NAVO onvoldoende toegerust voor kerntaak

10 november 2017

Den Haag, 10 november 2017

De NAVO is onvoldoende toegerust voor zijn kerntaak: het voorkomen van agressie tegen de leden door geloofwaardige afschrikking en collectieve verdediging. Kwetsbare delen van het bondgenootschappelijke grondgebied, zoals de Baltische staten, zijn niet goed beschermd. Een assertief Rusland kan misbruik maken van deze situatie. De voorbereiding van de NAVO-landen op scenario’s met cyberaanvallen en hybride oorlogvoering is ontoereikend. Ook heeft de NAVO nog geen passend antwoord op de veiligheidsuitdagingen in Noordelijk Afrika en het Midden-Oosten. Dat concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het vandaag verschenen advies ‘De Toekomst van de NAVO en de Veiligheid van Europa’.

‘Het is twijfelachtig geworden of de NAVO slagvaardig en eensgezind zal optreden als het erop aan komt. Op een toenemend aantal terreinen is sprake van interne verdeeldheid. Onduidelijkheid over het politieke leiderschap van de Verenigde Staten onder president Trump gaat gepaard met zorgen over de eenheid van het bondgenootschap als waardengemeenschap’, aldus commissievoorzitter Joris Voorhoeve. Zo is een moeizame relatie ontstaan met het belangrijke lid Turkije, dat het minder nauw neemt met de rechtsstatelijkheid en de pluriforme democratie en nota bene in Rusland nieuwe raketsystemen heeft besteld. Ook in enkele andere NAVO-landen baren ontwikkelingen betreffende de rechtsstatelijkheid zorgen.

De AIV bepleit in zijn advies daarom allereerst versterking van de interne cohesie en verbetering van de trans-Atlantische relatie, want de Verenigde Staten blijven onmisbaar voor de veiligheid van Europa. De Amerikaanse betrokkenheid dient te worden versterkt door serieuze inspanningen van de Europese NAVO-landen zelf. Dat geldt ook voor Nederland waar de versterking en de vernieuwing van de krijgsmacht voortvarender ter hand moeten worden genomen. Nauwere veiligheidspolitieke samenwerking tussen de Europese NAVO-landen is cruciaal. Joris Voorhoeve: ‘Naar het oordeel van de AIV is het noodzakelijk dat in het Nederlands veiligheids- en defensiebeleid, naast de trans-Atlantische oriëntatie, meer gewicht wordt toegekend aan de continentale oriëntatie. De ontwikkeling en verdieping van het Europese veiligheids- en defensiebeleid nemen onder leiding van Duitsland en Frankrijk de komende jaren een hoge vlucht. Nederland doet er goed aan om van meet af aan actief mee te denken met de Frans-Duitse voorstellen en op ambitieuze wijze deel te nemen aan versterkte samenwerking op defensiegebied’.

De AIV is voorts van mening dat de tot nu toe getroffen maatregelen onvoldoende zijn voor een geloofwaardige afschrikking en verdediging van Europa. Zo zijn er meer voorwaarts ontplooide eenheden nodig in de Baltische staten. Militaire eenheden die dienen ter versterking moeten ook werkelijk snel beschikbaar en verplaatsbaar zijn. De Europese NAVO-landen zouden volgens de AIV met prioriteit uitvoering moeten geven aan een ‘militair Schengen’: de opheffing van belemmeringen voor de snelle verplaatsing van militaire eenheden, waaronder grensformaliteiten. De NAVO-landen zijn onvoldoende voorbereid op nieuwe bedreigingen zoals cyberaanvallen en daarom bepleit de AIV de ontwikkeling van een offensieve cyberstrategie. De AIV is bovendien van mening dat de NAVO – gelet op de ingrijpende ontwikkelingen op nucleair gebied – genoodzaakt is haar nucleaire strategie te herzien. 

De NAVO heeft ook een belangrijke rol te spelen aan de zuidflank van Europa, namelijk bij de beheersing van spanningen in dat gebied, het helpen voorkomen van verdrinking van vluchtelingen en migranten, en bestrijding van mensenhandel en terrorisme. Dat noopt tot nauwe samenwerking met veiligheidspartners, waaronder de EU, en tot een geïntegreerde inzet in samenhang met diplomatie en ontwikkelingssamenwerking. De NAVO kan voorts bijdragen leveren in situaties waarbij inspanningen om vrede en stabiliteit te bevorderen worden tegengewerkt door gewapende tegenstanders. De AIV is van mening dat de NAVO vanwege de veiligheidsbelangen in Noordelijk Afrika en het Midden-Oosten een zuidelijke strategie moet formuleren.