AIV: Coalitievorming na Brexit vraagt koerswending en nieuwe partners

7 september 2018

Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie noopt Nederland tot een heroriëntatie. Niet langer kan Nederland in de EU rekenen op Britse steun voor bijvoorbeeld de interne markt of om onwelgevallige Duits-Franse plannen af te remmen. Tevens valt de Brexit samen met grote veranderingen rond en binnen Europa die om gezamenlijk handelingsvermogen vragen: de EU moet meer zijn dan een markt en ook bescherming bieden inzake veiligheid, migratie en klimaat. Deze dubbele ontwikkeling vergt van Nederland een actieve inzet met nieuwe partners. Een leiderschapsrol onder gelijkgezinde, kleinere landen – de Benelux, de Noordelijke en Baltische lidstaten – is zinvol maar kan geen meerderheden afdwingen. Nederland moet daarom ook nauwer samenwerken met grote lidstaten als Spanje en Italië en bemiddelen bij Frans-Duitse voorstellen voor een slagvaardiger Europese Unie. Dat concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het vandaag verschenen advies ‘Coalitievorming na de Brexit. Allianties voor een Europese Unie die moderniseert en beschermt’, opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer.  

Algemeen
Met de Brexit verliest Nederland in het Verenigd Koninkrijk een bondgenoot op belangrijke terreinen als de interne markt, de handelspolitiek en een doelmatig begrotingsbeheer. Dit verlies moet wel in verhouding worden gezien. Tegelijk moet namelijk de agenda van vrij verkeer worden aangevuld en gemoderniseerd. Monika Sie, voorzitter van de commissie die het advies opstelde, zegt daarover: ‘De mondiale uitdagingen op het gebied van economie, veiligheid, migratie en klimaatverandering vereisen een Unie die meer doet dan markten liberaliseren. Ze moet ook de lidstaten ondersteunen om de Europese manier van leven te waarborgen. Niet alleen de externe omstandigheden nopen ertoe; ook burgers vragen om een Europa dat hen beschermt en greep op het leven geeft. Voor dit streven hebben de Britten zich minder ingezet.’

Samenwerking op specifieke beleidsdomeinen
Wat betreft de interne markt ligt voortzetting van de samenwerking met de gelijkgezinde Noordse en Baltische lidstaten, de Ieren en deels ook de Visegrád-landen voor de hand. Op klimaatterrein biedt inzetten op nauwe samenwerking met Zweden en Finland, maar zeker ook met Frankrijk, de Benelux en Duitsland de grootste kans op succes. Met betrekking tot de Economische en Monetaire Unie bepleit de AIV een constructieve opstelling ten aanzien van Frans-Duitse initiatieven.

Met de Brexit komt het VK op grotere afstand van het Europees veiligheids- en defensiebeleid te staan. Tegelijkertijd is blijvende Britse betrokkenheid onmisbaar gezien de Britse status van vooraanstaande militaire mogendheid. Naar het oordeel van de AIV dient Nederland het streven naar grotere Europese zelfredzaamheid op defensieterrein te steunen. Ook hier ligt hechtere samenwerking met Frankrijk voor de hand. Ten aanzien van de Europese migratiesamenwerking zijn behalve Duitsland en Frankrijk ook de lidstaten aan de EU-buitengrenzen belangrijke partners.

Het Britse vertrek leidt ook tot een gat in de komende EU-begroting, op een moment dat nieuwe taken zich voordoen. Dus moet rekening worden gehouden met een hogere Nederlandse afdracht aan het komende Meerjarig Financieel Kader (2021-2027). Nederland dient in een coalitie van ‘zuinige moderniseerders’ aan te dringen op conditionaliteit, te koppelen aan rechtsstatelijkheid en migratiebeleid, en op modernisering van de begroting, bijvoorbeeld door een lager landbouwbudget. Het kabinet kan binnen een dergelijke coalitie een leidende rol op zich nemen.