Verschuivende armoedepatronen in de wereld vergen aanpassing Nederlands ontwikkelingsbeleid

15 oktober 2012

Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)

P E R S B E R I C H T


ADVIESRAAD: VERSCHUIVENDE ARMOEDEPATRONEN IN DE WERELD VERGEN AANPASSING NEDERLANDS ONTWIKKELINGSBELEID

Den Haag, 15 oktober 2012

Verschuivende armoedepatronen in de wereld dwingt tot aanpassing van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Dat stelt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het rapport ‘Ongelijke Werelden: Armoede, groei, ongelijkheid en de rol van internationale samenwerking.’ Nu bijna driekwart van de armen in de wereld in middeninkomenslanden woont, zijn traditionele donorprogramma’s voor armoedebestrijding daar niet meer adequaat. Het verdient daarom aanbeveling in het ontwikkelingsbeleid voor die landen meer aandacht te besteden aan interventies via maatschappelijk verantwoord ondernemen en aan de inzet van multilaterale en maatschappelijke organisaties voor emancipatie van achtergestelde groepen en voor mensenrechten en arbeidsnormen.

In zijn advies breekt de AIV een lans voor een bredere benadering in het Nederlands beleid voor internationale samenwerking. Dat moet zich niet alleen richten op arme landen, maar ook op arme mensen in opkomende landen. Daarbij moeten we ook verder kijken dan inkomen en rekening houden met andere dimensies van armoede en ongelijkheid.

Bijna driekwart van armen in de wereld woont tegenwoordig namelijk niet meer in arme landen, maar in midden-inkomenslanden, waaronder China en India. Deze trend is het gevolg van een snelle economische groei, maar gaat vaak gepaard met grote inkomensongelijkheid. Terugdringing van armoede blijft dus van groot belang. Traditionele armoedeprogramma’s gefinancierd door westerse donoren zijn in midden-inkomenslanden volgens de AIV echter steeds minder op hun plaats. Deze landen hebben immers zelf middelen voor hun eigen armoedebestrijding en moeten gestimuleerd worden die daar ook voor aan te wenden.

Maar om in deze landen conflicten als gevolg van sociale ongelijkheid te vermijden en om hun groei op lange termijn duurzaam te laten zijn, blijft internationale samenwerking wel essentieel, zo stelt de AIV. De Raad wijst in dat verband specifiek op het belang van interventies door het bedrijfsleven via maatschappelijk verantwoord ondernemen en op het belang van bevordering van mensenrechten en arbeidsnormen en van de invoering van een sociaal minimum. Maatschappelijke organisaties die bijdragen aan de emancipatie van achtergestelde groepen en multilaterale organisaties zoals de Verenigde Naties hebben daarin volgens de AIV een belangrijke rol.

Ook vanwege het groeiende belang van mondiale publieke goederen moet Nederland betrokken blijven bij opkomende economieën in Azië, Latijns-Amerika en Afrika. Die landen krijgen bij de voorziening van bijvoorbeeld een stabiel financieel systeem en het tegengaan van klimaatverandering, namelijk een steeds grotere rol. Nederland zou volgens de AIV kunnen bijdragen aan de dialoog over beleidscoherentie, zodat bijvoorbeeld het handelsbeleid niet ten koste gaat van de armste landen en als donor Zuid-Zuid samenwerking kunnen stimuleren.