Hoogste tijd voor forse investeringen in veiligheid en stabiliteit in Noordelijk Afrika

9 juni 2016

Den Haag, 9 juni 2016
 

Europa, dus ook Nederland, wordt direct bedreigd door de veiligheidsrisico’s afkomstig uit Noordelijk Afrika (Noord-Afrika, de Sahel, West-Afrika en de Hoorn van Afrika): terrorisme en religieus extremisme, drugs- en mensensmokkel, proliferatie van wapens en grote migratiestromen. De AIV gaat er vanuit dat deze risico’s voorlopig niet zullen verdwijnen, ook al omdat de klimaatverandering en de sterke bevolkingsgroei in Afrika (prognoses voorspellen een groei van 1,2 miljard inwoners nu naar 4,4 miljard in 2100) de veiligheidssituatie in Noordelijk Afrika verder onder druk zullen zetten. Daarom adviseert de AIV het kabinet– in het vandaag gepubliceerde advies ‘Veiligheid en stabiliteit in Noordelijk Afrika’ - aanzienlijk meer financiële middelen aan te wenden voor een intensivering van het geïntegreerde veiligheids- en stabiliteitsbeleid ten behoeve van Noordelijk Afrika. De  AIV beveelt daarbij aan de investeringen in werkgelegenheid in Noordelijk Afrika fors te vergroten.

Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar de Sahel vanwege de enorme problemen in deze buitengewoon arme regio en de sleutelrol die het gebied vervult voor de regionale stabiliteit, niet in de laatste plaats voor Noord-Afrika. Via de Sahel verplaatsen drugs- en wapensmokkel, mensensmokkel en mensenhandel en terroristische groeperingen zich van en naar Noord-Afrika. De AIV beveelt aan ten behoeve van toekomstige Nederlandse inzet in de Sahel, een meerjarig strategisch plan te ontwikkelen.

De AIV is van oordeel dat de Nederlandse krijgsmacht met hoogwaardige personele en materiële capaciteiten kan bijdragen aan de opbouw van de veiligheidssector (Security Sector Reform, ofwel SSR) en de versterking van de regionale crisisbeheersingscapaciteit, onder meer gericht op terrorismebestrijding, piraterijbestrijding en grensbewaking. Daarnaast zal de krijgsmacht ook de komende jaren activiteiten in Noordelijk Afrika kunnen ontplooien in het kader van de gereedstelling van eigen eenheden (oefenen en trainen) en in het kader van operationele samenwerking met partnerlanden. Specifieke aandachtsgebieden bij inzet van de Nederlandse krijgsmacht zijn, naast het brede terrein van SSR, de inzet van special forces, counter-IED, gender, capaciteitsopbouw kustwacht, grensbewaking en inlichtingen. Vanwege de beperkte capaciteit van de krijgsmacht vergt deze taakverzwaring extra investeringen in de krijgsmacht die deel uitmaken van de eerder door de AIV bepleite aanzienlijke verhoging van het defensiebudget.

Wat Libië betreft adviseert de AIV het kabinet Nederlandse deelname aan een civiele of militaire missie, mocht de regering van nationale eenheid een beroep doet op de internationale gemeenschap, te overwegen. In samenwerking met buitenlandse oliemaatschappijen zou een begin kunnen worden gemaakt met hervatting van de olieproductie mits de baten niet ten goede komen aan aanhangers van het voormalige Qaddafi-regime of terroristische groepen. Onder dezelfde voorwaarden acht de AIV het noodzakelijk de bevriezing van de financiële tegoeden ongedaan te maken. Op deze wijze zou de economische ontwikkeling van Libië weer op gang kunnen komen. Daarnaast zou de EU, als de stabiliteit in Libië is toegenomen, ook assistentie kunnen verlenen bij de wederopbouw van de nationale strijdkrachten.

De AIV acht het noodzakelijk dat de EU een humaan en volwaardig geharmoniseerd Europees asiel- en migratiebeleid ontwikkelt en samen met de VN de bouw en het beheer van adequate ontvangcentra voor vluchtelingen financiert. Van hieruit kunnen de lidstaten in onderlinge samenspraak gereguleerde routes voor asiel en migratie naar het Europese grondgebied opzetten. Tevens dient de EU fors bij te dragen aan de duurzame bescherming van vluchtelingen in de regio, door met onderwijs- en werkgelegenheidsprojecten een toekomstperspectief te bieden in het opvangland.

De AIV adviseert het kabinet zich in de EU in het kader van associatieverdragen, in te zetten voor verdere verlaging van Europese handelsbarrières voor de invoer van landbouwproducten, industrieproducten en diensten uit Noordelijk Afrika. Tevens dient het kabinet te blijven bijdragen aan de verbetering van de infrastructuur in deze landen. Grote multilaterale ontwikkelingsbanken en de Europese Investeringsbank kunnen hierbij een belangrijke rol vervullen. Daarnaast dient Nederland te blijven werken aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën voor landbouw en efficiënt watergebruik. Vanwege de enorme bevolkingsgroei in Noordelijk Afrika acht de AIV het daarnaast noodzakelijk dat het kabinet prioriteit blijft geven aan de bevordering van SRGR (seksuele reproductieve gezondheid en rechten).