Voortzetting ACS-EU-samenwerking biedt voldoende perspectief

13 mei 2015


Den Haag, 13 mei 2015
 

De Europese Unie (EU) onderhoudt al sinds het midden van de vorige eeuw speciale betrekkingen met een groep landen uit Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACS). Heeft de samenwerking die vijftien jaar geleden werd vastgelegd in een partnerschapsovereenkomst nog zin, zo vroeg de regering aan de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV). De overeenkomst loopt in 2020 af en in de praktijk komt minder uit de verf dan volgens afspraken mogelijk is. Een vervolg verdient serieuze aandacht, stelt de AIV. De veranderende geopolitieke context en uitdagingen op het gebied van vrede en veiligheid en duurzame ontwikkeling geven daartoe alle aanleiding. Dit constateert de AIV in een vandaag gepubliceerd advies.

De samenwerking tussen de EU en de ACS-groep is traditiegetrouw gericht op ontwikkelingshulp, economische samenwerking en handel. In 2000 kwam ook het instrument van politieke dialoog erbij. Die zou zich richten op onderwerpen als mensenrechten, democratisering en de rechtsstaat. De samenhang tussen al deze onderdelen maakt de samenwerking tussen de EU en de groep ACS-landen uniek, naast geografische reikwijdte (de blokken tezamen omvatten inmiddels 117 landen) en historische relaties.

Maar de praktijk is weerbarstig. De samenwerking blijft soms steken in goede bedoelingen en de resultaten van de inspanningen vallen tegen. Zo heeft politieke dialoog zich voornamelijk beperkt tot overleg op individueel landenniveau en zijn onderhandelingen over handelsakkoorden grotendeels op zichzelf komen te staan. Hierdoor ontbreekt het aan goede afstemming tussen ontwikkelings- en handelsdoelstellingen. Bovendien is een aantal van de bij de uitvoering betrokken instellingen dringend aan vernieuwing toe.

Toch moet deze kritiek in een bredere context worden geplaatst, meent de AIV. De jarenlange ervaring met de praktijk van samenwerking met de ACS-landen heeft voor de EU ook een rijke bron betekend waaruit geput kon worden bij het vormgeven van de samenwerking met andere ontwikkelingslanden. De balans opmakend van de betrekkingen tot nu toe, pleit de AIV voor voortzetting van de speciale samenwerkingsrelatie van de EU met de bijna tachtig ontwikkelingslanden in de ACS-groep, die immers verspreid zijn over drie continenten en veelzijdige relaties kennen met opkomende economieën als India en China. Een extra motivatie vormt dat Europa zich geconfronteerd weet met teruglopende geopolitieke inbreng als gevolg van nieuwe multipolaire verhoudingen en de economische opkomst van Azië. Wel vindt de AIV dat de samenwerking strategischer van aard zou moeten zijn en gericht op het nastreven van gezamenlijke politieke doelen.

De AIV is voorstander van hernieuwde samenwerking op basis van een wederkerig juridisch bindend document dat zich eenduidig en selectief inzet op een aantal prioriteiten. De focus zou vooral moeten komen te liggen op het versterken van politieke dialoog tussen de ACS en de EU als collectief. Ook is de AIV van mening dat voortzetting van samenwerking gekoppeld dient te worden aan de internationale agenda voor duurzame ontwikkeling die in september 2015 zal worden vastgesteld.

Belangrijk is dat Nederland een verschil kan maken in de discussie over toekomstige samenwerking. Ons land bekleedt het voorzitterschap van de Raad van de EU in de eerste helft van 2016. De AIV meent dat ons land middels een constructief-kritische opstelling het voortouw zou moeten nemen in het onderhandelingsproces om een vervolgverdrag overeen te komen.