Ontwikkelingssamenwerking via klassieke kanalen is achterhaald

25 maart 2013

Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)

P E R S B E R I C H T

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING VIA KLASSIEKE KANALEN IS ACHTERHAALD

Adviesraad: ‘stuurbaarheidsmythe’ ten einde – internationale complexiteit vraagt om flexibele en pragmatische samenwerking voor ontwikkeling

Den Haag, Maandag 25 maart 2013

Uitvoering van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking via de klassieke hulpkanalen is niet meer van deze tijd. Met de toegenomen complexiteit van internationale vraagstukken is de ‘mythe‘ van de stuurbaarheid echt ten einde. Dat schrijft de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in zijn nieuwe advies ‘Wisselwerking tussen actoren in Internationale Samenwerking: naar flexibiliteit en vertrouwen’.

Turbulente internationale betrekkingen, toegenomen verwevenheid van wereldvraagstukken en verschuivende armoedepatronen ondermijnen het concept van bestuurlijke controle, zo stelt de AIV. Deze ontwikkelingen dwingen juist tot een veel flexibeler en meer pragmatische samenwerking met landen, internationale organisaties, bedrijfsleven, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties hier en vooral in ontwikkelingslanden.

In plaats van vasthouden aan ontwikkelingssamenwerking via het bilaterale, het multilaterale, het civilaterale en het bedrijfslevenkanaal, zou Nederland meer moeten inzetten op ‘piecemeal engineering’ via flexibele en op vertrouwen gebaseerde combinaties van actoren. Dat kan het beste ín ontwikkelingslanden. Een deskundig netwerk van Nederlandse ambassades is daarvoor onontbeerlijk. Bezuinigingen op dit netwerk zijn onwenselijk, aldus de AIV.

Flexibele aanpak: waarom en hoe?

Het AIV-advies beschrijft hoe internationale vraagstukken steeds meer verweven zijn en hoe de aanpak daarvan steeds complexer wordt. Het gaat dan vooral om de groei van de wereldbevolking, de daarmee gepaard gaande schaarste aan voedsel, energie en grondstoffen en het beslag op klimaat, milieu en water en om armoede, ongelijkheid en veiligheid en rechtsorde. Voor een effectieve aanpak is het zaak andere, meer flexibele, samenwerkingsvormen te vinden tussen overheden, internationale organisaties, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. De AIV beschrijft daartoe van iedere groep spelers de eigen rol, de potentiële meerwaarde én de beperkingen. Voor optimale samenwerking moet de overheid deze actoren ruimte gunnen zonder echter controle op te geven. Onderling vertrouwen is dus cruciaal, aldus de AIV.

Het advies bevat diverse suggesties voor de vormgeving van de bepleite flexibele samenwerking. Bijvoorbeeld over hoe hulp en handel kunnen samengaan (via onder meer verduurzaming van invoerketens en stimulering van midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden); over een nieuw financieringsstelsel voor maatschappelijke organisaties (via langjarige strategische samenwerkingsverbanden); en over een geïntegreerd beleid voor ‘fragiele staten’ (vanuit de Europese Unie).