Adviesaanvraag over 'Regulering van online content'

27 mei 2019

Aan de Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB
DEN HAAG

Datum  27 mei 2019

Betreft  Aanvraag voor AIV-advies over regulering van online content

Geachte voorzitter,

Nederlands internetbeleid, zowel binnenlands als buitenlands, richt zich op het verdedigen en stimuleren van het open, vrije en veilige internet. Het internet is een plek waar mensenrechten, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming tegen willekeurige of onwettige inmenging in priveleven, onverminderd van kracht zijn. Inperking van deze rechten online dient te voldoen aan de internationaal vastgestelde voorwaarden. Nederland zet zich hier stevig voor in.

In de Nederlandse digitaliseringsstrategie van junl 2018 wordt de Nederlandse voortrekkersrol onder meer gekenmerkt door het versterken van weerbaarheid van burgers en organisaties en bescherming van grondrechten en ethiek In de digitale tijd1 De Nederlandse Cyber Security Agenda2 van april 2018 benoemt het beschermen van waarden en grondrechten in het digitale domein als belangrijk onderdeel van cybersecurity. De Internationale Cyberstrategie3 van februari 2017 stelt dat Nederland baat heeft bij een wereldwijde bescherming van mensenrechten online en de actualisering van het mensenrechtenbeleid4 van mei 2018 benadrukt de inzet op respect voor universele rechten van de mens offline en online en identificeert vrijheid van meningsuiting offline en online als een van de prioriteiten van het Nederlands buitenlands mensenrechtenbeleid.

De laatste tijd groeien echter de zorgen over online content (datgene wat door gebruikers  op het internet gedeeld wordt) waar een dreiging van uitgaat - van bijvoorbeeld kwetsbare groepen in de samenleving, democratische processen of de zittende macht - en de verspreiding ervan.

Veel landen beschouwen het bestaan en verspreiden van deze online content als veiligheidsvraagstuk en ontwerpen regelgeving met inperking van de ruimte voor uitoefening van mensenrechten online en impact op de functionaliteit van het wereldwijde internet.

Regulering van het internet is een uitdagend vraagstuk omdat Nederland gericht is op minimale regulering en het vrijlaten van de internetmarkt. Zowel de infrastructuur als de contentlaag van het internet is in private handen. Op deze wijze wordt volgens Nederland het beste het vrije, open en veilige karakter van het internet behouden. In veel democratische landen wordt door overheden met name verwezen naar de verantwoordelijkheid van deze bedrijven om zelfregulering toe te passen om verspreiding van ongewenste online content tegen te gaan.

De roep om internationale regulering door overheden van online content wordt echter steeds sterker. De verwachting is dat internationale en nationale regulering in andere landen implicaties kan hebben voor het wereldwijde open en vrije internet en de ruimte voor internetgebruikers in Nederland. Het is van belang dat Nederland hierop anticipeert door reguleringsopties te onderzoeken zonder de terughoudendheid ten aanzien van regulering van online content te veronachtzamen.

Nederland heeft de potentie  om  binnen de EU en in internationale  gremia  een voortrekker te zijn als pleitbezorger van een rechtsstatelijke, mensenrechteninclusieve benadering van regulering van online content. Dit zou een aanvulling vormen op de reeds gezaghebbende internationale positie van Nederland op het gebied van de toepassing en implementatie van internationaal recht, inclusief mensenrechten, in cyberspace. Gezien  de  nauwe verwevenheid tussen binnen- en buitenlands beleid ten aanzien van het internet, is een herkenbare Nederlandse visie en praktijk noodzakelljk om internationaal effectief te zijn.

Een spoedig AIV-advies met richtinggevende beleidsaanbevelingen op dit onderwerp heeft toegevoegde waarde voor de internationale inzet van Nederland en kan complementair zijn aan nationale beleidstrajecten. Het advies kan voortbouwen  op  AIV-advies  'Het  internet; een wereldwljde vrije ruimte met begrensde  staatsmacht' door met name aanbeveiling 8 uit dit advies omtrent de omgang met internetbedrijven nader uit te werken voor de specifieke uitdaging omtrent regulering van ongewenste online content.

Het kabinet wil de volgende vragen aan de AIV voorleggen:

  1. Op welke internationale ontwikkelingen omtrent regulering van online content en verspreiding ervan, inclusief in het multilaterale domein, moet Nederland waakzaam zijn?Welke handelingsopties heeft Nederland? Wat kan Nederland het beste doen om internatlonale ontwikkelingen te beinvloeden in multi-en bilateraal verband?

  2. In het licht van de antwoorden op bovenstaande vragen: wat zijn reguleringsopties van online content door overheden? Hoe kan regulering mensenrechteninclusief worden vormgegeven zodat democratische waarden en mensenrechten gewaarborgd worden op het internet? Wat zijn de keerzijden van regulering? Wat past bij de Nederlandse rechtspraktijk en de traditionele Nederlandse houding van terughoudendheid?

  3. Op welke manieren kan richting en sturing worden gegeven aan private internetbedrijven als belangrijke actor bij het uitvoeren van regulering?                                            

Ik zie uw advies graag voor het einde van het jaar tegemoet.

Stef Blok
Minister van Buitenlandse Zaken
 

1 Kamerstuk 26643-541, tevens in lijn met motie 26643-566 over nadruk op grondrechten en ethiek in de Digitaliseringsstrategie.
2 Kamerstuk 26643-536
3 Kamerstuk 26643-447
4 Karnerstuk 26643-447