Duurzaam ondernemen te belangrijk om alleen aan bedrijven over te laten

4 april 2016

Publiek belang duurzame ontwikkeling vergt actieve rol overheid
 

Den Haag, 4 april 2016

Duurzaam ondernemen is te belangrijk om alleen aan bedrijven over te laten. Het maatschappelijk belang van duurzame ontwikkeling vraagt dat de overheid een actieve rol blijft spelen niet alleen met wetten en toezicht, maar vooral met een gecoördineerde inzet van meerdere rollen. Dat stelt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het vandaag verschenen rapport ‘Daadkracht door de Dutch Diamond’. Duurzaam ondernemen is van groot belang voor wereldwijde eerlijke ontwikkeling, mensenrechten, klimaatverandering en milieubescherming. Die internationale vraagstukken staan centraal in de vorig jaar in VN-verband afgesproken nieuwe agenda voor duurzame ontwikkeling.

Wet- en regelgeving over duurzaam ondernemen moet zich volgens de AIV concentreren op verduurzaming van internationale productieketens, op het creëren van een gelijk speelveld voor bedrijven, op eerbiediging van mensenrechten en op het tegengaan van belastingontwijking.

Voor effectieve regels en toezicht is internationale afstemming nodig, om te beginnen in Europees verband. De AIV roept de regering daarom op zich te blijven inspannen voor afspraken met Europese partners, VN-organen zoals de Human Rights Council en internationale financiële instellingen.

Beter duurzame ontwikkeling
De AIV pleit er tegelijk voor ondernemingen, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen goed bij beleidsformulering en -uitvoering te betrekken. Dat geldt ook voor andere lagen in de publieke sector, zoals overheden van grote steden. Daar is bijvoorbeeld veel kennis die relevant is voor internationale urbanisatievraagstukken en voor risico’s verbonden aan stedelijke agglomeraties door het klimaat bedreigde delta’s en kustlocaties.

Als het gaat om de mensenrechten kan duurzaam ondernemen echt beter. De AIV stelt bijvoorbeeld vast dat internationale koplopers, waarvan diverse van Nederlandse origine zijn, mensenrechten nog onvoldoende in hun bedrijfsvoering hebben verankerd. Als dat gebeurt is dat op basis van vrijwillige toepassing van VN-richtlijnen. De AIV juicht daarom het internationale initiatief toe te komen tot een juridisch bindend verdrag over mensenrechten en duurzaam ondernemen.

De AIV vindt verder dat de financiële sector te afwachtend is met het ondersteunen van duurzame ontwikkelingsinitiatieven. En in het buitenlandbeleid moet er naast direct economische belangen ook meer expliciete aandacht komen voor de internationale duurzaamheidsagenda.

Verbreding rollen overheid
De AIV is positief over de actieve steun die de overheid biedt aan Nederlandse bedrijven die (ook) in het buitenland actief zijn, om de overstap naar duurzaam ondernemen te maken. De overheid opereert daarbij als wetgever, partner, subsidiegever en marktmeester. Die vierdubbele pet vraagt wel om een coherente aanpak en de nodige afstemming.

Voor Nederlandse ondernemingen is het ongelijke internationale speelveld vaak nog wel een probleem. Concurrenten opereren vanuit andere wettelijke kaders en andere visies op duurzame ontwikkeling.  Slim opereren door het ontbreken van een level playing field bevordert soms echter ook innovatie en daarmee een betere concurrentiepositie.