Asiel en Migratie

15 mei 2019

De Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB DEN HAAG

Datum  15 mei 2019

Betreft    Adviesaanvraag asiel en migratie

Geachte voorzitter,

Er zijn verschillende voor Nederland prioritaire Europese dossiers waarop belangrijke tegenstellingen bestaan, zoals de EMU, klimaat, rechtsstatelijkheid en migratie. Echter, bij migratie is de impasse, met name op het terrein van asiel, zodanig dat al tijden geen voortgang is geboekt en velen zich zorgen maken of de impasse nog wel is te doorbreken.

Irreguliere migranten zullen blijven proberen de Unie te bereiken en het thema migratie zal op de agenda blijven als gevolg van de te verwachte bevolkingsgroei in Afrika, klimaatverandering, de veranderende geopolitieke verhoudingen en het in tal van landen disfunctioneren van de (rechts)staat. Sinds de migratiecrisis van 2015-2016 is de Unie niet in staat gebleken het wetgevend kader zodanig aan te passen dat de Unie voorbereid is op een volgende instroomcrisis.

Migratiestromen zijn veranderlijk. De belangrijkste irreguliere migratieroute liep in 2015-2016 nog via Griekenland en de Westelijke Balkan  en bestond  voor  een groot deel uit Syriers op de vlucht voor  de burgeroorlog.  Na de EU-Turkije verklaring en de sluiting van de Westelijke Balkanroute daalden die aantallen drastisch. De centraal Mediterrane route was vervolgens de grootste totdat, met name, afspraken met Libie in zomer 2018 leidden tot een forse daling. In 2018 en 2019 is de westelijk Mediterrane route de actiefste.  Anders dan in  2015-2016  op de oostelijke route, hebben de migranten op de andere  twee  routes  veel  vaker een economisch motief om te migreren. De meeste van deze migranten hebben geen recht op bescherming en zouden na afronding van de asielprocedure moeten terugkeren. Terugkeer komt echter onvoldoende tot stand.

Hoewel van een instroomcrisis zoals in 2015-2016 geen sprake is, is er wel een politieke crisis. De lidstaten slagen er sinds voorjaar 2016 niet in om een akkoord te bereiken over wetgevingsvoorstellen om het gemeenschappelijke Europees asielstelsel te herzien. Daarbij is duidelijk dat de lidstaten die in 2004 toetraden tot de EU uitdrukkelijk positie innemen gericht op het voorkomen van immigratie van enige schaal. Het bekendste twistpunt is of er een verplichtend solidariteitsmechanisme voor de herplaatsing van asielzoekers moet worden ingesteld. Er is ook onenigheid, met name met lidstaten aan de zuidelijke buitengrens, over hoelang een lidstaat verantwoordelijk blijft voor een individuele asielzoeker en over het al dan niet verplicht stellen van het gebruik van de zgn. grensprocedure.

In Nederland zijn de gevolgen van het disfunctionerende Europese asielstelsel dat ons te land te kampen heeft met aanzienlijke secundaire  migratiestromen:  meer dan de helft van de asielzoekers die zich in Nederland melden is nog niet eerder in een lidstaat geregistreerd. Een gerelateerd en meer recent fenomeen waar Nederland mee worstelt is lokale  overlast  in  en random  opvanglocaties veroorzaakt door asielzoekers die veelal afkomstig uit  veilige landen van herkomst of anderszins een lage kans op een asielvergunning hebben. Daarom is het voor Nederland effectiever om op te treden  tegen secundaire  stromen  (en in extenso ook primaire stromen) en het realiseren  van  meer  terugkeer  essentieel.  Zolang dat niet gebeurt zal ook de druk op het functioneren van Schengen voortduren.

Kortom, versterking van de effectiviteit van het Europees optreden op het terrein van asiel en migratie is geboden, en dan met name op het interne domein (draagvlak voor gemeenschappelijk extern optreden is groter, bv de EU-Turkije Verklaring). In het licht hiervan stelt het kabinet het op prijs om van de AIV een advies te ontvangen, uiterlijk  voorjaar  2020, aan  de hand van de volgende vragen:

  • Hoe kunnen we de politieke impasse op asielterrein doorbreken?

  • Welke kansen ziet de Adviesraad voor besluitvorming wanneer een nieuwe Commissie en Europees Parlement aantreden?

  • Welke opties voor besluitvorming over migratie ziet de Adviesraad? Zijn alternatieve vormen denkbaar om tot oplossing te komen (bv. kopgroepen, bilateraal, consensus)? Welke aanbevelingen kan de AIV hieromtrent doen?
  • Hoe behouden we een functionerend Schengen? Is het wenselijk de koppeling tussen asiel en Schengen te herstellen, en zo ja, in welke regelgeving en op welke wijze kan deze het best gelegdwarden?

Met het oog op de behandeling van bovenstaande vragen zou de AIV onder meer de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) kunnen consulteren.

Mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Stef Blok

Minister van Buitenlandse Zaken