AIV pleit voor eigen rol Nederland en EU bij vredesproces Midden-Oosten

16 april 2013

AIV - ADVIESRAAD INTERNATIONALE VRAAGSTUKKEN

P E R S C O M M U N I Q U É

AIV PLEIT VOOR EIGEN ROL NEDERLAND EN EU BIJ VREDESPROCES MIDDEN-OOSTEN

Den Haag, 16 april 2013

Nederland moet zich inspannen zijn partners binnen de EU te doordringen van de noodzaak op korte termijn een gezamenlijk initiatief te nemen om een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict naderbij te brengen. Om een maximaal effect te bereiken is het raadzaam dit zo mogelijk tezamen met de VS te doen. Zo nodig moet de EU echter haar eigen verantwoordelijkheid nemen en zelfstandig proberen partijen bij elkaar te brengen.

Dit staat te lezen in het advies Tussen woord en daad. Perspectieven op duurzame vrede in het Midden-Oosten, dat de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) vandaag heeft uitgebracht. De AIV heeft het advies opgesteld op verzoek van de Eerste Kamer, die zich geïnteresseerd toonde in “de concrete mogelijkheden die er zijn voor Nederland om eigenstandig, alsook in Europees en ander internationaal verband, bij te dragen aan het vinden van een werkbare oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict”.

De AIV wijst erop dat het vredesproces in het Midden-Oosten nu al enige jaren stil ligt. Israël en de Palestijnen lijken niet geneigd uit zichzelf binnen afzienbare tijd de gang naar de onderhandelingstafel (opnieuw) te maken. Dit is reden voor diepe bezorgdheid, omdat de urgentie van het vinden van een vredesregeling groter is dan ooit. Enerzijds maakt een voortgaande uitbreiding van Israëlische nederzettingen op de Westelijke oever van de Jordaan de uitvoering van het tweestatenmodel praktisch onmogelijk, anderzijds hebben de politieke omwentelingen in de Arabische wereld geleid tot een hoge mate van instabiliteit (en daarmee onvoorspelbaarheid) in de directe omgeving van de betrokken partijen. De AIV ziet de tweestatenoplossing nog steeds als de enige uitweg uit het conflict; het model van de binationale staat stuit op principiële en praktische bezwaren.

Bij de concretisering van een Europees initiatief kan Nederland zich sterk maken voor het voorstel tot het beleggen van een nieuwe Midden-Oostenconferentie, die goed zou moeten worden voorbereid. Aan deze conferentie zouden niet alleen delegaties van Israël en de Palestijnen dienen deel te nemen, maar ook vertegenwoordigers van landen uit de regio. Doel van zo’n conferentie zou zijn het bereiken van overeenstemming over de parameters (eindtermen) van een vredesregeling. Een alternatief voor een conferentie zou een speciale zitting van de Veiligheidsraad kunnen zijn die op verzoek van het VK en Frankrijk en met deelname van de conflictpartijen, bijeen wordt geroepen. Beide Europese landen zouden namens de EU een ontwerpresolutie kunnen indienen waarin de eindtermen zijn vervat.

Ter wille van een zo groot mogelijke effectiviteit van het Europees optreden dient te worden aanvaard dat de drie grotere Europese landen (Duitsland, Frankrijk en het VK) een voortrekkersrol vervullen. Maar ook Nederland kan via vormen van bemiddeling en bilaterale programma’s zich - direct of indirect - dienstbaar maken aan het vredesproces.

Bij de uitwerking van het advies heeft de AIV het internationale juridische kader als uitgangpunt genomen. Dit impliceert dat geen enkele twijfel mag bestaan aan het recht van Israël voort te bestaan in een veilige omgeving, noch aan het recht van de Palestijnen op een eigen staat. Dit betekent ook dat de historische banden en politieke verbondenheid van de westerse landen met Israël geen reden mogen zijn schendingen van het internationale recht door dit land te gedogen. Die schendingen betreffen in het bijzonder de bouw van de Israëlische nederzettingen en beperking van de bewegingsvrijheid van de Palestijnen in de bezette gebieden, alsook de aanleg van de afscheidingsmuur voor zover deze over Palestijns gebied loopt. In dit verband roept de AIV de Nederlandse regering op verdere stappen te zetten om economische activiteiten van westerse bedrijven op de Westoever te ontmoedigen en producten die afkomstig zijn uit de illegale nederzettingen van de Europese markt te weren.