Adviesaanvraag Afrika 2020: welke rol voor internationale samenwerking op een continent van wisselende groeiperspectieven, ongelijkheid en instabiliteit?

17 oktober 2016

Aan de Voorzitter van de
Adviesraad Internationale Vraagstukken
Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB  Den Haag

Datum    12 oktober 2016
Beteft      Adviesaanvraag Afrika 2020: welke rol voor internationale samenwerking op een continent van wisselende groeiperspectieven, ongelijkheid en instabiliteit?

Geachte heer De Hoop Scheffer,

Nog maar enkele jaren geleden leefde in het ‘beyond aid’ discours de overtuiging dat ontwikkelingssamenwerking spoedig overbodig zou worden dankzij wereldwijde economische vooruitgang. En inderdaad ontgroeien veel ontwikkelingslanden structureel de armoede en is het percentage extreme armen wereldwijd nog nooit zo laag geweest (onder 10%). Maar het gaat lang niet zo snel als eerder voorspeld, meer landen blijven achter, terwijl nieuwe problemen zich aandienen en ook Europa raken. Dat geldt zeker voor het Afrikaanse continent, waar nu nog bijna 400 miljoen mensen leven in een situatie van extreme armoede.

Eén les is dat globalisering gepaard gaat met grote ongelijkheid binnen landen. Dat blijkt ook in Afrika: grote delen van de bevolking profiteren nauwelijks van de nationale economische groei. Bovendien zijn de Afrikaanse economieën nog erg afhankelijk van grondstoffen. De productiviteit in de landbouw groeit maar langzaam, industriële productie komt nauwelijks van de grond en de uitbreidende dienstensector levert weinig op. Grote uitdaging voor Afrika is om in deze fase van globalisering aansluiting te vinden bij de ontwikkelingen in de wereldeconomie en de snelle technologische veranderingen die daarmee gepaard gaan. Terwijl de bevolking in Afrika snel toeneemt (van 1 miljard mensen nu tot 4 miljard in 2100 is de voorspelling) en de verstedelijking in hoog tempo voortschrijdt, ontbreekt het vooralsnog aan werkgelegenheid voor tientallen miljoenen jongeren. Zwak staatsoptreden, interne conflicten, religieuze agitatie en terroristische groeperingen bedreigen de stabiliteit in een groot aantal Afrikaanse landen en zetten ze ook economisch verder op achterstand. De fall-out hiervan raakt Nederland en Europa, en meer dan ooit. Naast de influx van vluchtelingen uit het Midden-Oosten is een stroom van asielzoekers en irreguliere migranten op gang gekomen vanuit meerdere Afrikaanse regio’s, op zoek naar beter perspectief. Klimaatverandering kan een aantal negatieve ontwikkelingen verder versterken.

Ondertussen is internationale samenwerking aan het veranderen. OS heeft de afgelopen decennia de sociale dimensie van ontwikkeling mee helpen verbeteren: in veel Afrikaanse landen is toegang tot gezondheidszorg en onderwijs vergroot, kinder- en moedersterfte teruggedrongen, water en sanitatie verbeterd, etc. Daarnaast is in economische infrastructuur geïnvesteerd, in toenemende mate met behulp van private middelen en blended finance. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid van de afgelopen jaren heeft een veel sterker accent gelegd op economische ontwikkeling, met betrokkenheid van onder meer het Nederlandse bedrijfsleven en deskundigheid en bevordert onder meer verduurzaming van handelsketens en private sector ontwikkeling. Op het snijvlak van veiligheid en ontwikkeling worden meer activiteiten ontplooid, brede ondersteuning van opvang in de regio heeft een nieuwe dimensie toegevoegd aan humanitaire hulp, etc. Ontwikkelingssamenwerking en het gebruik van ODA moderniseert zo en bestrijkt inmiddels een veel breder aantal terreinen en kent meer vormen dan de traditionele OS.

Tegen deze achtergrond van de vooruitgang én stagnatie in Afrika en de verbreding van internationale samenwerking, is het verzoek aan de AIV om een advies uit te brengen over de rol die internationale samenwerking van Nederland (en EU) de komende jaren kan spelen om het economisch perspectief en de stabiliteit in Afrika te verbeteren. Sub-vragen die daarbij meegenomen zouden kunnen worden:

  • Waarop moet de komende jaren de focus liggen om doelgericht bij te kunnen dragen aan meer duurzame sociaaleconomische ontwikkeling in Afrika? Hoe kan Nederland verder de samenwerking met (Nederlandse) bedrijven vormgeven, ter ondersteuning van private sector ontwikkeling? Is de nadruk op zaken ‘waar Nederland goed in is’ ook behulpzaam in de fragiele omgeving - wanneer wel, wanneer niet? Verdient de huidige beperkte samenwerking met overheden heroverweging - in welke situaties wel, in welke niet?
  • Hoe kan een coherent en geïntegreerd beleid van Nederland - op het gebied van ontwikkeling, veiligheid, defensie, duurzaamheid - ten aanzien van de achterblijvende regio’s van Afrika het beste vorm worden gegeven? Wat is de verhouding tot de Global Goals?
  • Hoe zou de bilaterale inzet zich moeten verhouden tot die op EU-niveau en die via multilaterale fora?

Ik zie uw advies met belangstelling tegemoet.

Lilianne Ploumen
Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking