Adviesaanvraag inzake Nederlandse presentie in het buitenland

6 april 2017

Aan de Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Prof.mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB  Den Haag

Datum   17 maart 2017
Betreft    Aanvraag (kort) spoedadvies AIV inzake Nederlandse presentie in het buitenland

Geachte heer De Hoop Scheffer,

Ik stel het zeer op prijs van de AIV een (kort) spoedadvies te mogen ontvangen over het thema “Bewerktuiging van het buitenlandse beleid: Nederlandse overheidspresentie in het buitenland”.

De volledige adviesaanvraag treft u in bijlage aan. 


 

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Bert Koenders

_______________________________________________________________________________

Adviesaanvraag: “Bewerktuiging van het buitenlandse beleid: Nederlandse overheidspresentie in het buitenland”

Inleiding
Nederland is als middelgrote mogendheid, met een open samenleving en een open economie, en een historisch gegroeide ‘mondiale’ oriëntering, zeer sterk afhankelijk van het buitenland. Het palet aan buitenlandse uitdagingen heeft een grote en directe invloed op Nederland en Nederlandse burgers.
De invloed van ontwikkelingen in het buitenland op de veiligheid, welvaart en duurzaamheid in Nederland verandert van aard en neemt in omvang toe.

Veiligheid van Nederland en Nederlanders wordt direct beïnvloed door een toenemend assertief Rusland, fragiele en gefaalde staten aan de randen van Europa, terrorisme, cyber en hybride dreigingen, opkomst van “illiberal democracies”, sterk toegenomen invloed van non-statelijke actoren (ook vijandelijke) op buitenlands beleid alsmede toenemende (onwenselijke) buitenlandse beïnvloeding van het Nederlandse sociaal-politieke bestel.

Onze welvaart is sterk afhankelijk van de export, die wordt beïnvloed door de "rise of the rest" en een economische shift naar Azië, van de gevolgen van de Brexit, van protectionistische tendensen, maar ook van kansen om nieuwe markten aan te boren.

De duurzaamheid van onze samenleving wordt geraakt door (geo)politieke gevolgen van klimaatverandering, de gevolgen van de demografische explosie in Afrika, humanitaire crises/ ongelijkheid en de daaruit ontstane migratiestromen.

Antwoorden op deze vraagstukken die de Nederlandse samenleving direct raken, zocht Nederland traditiegetrouw via een sterke Transatlantische relatie, via versterking van het multilaterale stelsel alsmede via Europese samenwerking. Velen voelen onzekerheid over de trans-Atlantische verhoudingen. Het multilaterale (liberaal-democratische) stelsel dat is opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog, alsmede de universaliteit van bepaalde ordeningsprincipes (inclusief mensenrechten en internationaal recht), staan sterk ter discussie. Die ordeningsprincipes zijn essentieel voor het Nederlands economisch belang (level playing field, afspraken over internationale vrijhandel, etc.). We zien dat de samenwerking in de Europese Unie steeds intensiever wordt, waarbij de belangen die voor Nederland op het spel staan steeds groter worden. De onderwerpen op de agenda zijn ook in toenemende mate onderwerp van (binnenlands-) politieke controverse, zowel in Brussel als in de Europese hoofdsteden. Het onderhandelingsspel vindt in een Unie van 28 lidstaten niet alleen meer plaats aan de tafel in Brussel, maar ook tussen de hoofdsteden. De kwaliteit van de informatiepositie bepaalt mede de effectiviteit van de onderhandelingsinzet.

Dit alles vereist een actief en wendbaar optreden van Nederland in het buitenland (zowel in bilateraal als multilateraal verband) om de Nederlandse belangen veilig te stellen en ons waardenstelsel uit te dragen en te verdedigen.

Vragen
Tegen deze achtergrond stelt het kabinet het op prijs een advies van de AIV te mogen ontvangen met een antwoord op de volgende 3 vragen:

  1. Hoe zou de Nederlandse overheid bewerktuigd moeten zijn om in het buitenland de Nederlandse belangen in deze snel veranderende internationale omgeving adequaat te behartigen en waarden uit te dragen? Wat heeft Nederland daarvoor nodig?
     
  2. Is de Nederlandse overheidspresentie (postennet) in het buitenland (Ambassades, Permanente Vertegenwoordigingen, Consulaten-generaal, NBSO's) voldoende toegerust om effectief in de sterk veranderende internationale omgeving te kunnen opereren?
     
  3. Heeft Nederland zijn posten in dat perspectief op de goede plaatsen (landen/steden/organisaties) ontplooid? Welke geografische of thematische leemtes zijn er?