Europese veiligheid heeft baat bij permanente defensiesamenwerking

28 oktober 2015


Den Haag, 28 oktober 2015
 

Als gevolg van de toenemende instabiliteit aan de randen van Europa neemt de behoefte aan inzet van militaire eenheden – waaronder militaire snelle reactiemachten - toe. De wederzijdse afhankelijkheid op defensiegebied tussen de lidstaten van de EU en NAVO is sterk gegroeid. Dit geldt zeker voor Nederland dat met een aantal Europese landen nauwe defensiesamenwerking is aangegaan. Aanpassing van het concept en de opzet van de EU Battlegroups is noodzakelijk, aldus de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in een vandaag gepubliceerd advies ’Inzet van snelle reactiemachten’.

Het uitblijven van de inzet van de EU Battlegroups en de NATO Response Force/Very High Readiness Joint Task Force (NRF/VJTF) voor crisisbeheersingstaken wordt naar het oordeel van de AIV niet veroorzaakt door te trage nationale en/of internationale besluitvorming. Keer op keer is namelijk gebleken dat de lidstaten simpelweg niet bereid waren om eenheden ter beschikking te stellen. Een wijziging van de opzet en het concept van de EU Battlegroups zou naar de opvatting van de AIV een eventuele inzet waarschijnlijker maken. In plaats van samenstelling van de EU Battlegroups op basis van halfjaarlijkse rotatie zouden de EU Batllegroups voortaan kunnen worden opgebouwd vanuit de permanente samenwerkingsverbanden op defensiegebied zoals de Visegrad-groep, de Weimar-samenwerking, de Joint  Expeditionary Force (JEF), de Lancaster House-samenwerking van Frankrijk en het VK, de UK/NL Amphibious Force of de Benelux-samenwerking.

De AIV beschouwt de gebrekkige operationele aansturing - het ontbreken van een Europees hoofdkwartier - als een belangrijke oorzaak voor het niet uitvoeren van Battlegroup-operaties. Daarom zou de operationele en planningscapaciteit van de EU moeten worden versterkt door bij wijze van eerste stap een Military Planning and Conduct Capability op te richten. Verder is het van belang dat een aanzienlijk groter deel van de kosten voor de inzet van de EU Battlegroups en de NRF gemeenschappelijk wordt gefinancierd. Tot op heden komt het leeuwendeel van de kosten voor rekening van de deelnemende landen, een andere reden waarom het niet tot inzet komt.

De AIV adviseert het parlement jaarlijks uitgebreid stil te staan bij het moment van het toewijzen van Nederlandse eenheden aan de EU Battlegroups en de NRF/VJTF. De AIV acht het verder van belang dat de parlementen van de lidstaten van de EU stevig investeren in de interparlementaire contacten. Ook dient de positie van de Interparlementaire EU-conferentie voor het gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid te worden versterkt en waar nodig geïnstitutionaliseerd. De parlementen van de verschillende permanente samenwerkingsverbanden op defensiegebied zouden een netwerk van Standing committees in wisselende samenstelling kunnen oprichten. Deze commissies zouden op korte termijn bijeen geroepen kunnen worden om op handen zijnde militaire operaties te bespreken. Hierin zouden ook periodiek de voortgang van internationale defensiesamenwerking en mogelijke inzetscenario’s aan de orde kunnen komen.