De Arabische regio, een onzekere toekomst

14 juni 2012

Den Haag, 14 juni 2012

De Arabische regio, een onzekere toekomst.

De revoluties in met name Tunesië, Egypte en Libië werden aangevoerd door een nieuwe generatie van relatief goed opgeleide, maar veelal werkloze jongeren, die meer zeggenschap wenst over het bestuur van het land en zelf wil bepalen hoe men zijn eigen leven leidt, maar die de politieke en economische middelen ontbeert om daaraan invulling te geven. De paradox is dat zij revoluties hebben aangezwengeld die meer ruimte hebben gecreëerd voor sociaal conservatieve stromingen. Het is dan ook de vraag of de hervormingsbewegingen in de Arabische regio op korte termijn zullen leiden tot werkelijke democratie en een verbetering van de mensenrechtensituatie.


De Arabische regio is volop in beweging. Sinds eind 2010 zijn in een aantal landen hervormingen gaande, waarvan nog niet duidelijk is waartoe die zullen leiden. De AIV plaatst deze hervormingen in de context van twee trends, die zich al jaren in de Arabische regio voordoen. In de eerste plaats bestaat er al decennia een sterke wens onder de bevolking tot meer zeggenschap over het bestuur van het eigen land. In de tweede plaats is het accent op de islamitische identiteit sterker geworden. Deze trend is zichtbaar in het persoonlijke leven van mensen en in de samenleving. Hoewel deze twee trends in vrijwel alle landen van de Arabische regio voorkomen, zijn er toch grote verschillen tussen de landen. De AIV licht deze diversiteit in het rapport toe met een aantal voorbeelden.

De AIV constateert dat in de Arabische regio diverse discussies worden gevoerd over de relatie tussen democratie en mensenrechten enerzijds en islam anderzijds. Binnen de islam bestaan stromingen die daarover zeer uiteenlopende opvattingen hebben. Over de betekenis van de twee trends voor democratie en mensenrechten valt daarom niets met zekerheid te zeggen, maar de AIV wijst wel op een aantal risico’s.

Als Arabische regeringen zich nadrukkelijk zouden willen laten leiden door een conservatieve interpretatie van de politiek-juridische beginselen van de islam, dan is er naar het oordeel van de AIV een zeker risico dat zich op de volgende vier terreinen problemen voordoen ten aanzien van mensenrechten: het verbod op discriminatie op grond van geslacht, het verbod op discriminatie op grond van religie, de vrijheid van meningsuiting en enkele strafrechtelijke bepalingen. De positie van vrouwen zou kunnen verslechteren, juist als gevolg van de democratisering. Groepen die expliciet vrouwendiscriminatie bepleiten zijn meestal in de minderheid, maar zijn wel zeer vocaal. Deze opvattingen worden bovendien door brede lagen van de Arabische samenlevingen gedragen. Anderzijds zijn er in een aantal Arabische landen een aanzienlijk aantal hoog opgeleide en economisch zelfstandige vrouwen. Het is te verwachten dat zij hun maatschappelijke positie niet zonder slag of stoot zullen opgeven.

De AIV heeft verder als belangrijk punt van zorg dat in het nieuwe, democratische enthousiasme van Arabische landen het begrip democratie uitgelegd zou kunnen worden als de macht van de meerderheid, zonder dat de rechten van minderheden worden gegarandeerd. Het houden van verkiezingen is niet het enige criterium waarop het democratische karakter van een land kan worden beoordeeld. Er moeten voldoende tegenwichten zijn, onder andere om de rechten van individuele burgers en minderheden te waarborgen.

Voorts trekt de AIV de conclusie dat de ontwikkelingen in de regio om een nieuwe aanpak van het Midden-Oosten Vredesproces vragen. De EU en haar bondgenoten zouden zich moeten bezinnen op nieuwe initiatieven om het Arabisch-Israëlische conflict te helpen oplossen.

Ten slotte benadrukt de AIV het belang van communicatie; met alle relevante politieke partijen en maatschappelijke stromingen, met andere regeringen (ook als die niet democratisch zijn). Alleen door te communiceren kan Nederland te weten komen wat er speelt in de Arabische regio, zijn eigen belangen behartigen, principes uitdragen en enige invloed op de ontwikkelingen blijven uitoefenen, hoe bescheiden ook.