Adviesaanvraag EU-China

15 oktober 2018

De Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB DEN HAAG

Datum 9 oktober 2018
Betreft Adviesaanvraag EU-China

Geachte voorzitter,

China biedt de EU en NL kansen maar vormt tevens een uitdaging. Op het ene onderwerp is het land een partner, op het andere een concurrent. Op sommige terreinen gaan Chinese ontwikkelingen in tegen onze belangen. Chinese initiatieven zoals bijvoorbeeld het Belt and Road Initiative (BRI) kennen positieve en negatieve kanten. Ook China’s inzet om een technologisch hoogwaardige maakindustrie te ontwikkelen (Made in China 2025) vraagt een antwoord van Europese beleidsmakers.

De EU heeft een EU-China strategie geformuleerd. Verder wordt er gediscussieerd over een Europees toetsingsmechanisme voor investeringen. In het najaar zal een EU connectivity strategy worden gepresenteerd, die net als het Belt and Road Initiative ingaat op de verbindingen tussen Europa en Azië. Is dit voldoende om de Europese belangen te waarborgen? Worden ook de Nederlandse belangen voldoende gediend?

In de bredere geopolitieke en economische context is er veel te zeggen voor een eensgezind optreden van de EU richting China, om zo meer impact te hebben, maar in de praktijk lukt dit niet altijd even goed. De economische concurrentie tussen lidstaten en de verschillende accenten die lidstaten leggen in de relatie met China, als ook in meer algemene zin de moeilijkheid om met de EU een gemeenschappelijk veiligheids-en buitenlands beleid te voeren, maken het lastig om met één stem te spreken. Er spelen uiteraard ook institutionele en handelspolitieke aspecten ten aanzien van grote strategische partners, die invloed hebben op de benadering van China.

Dan is er China zelf: China weet telkens zwakke plekken te vinden in het front van de EU, en daarop in te spelen, of het nu gaat om Europese kritiek op China’s omgang met mensenrechten, of bepaalde Chinese handelspraktijken. Een voorbeeld daarvan is China’s belofte tot investeringen in en meer import vanuit individuele lidstaten als instrument om een kritische opstelling af te zwakken. Ook regionale initiatieven zoals 16+1 (samenwerking tussen China, een aantal Oostelijke EU-lidstaten en een aantal landen buiten de EU) maken het lastiger om als EU een eensgezind geluid te laten horen.

Kortom, versterking van de effectiviteit van het Europees optreden op het terrein van het Europees Veiligheids- en Buitenlands Beleid en het Handels- en Investeringsbeleid als antwoord op de rol en invloed van China in de EU, lijkt geboden. In het licht hiervan stelt het kabinet het op prijs om van de AIV een advies te ontvangen, uiterlijk eind dit jaar, aan de hand van de volgende vragen:

  1. Op welke beleidsterreinen speelt het probleem van een gebrekkig Europees eensgezind     optreden richting China en hoe manifesteert het zich? Kan de Adviesraad in kaart brengen wat hieraan aan EU-zijde ten grondslag ligt, en welke rol China hierin speelt?
     
  2. Kan de Adviesraad aangeven wat de (politieke en economische) gevolgen voor Nederland zijn van een gebrek aan eensgezind effectief Europees optreden?
     
  3. Kan de Adviesraad benoemen hoe (voor Nederland relevant) Europees eensgezind effectief optreden ten aanzien van China vergroot kan worden? Welke rol zou Nederland kunnen spelen om hieraan een bijdrage te leveren?
     
  4. Wat zijn de specifieke belangen en positie van Nederland hierbij? In welke mate moeten en kunnen we Nederlandse belangen via de EU behartigen of moet dat op een andere manier gebeuren?

Stef Blok
Minister van Buitenlandse Zaken