorbeeld eisen te stellen ten aanzien van de bestaanszekerheid van een bedrijf, jonge ondernemers om projecten bij de overheid te winnen, waardoor bestaande bedrijven worden bevoordeeld.
De Europese aanbestedingsregels bieden overheden de ruimte om het creatieve en innovatieve potentieel van bedrijven te benutten. Sinds 1 april jl geldt de Aanbestedingswet 2012 die mede tot doel heeft de toegang van het midden- en kleinbedrijf te verbeteren. Hiertoe is onder meer bepaald dat eisen die een overheid stelt in redelijke verhouding moeten staan tot het voorwerp van de opdracht. Dat bevordert ook de toegang van jonge, startende bedrijven tot overheidsopdrachten. Ook in het voorstel voor de herziening van de Europese aanbestedingsrichtlijnen is expliciet aandacht voor innovatie, onder andere door de introductie van een nieuwe procedure voor innovatiepartnerschap ten behoeve van het ontwikkelen en aankopen van innovatieve werken leveringen en diensten. Om innovatiegericht inkopen bij overheden te bevorderen, heeft het ministerie van Economische Zaken onder andere het programma Inkoop Innovatie Urgent opgezet met een aantal concrete voorbeeldprojecten, waardoor bevorderd wordt dat de overheid een groter deel van haar budget besteedt aan innovatiegericht inkopen.

Bestuurlijke instrumenten
De AIV is sceptisch over het sturend vermogen van de Open Coördinatie Methode. De AIV wijst daarbij op het povere resultaat van de Lissabon Strategie. De AIV vindt deze processen te vrijblijvend en bureaucratisch en concludeert dat bij verdere vormgeving van EU sociaal beleid aan bindende afspraken tussen lidstaten niet zou zijn te ontkomen.
Het kabinet deelt deze constatering niet, maar, zoals ook aangegeven in de Kamerbrief over de Sociale Dimensie van de EMU, ziet wel ruimte voor verbetering van de OMC. Zo kan benchmarking van de voortgang van sociaal-economische hervormingen leiden tot politieke en meer zichtbare conclusies op Europees niveau. De Raad van Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarbij een belangrijke rol te spelen. Bij de afstemming van sociaal beleid kan ook ruimte zijn voor ex ante coördinatie van structurele hervormingen op sociaaleconomisch gebied.
Het kabinet beschouwt beleid ten aanzien van werkgelegenheid, sociale zaken, zorg en onderwijs primair als nationale bevoegdheid. Sociaal beleid moet zo dicht mogelijk bij de burger vorm gegeven worden, rekening houdend met de lokale omstandigheden. Versterking van de sociale dimensie van de EMU moet vooral aansluiten bij bestaande afspraken en passen binnen huidige (juridische, financiële) kaders.
Het kabinet kan echter binnen die kaders de oproep van de AIV ondersteunen om oplossingen te zoeken om gezamenlijk, dat wil zeggen de EU-landen als geheel, nieuwe vooruitzichten voor herstel van groei en werkgelegenheid te bieden, met name in die landen die het ernstigst te leiden hebben onder de crisis.

Landencontracten
De AIV is voorts van mening dat NL niet bij voorbaat een aparte Eurobegroting of fonds ter ondersteuning van structurele hervormingen moet afwijzen. Het kabinet is van mening dat contractuele afspraken over hervormingen een nuttig extra instrument kunnen zijn om lidstaten aan te zetten tot het doorvoeren van structurele hervormingen. Het kabinet pleit echter niet voor het koppelen van financiële ondersteuning aan overeengekomen contractuele afspraken. De financiële prikkel kan ertoe leiden dat lidstaten structurele hervormingen uitstellen totdat er een financiële compensatie tegenover staat. Contractuele afspraken kunnen wat het kabinet betreft dus ook tot stand komen zonder financiële ondersteuning. De voorwaarden hierbij zijn dat de beleidsvrijheid van lidstaten die zich aan gemaakte afspraken houden niet wordt ingeperkt, het proces van economische beleidscoördinatie niet nodeloos wordt gecompliceerd, en de totale Nederlandse afdrachten aan de EU niet stijgen. Het kabinet zal zich er tevens voor inzetten dat de vormgeving van eventuele nieuwe instrumenten ter versterking van de EMU de autonomie van sociale partners in de verschillende lidstaten respecteert, zoals per brief medegedeeld in de Kamerbrief van 22 april jl. over ex ante coördinatie van hervormingen (Kamerstukken 2012-2013, 21 501-20, nr. 780). Het kabinet is tegen het voorstel om op termijn een eurozonefonds in te richten.

Sociale begeleiding arbeidsmigratie
De AIV stelt dat arbeidsmobiliteit van zwakke naar sterke economische regio’s een van de voorwaarden is voor de houdbaarheid van de muntunie op lange termijn, en dat vanwege de hoge werkloosheid in vooral de zuidelijke lidstaten arbeidsmigratie om sociale redenen als positief moet worden beschouwd en dus bevorderd. Op die manier kunnen langdurig werklozen een perspectief op een nieuwe economische toekomst krijgen in landen waar, in bepaalde sectoren, sprake is van arbeidstekorten. Hoewel er sprake is van grensoverschrijdende mobiliteit, vindt de AIV deze zeer bescheiden van omvang. Talrijke obstakels blijken geïnteresseerde werkloze, maar goed geschoolde, arbeidskrachten te weerhouden de gedurfde stap te zetten van een nieuw bestaan in een ander land. De AIV constateert enkele vooral bilaterale ontwikkelingen om deze obstakels op te heffen, maar is van mening dat dit bij voorkeur in EU-verband zou moeten gebeuren, bijvoorbeeld met behulp van EURES. De AIV roept de NL regering op voorstellen tot verbreding en versterking van het EU arbeidsmobiliteitsprogramma te ondersteunen.

Met het oog op het aantal arbeidsmigranten uit de andere EU lidstaten, in het bijzonder uit Midden en Oost-Europa, is het kabinet van mening dat de grensoverschrijdende mobiliteit in de EU zeker niet bescheiden van omvang is. Het kabinet is voorstander van het vrij verkeer van personen en werknemers en de mogelijkheid dat EU onderdanen overal in de EU werk kunnen zoeken. Echter, het deelt de stelling dat arbeidsparticipatie om sociale redenen zou moeten worden bevorderd niet. Het kabinet ziet bevordering van arbeidsmigratie niet als oplossingsrichting voor het tegengaan van de negatieve gevolgen van de crisis. Het AIV benadrukt ook de keerzijde van arbeidsmigratie. Het kabinet acht de visie van de AIV, dat dit een krachtige aansporing is voor nationale autoriteiten om hard op te treden tegen malafide praktijken die verantwoordelijk zijn voor uitwassen bij de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, een duidelijke ondersteuning van het eigen beleid op dit punt.

Cofinanciering
De AIV beveelt aan dat cofinanciering van EU-programma’s die verband houden met bestrijding van jeugdwerkloosheid, buiten de berekening van het begrotingstekort van de ontvangende lidstaten wordt gehouden. Het kabinet is hier geen voorstander van. Het kabinet wil geen afzwakking van de Europese begrotingsafspraken.

Minimumloon in EU-lidstaten
De AIV heeft begrip voor de afwijzende houding van het kabinet ten opzichte van Europese afspraken over een minimumloon, maar constateert dat het waarschijnlijk wenselijk is, uit hoofde van bescherming en sociale zekerheid van werknemers, verdere afspraken in dit kader te overwegen. De AIV constateert dat er zich momenteel een gunstige gelegenheid voordoet om alle lidstaten zover te krijgen een sociaal aanvaardbare vloer onder het loongebouw in hun land te leggen.
Het kabinet ziet veel overeenkomst tussen het standpunt zoals zij dat in de Kamerbrief over de Sociale Dimensie van de EMU heeft ingenomen en de manier waarop de AIV het dilemma schetst, maar ziet, in tegenstelling tot de AIV, gezien de bestaande bevoegdheidsverdeling tussen EU en lidstaten, geen ruimte voor EUbeleid op dit terrein. Het kabinet heeft in de Kamerbrief Sociale Dimensie van de EMU van 24 mei jl. wel aangeven dat er op EU-niveau meer aandacht kan worden besteed aan het naleven van internationale afspraken over het recht op een billijke beloning, alsmede over uitwisseling van ‘best practices’ van nationale minimumloonafspraken.

Tot slot
Het kabinet is de AIV dankbaar voor de in korte tijd aangereikte adviezen, die een waardevolle bijdrage vormen aan de discussie over de sociale dimensie van de EMU. In samenhang met de Kamerbrief over de Sociale Dimensie van de EMU heeft het kabinet kaders aangegeven waarbinnen de verdere ontwikkeling ervan volgens het kabinet moet plaatsvinden. Het kabinet is van mening dat sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid met name op nationaal niveau dient te worden vormgegeven, met een maximaal ondersteunende rol van de EU.


De Minister van Buitenlandse Zaken,


Frans Timmermans
 

Persberichten


AIV : DE EUROPESE UNIE MOET KRACHTIGER SOCIAAL BELEID VOEREN

Den Haag, 24 juni 2013

De EU zet haar eigen toekomst op het spel als zij niet in staat is de polarisatie tussen noordelijke en zuidelijke lidstaten te voorkomen en voorwaarden te scheppen om komende generaties een perspectief op zinvol werk te bieden. Dit schrijft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het vandaag gepubliceerde advies Naar een versterkte sociale dimensie van de Europese Unie, dat op verzoek van de minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, is uitgebracht.

De AIV meent dat de hoge werkloosheid en daarmee samenhangende sociale uitsluiting van grote groepen niet alleen vanuit sociaal oogpunt onaanvaardbaar zijn, maar ook een gevaar betekenen voor stabiele democratische verhoudingen in bepaalde lidstaten. Om die reden pleit hij voor onorthodoxe oplossingen om de scherpe kanten van de pijnlijke aanpassingsprocessen in de zuidelijke lidstaten te verzachten en in het bijzonder het vraagstuk van de jeugdwerkloosheid aan te pakken.

De AIV stelt onder meer voor de financiering van programma’s die rechtstreeks verband houden met de bestrijding van de jeugdwerkloosheid buiten de 3% regel te laten vallen. Ook pleit de AIV ervoor binnen de kaders van de Europese begroting meer middelen vrij te maken voor het financieren van speciale werkgelegenheidsprogramma’s. Daarnaast beveelt de AIV aan de mogelijkheden tot kredietverlening aan midden- en kleinbedrijven, in de meeste EU-lidstaten de banenmotor, via de Europese Investeringsbank te verruimen.

Arbeidsmobiliteit tussen EU-lidstaten met hoge en lage werkloosheid moet naar het oordeel van de AIV worden bevorderd als een van de instrumenten om werklozen aan een baan te helpen. De EU kan op dit gebied een stimulerende en faciliterende rol spelen, bijvoorbeeld waar het gaat om de beschikbaarheid van informatie, de erkenning van diploma’s, het op elkaar laten aansluiten van sociale verzekeringswetten en het lijmen van pensioenbreuken.Tot slot pleit de AIV voor een Europees kaderbeleid ten aanzien van het minimumloon. Rekening houdend met verschillen in productiviteit en koopkracht tussen de lidstaten, zouden per land standaarden voor een aanvaardbaar sociaal minimum moeten worden aangegeven.