De toekomst van Schengen

7 maart 2016


Den Haag, 7 maart 2016

De werking van het Schengenstelsel wordt op dit moment zowel geschaad door de gebrekkige controle van bepaalde buitengrenzen als door te grote interne verschillen bij de behandeling van asielverzoeken en de opvang.  Er zal een nauwere samenwerking van een zo groot mogelijk aantal lidstaten van de Europese Unie moeten komen die een effectief gezamenlijk asiel- en immigratiebeleid willen voeren. Dit stelt de AIV, in een vandaag verschenen briefadvies ‘De toekomst van Schengen’, dat op verzoek van de Tweede Kamer is opgesteld.

Volgens de AIV zal de nauwere samenwerking tussen een aantal  EU-landen een volledig werkend gezamenlijk asielsysteem moeten omvatten, met inbegrip van vergelijkbare vormen van opvang en integratie, aanvaarding van verdeelsleutels, uitwisseling van gegevens over misbruik teneinde daartegen te kunnen optreden, afstemming met de UNHCR inzake hervestiging en akkoorden met veilige landen buiten de EU over terugkeer.

De AIV wil dit geen ‘mini-Schengen’ noemen. Er wordt immers geen einde gemaakt aan het Schengenstelsel als zodanig. Wel wordt met die landen, die daartoe in staat en bereid zijn, een aantal stappen gezet om een tot een meer gelijkmatige en billijke verdeling van baten en taken te komen. Andere lidstaten kunnen wel blijven deelnemen aan de basics van het Schengenstelsel (onder normale omstandigheden open binnengrenzen, gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de buitengrenzen en gezamenlijk visumbeleid), mits ze meewerken aan een gezamenlijk beheer van de buitengrenzen en aan selectieve controle aan de binnengrenzen (zoals het verifiëren van het reisdocument op luchthavens en cruciale zeehavens).

Voorts noemt de AIV het ’dringend gewenst’ dat er een effectieve bewaking van de Europese buitengrenzen komt conform de eisen die reeds gelden. Hij adviseert met alle Schengenstaten de inrichting van een gezamenlijk beheer van de buitengrenzen ter hand te nemen en dit deugdelijk te normeren, inclusief een effectieve rechtsgang voor degenen die menen dat zij ten onrechte zijn uitgesloten van verdere behandeling van hun asielverzoek. Daartoe behoort registratie, behandeling van asielverzoeken en opvang, dan wel overdracht aan een andere opvangende staat.

Dit zal een tweefasen-procedure moeten zijn: in een bewaakte opvang aan de grens bepalen wie aanstonds kunnen en dus moeten teruggaan naar het land van herkomst of van transit, en wie voor verdere behandeling in aanmerking komen in de – volgens een verdeelsleutel aangewezen – lidstaat. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een quotering naar capaciteit, gerelateerd aan objectieve factoren zoals BNP, territoir en bevolkingsomvang. Ook zal rekening moeten worden gehouden met aantallen van reeds opgenomen vluchtelingen. De aard van het onderwerp brengt evenwel mee dat in geval van overschrijding een nieuwe verdeelsleutel zal moeten worden vastgesteld. De staten die niet meedoen aan de verdeling van vluchtelingen moeten worden verplicht aan de kosten daarvan mee te dragen.

De AIV stelt dat de voorgestelde ingrijpende veranderingen niet alles zullen oplossen. Het effect zal beperkt zijn zolang de bereidheid ontbreekt om effectief te interveniëren in de situaties die ertoe leiden dat veel mensen in EU-staten asiel zoeken. Zolang mensen die rond de Middellandse Zee in een uitzichtloze situatie verkeren, geen ander perspectief zien dan een nieuwe toekomst in bepaalde EU-lidstaten, zullen humanitaire nood en interne spanningen in deze lidstaten op elkaar botsen. De politieke gevolgen daarvan voor het politieke klimaat in de EU zijn – nu al – zeer ernstig.

De AIV onderstreept dat Turkije het vluchtelingenvraagstuk niet namens Europa kan oplossen, zelfs niet met veel grotere financiële steun dan waarvan nu sprake is. Evenmin kan het aan Duitsland worden overgelaten om het leeuwendeel van de humanitaire nood te lenigen.