De toekomst van de Arctische regio: samenwerking of confrontatie?

7 oktober 2014 - nr.90
Samenvatting

Samenvatting en conclusies

Klimaatverandering is van grote invloed op het Noordpoolgebied en voltrekt zich in een steeds hoger tempo met de nodige gevolgen voor de ecologische, sociale en economische omstandigheden in het kwetsbare Arctische leefgebied. Klimaatverandering heeft tot gevolg dat het Arctisch gebied sneller warmer wordt dan andere gebieden in de wereld door versterkende terugkoppelingen in het klimaatsysteem. De kans bestaat dat het gebied in de komende decennia grotendeels ijsvrij wordt. Daarnaast dragen smeltende ijskappen van het landijs zoals op Groenland bij tot een extra stijging van de zeespiegel. Dit heeft ook gevolgen voor Nederland. Tevens wordt het weer extremer, zowel in het poolgebied zelf als daarbuiten omdat weerspatronen in verschillende delen van de wereld elkaar beïnvloeden. Deze ontwikkelingen zijn zorgelijk vanwege het grote risico op onherstelbare schade aan het Arctisch milieu. Smeltend ijs leidt daarentegen ook tot nieuwe mogelijkheden voor olie- en gaswinning en het beschikbaar komen van nieuwe scheepvaartroutes. In het Noordpoolgebied bevinden zich naar verwachting 13% van de nog niet ontdekte wereldwijde olievoorraad en 30% van de gasvoorraad. Nieuwe scheepvaartroutes langs de Russische en Canadese kust en via de Noordpool zullen op termijn een aanzienlijke verkorting van de reisafstand opleveren. Deze perspectieven leiden enerzijds tot hooggespannen verwachtingen over het economisch potentieel van het Noordpoolgebied en anderzijds daarmee samenhangend, tot beschouwingen over mogelijke conflicten tussen de Arctische landen.

Echter, in tegenstelling tot de algemene verwachting zullen de veranderende klimatologische omstandigheden op korte termijn niet in grootscheepse olieen gaswinning en in scheepvaartverkeer over de nieuwe routes resulteren. De weersomstandigheden worden extremer door meer stormen, neerslag en minder voorspelbare ijscondities op zee. Deze factoren leveren ernstige hinder op voor de winning van olie en gas en de scheepvaart in een omgeving waarin het toch al buitengewoon lastig opereren is. Ook de prijzen op de energie- en grondstoffenmarkt en de beschikbaarheid van de noodzakelijke infrastructuur voor het gebruik van de nieuwe scheepvaartroutes zullen van invloed zijn op de mate waarin economische activiteiten in de regio ontwikkeld zullen worden.

De ontwikkelingen in de Arctische regio zijn vooral van betekenis voor Rusland, als grootste Arctische kuststaat met de langste kustlijn en grote olie- en gasvoorraden binnen de eigen Exclusieve Economische Zone (EEZ). Ook in militair-strategisch opzicht is de regio voor Rusland van grote betekenis. Het biedt de thuishaven voor de Noordelijke vloot en verschaft Rusland binnen enkele decennia nieuwe ijsvrije havens en daarmee ruimere toegang tot de Atlantische Oceaan en de Pacific. Uiteraard zijn de gevolgen van de klimaatverandering en de nieuwe economische mogelijkheden ook van belang voor de andere Arctische (kust)staten. Alle Arctische staten, met uitzondering van IJsland, hebben recent een (nieuwe) Arctische strategie uitgebracht. De Aziatische landen, China voorop, manifesteren zich eveneens in de regio. Deze landen willen profiteren van de nieuwe economische mogelijkheden en zullen trachten invloed uit te oefenen op de ontwikkelingen in de regio. Ook diverse Europese landen zoals het VK en Duitsland hebben beleid met betrekking tot het Noordpoolgebied ontwikkeld.

Tussen de Arctische staten onderling en met de niet-Arctische staten bestaanbelangentegenstellingen en disputen die betrekking hebben op territoriale claims, de afbakening van maritieme zones en de jurisdictie over de nieuwe scheepvaartroutes. Het lijkt echter weinig waarschijnlijk dat deze geschillen binnen afzienbare termijn tot een (militair) conflict zullen escaleren, onder meer vanwege de verwevenheid van belangen en de onderlinge afhankelijkheid van de Arctische landen. Nternationale regelgeving biedt voor veel van de voorliggende vraagstukken een oplossing en wordt door de Arctische landen als zodanig geaccepteerd. De landen zijn vooralsnog gericht op onderlinge samenwerking in het bijzonder in de Arctische Raad.

Er is een zekere militaire opbouw door landen in de regio gaande, maar van een verontrustende militarisering is nog geen sprake. De heropening van steunpunten langs de kustlijn en de uitbreiding van bepaalde militaire capaciteiten hangen gedeeltelijk samen met de noodzaak voor rampenpreventie en -bestrijding en de bescherming van het eigen grondgebied dat als gevolg van de klimaatverandering toegankelijker wordt. Of de veiligheidssituatie in het Noordpoolgebied ook op de langere termijn stabiel blijft, valt moeilijk in te schatten. Zo kan de huidige crisis rond Oekraïne ook langdurig gevolgen hebben voor de onderlinge verhoudingen in de Arctische regio.

De crisis na de annexatie van de Krim en het Russische optreden in het oostelijk deel van Oekraïne, leiden tot onzekerheid over de ontwikkeling van de betrekkingen tussen Rusland en de Westerse landen. Nu al heeft dit gevolgen voor de Arctische regio aangezien Arctische olie-exploratie onderdeel uitmaakt van het Europese sanctiepakket dat eind juli 2014 is afgekondigd. Olieprojecten in de regio worden hierdoor getroffen. De sancties hebben betrekking op nieuwe contracten. Op 8 september 2014 besloot de EU tot een aanvullend sanctiepakket. Mocht Rusland ervoor kiezen zich verder van het Westen af te keren, dan zal dat onvermijdelijk ook gevolgen hebben voor de samenwerking in de Arctische regio, meer in het bijzonder de Arctische Raad. De constructieve samenwerking tot dusverre zou dan plaats kunnen maken voor onderlinge verhoudingen die doen denken aan de betrekkingen ten tijde van de Koude Oorlog.

De Arctische regio zou dan ook een spanningsgebied kunnen worden als gevolg van ontwikkelingen die niet direct gerelateerd zijn aan de regio zelf. Niet alleen een langdurige verslechtering van de geopolitieke verhoudingen tussen Rusland en de Westerse landen zou de huidige stabiele situatie in het Arctisch gebied negatief beïnvloeden, ook de transformatie naar een multipolaire wereld met andere machtsverhoudingen tussen Rusland, China en de VS kan van betekenis zijn voor het Noordpoolgebied. China beschouwt de Arctische regio als een mondiale aangelegenheid. De Chinese wens om zich een positie te verwerven in de Arctische regio kan ook tot spanningen aanleiding geven.

De AIV acht het denkbaar dat de volgende omstandigheden dan wel (potentiële) meningsverschillen aanleiding kunnen zijn voor oplopende spanningen:

  1. Een langdurige verslechtering van de relatie tussen het Westen en Rusland. De crisis rond de Krim, respectievelijk Oost-Oekraïne zou daartoe aanleiding kunnen geven.
  2. Een assertief optreden van China met betrekking tot grondstoffen en/of scheepvaartroutes.
  3. Onenigheid over afbakening van het continentaal plat, bijvoorbeeld door het niet accepteren van een aanbeveling van de CLCS door Canada, Rusland of Denemarken.
  4. Een visserijconflict.
  5. (Tijdelijke) belemmering van de vrije doorvaart van de noordoostelijke route doordat Rusland bijvoorbeeld onevenredig hoge tarieven berekent dan wel eenzijdig voorwaarden stelt of bepaalde staten bevoordeelt.
  6. Het optreden van of tegen een niet-statelijke actor/NGO, mogelijke irritaties en incidenten, bijvoorbeeld als gevolg van een actie van milieuactivisten.
  7. Onzekerheid over de positie van Groenland na het bereiken van volledige onafhankelijkheid.

De AIV is van mening dat het voor het behoud van de kwetsbare Arctische regio van het grootste belang is dat alle inspanningen gericht blijven op gemeenschappelijk beheer en bestuur van het gebied. De totstandkoming van een code of conduct voor de Noordelijke IJszee, naar analogie van de Polar Code, kan bijdragen aan duurzaam beheer. Voor vraagstukken in de Arctische regio zelf blijft, naar het oordeel van de AIV, de Arctische Raad het meest geëigende regionale overlegforum. Het blijkt dat de Arctische landen hierin op tal van terreinen op een constructieve wijze samenwerken. De Arctische Raad heeft echter wel een aantal beperkingen. De Raad heeft geen uitvoeringsorganisatie, beschikt over een beperkt budget, er is een gebrek aan besluitvaardigheid en veiligheidsvraagstukken vallen buiten het mandaat. De tweedeling tussen de acht lidstaten en een veelvoud van waarnemersstaten is op de lange duur wellicht onhoudbaar omdat sommige vraagstukken in de Arctische regio ook de niet-Arctische landen direct aangaan. Dit alles beperkt de slagkracht van de Arctische Raad en vraagt op termijn om aanpassing van de bestaande structuur.

De NAVO heeft na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie weinig tot geen bemoeienis gehad met de Arctische regio, ondanks het feit dat het grondgebied van vijf bondgenoten in het Noordpoolgebied ligt. Wel worden in het gebied jaarlijks trainingen en oefeningen gehouden en lijkt er binnen de NAVO belangstelling te bestaan voor de ontwikkeling van civiel-militaire samenwerking ten behoeve van rampenbestrijding. In de EU tonen vooral het Europees Parlement en in mindere mate de Commissie en de Raad interesse voor het Noordpoolgebied. De EU levert een nuttige bijdrage ter voorkoming van rampen en ongelukken door inzet van het mechanisme voor civiele bescherming, de inzet van Galileo en het EU Global Monitoring for Environment and Security Initiative om milieu-, scheepvaart- en ijsontwikkelingen te volgen. Daarnaast worden de betrekkingen met IJsland en Groenland belangrijker vanwege de geografische ligging en de economische belangen die in het geding zijn. IJsland groeit mogelijk uit tot nieuwe overslaghaven en op Groenland bevinden zich grote voorraden grondstoffen waaronder zeldzame aardmetalen.

Geopolitieke en strategische betekenis van de Arctische regio
De belangstelling voor de Arctische regio neemt sinds een aantal jaren om ten minste twee redenen toe. In de eerste plaats omdat het Noordpoolgebied als relatief onbeheerd en ‘onverdeeld’ gebied in een tijdperk van groeiend multipolarisme tot jachtobject van grootmachten kan worden. In de tweede plaats omdat het Noordpoolgebied door klimaatverandering, technologische ontwikkelingen en marktomstandigheden (bijvoorbeeld energieprijzen) zijn ontoegankelijkheid in meerdere opzichten lijkt te verliezen. Hoewel beide drivers elkaar niet per definitie versterken, is de relatie tussen beide drivers ook nog eens positief. Kortom: de voorwaarden voor een Arctic scramble zijn aanwezig.

Maar er zijn ook matigende factoren. Ten eerste hoeft de geopolitieke competitie niet per definitie uit de hand te lopen. Zelfs tijdens de Koude Oorlog waren er deelarena’s waarin de veiligheidsrace werd getemperd: territoriaal omdat bepaalde gebieden hors competition werden verklaard, functioneel omdat bepaalde domeinen zoals handel of sport niet volledig werden geboycot en instrumenteel omdat sommige middelen, waaronder zelfs wapensystemen, waren gelimiteerd. Deze zelfbeheersing was zeker in de Arctische wateren min of meer aan de orde. Ten tweede bestaat er in het bijzondere geval van de Noordpool een bescheiden, maar vrij succesvolle traditie van regiolaterale governance. Ten derde zou de tendens van matiging nog kunnen worden bevorderd door de uitzonderlijke uitdagingen die de Arctische regio aan landen stelt. Er staat een duidelijke premie op samenwerking, de Arctische landen hebben elkaar nodig om de uitdagingen als gevolg van de klimaatverandering het hoofd te bieden.

Nu onder meer de ontwikkeling naar een multipolaire wereld de verhouding tussen grootmachten in de wereld onder druk zet, twee van die grootmachten rechtstreekse belangen bij de Arctische regio hebben (Rusland en de VS als leden van de Arctische Raad) en een derde en vierde zich melden als mondiaal belanghebbende (China en India als waarnemers van de Arctische Raad), zou de competitie zich naar het Noordpoolgebied kunnen verplaatsen. De AIV is van mening dat de genoemde matigende factoren zo sterk zijn dat een felle competitie niet voor de hand ligt. Ook de nieuwkomers (China, India en Japan) accepteren de bestaande institutionele kaders, zonder de bijzondere positie van de Arctische staten aan te vechten. Van het openen van een ‘mondiale’ doos van Pandora, de Noordpool als wereldprobleem, is geen sprake.

Nederland en het Noordpoolgebied
De Nederlandse regering publiceerde in 2013 het beleidskader ‘Nederland en de Poolgebieden 2011-2015’ en is voornemens in 2015 een nieuw beleidskader te publiceren. Voor Nederland is de Arctische regio belangrijk vanwege (1) de strategische betekenis van het gebied, (2) de economische belangen, (3) de hechte bilaterale relaties met landen uit de regio, (4) de bijdragen die Nederland kan leveren aan het mitigeren van de gevolgen van de klimaatverandering en aan wetenschappelijk onderzoek en (5) de traditionele Nederlandse inzet voor de internationale rechtsorde.

De olie- en gaswinning, de winning van andere grondstoffen en de nieuwe scheepvaartroutes kunnen voor Nederland economisch interessant worden. Met de afnemende nationale gasvoorraad raakt Nederland in toenemende mate aangewezen op buitenlandse olie- en gasvoorraden, waaronder de voorraden in het Arctisch gebied. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft een goede marktpositie op gebieden als landwinning, maritieme- en offshore technologie, gas- en oliewinning, de aanleg van pijpleidingen, scheepsbouw en visserij. Het economisch potentieel van het Noordpoolgebied is wat olie en olieproducten betreft van betekenis voor de haven van Rotterdam. De haven is aantrekkelijk voor Rusland als centrale opslagplaats en overslaghaven voor Russische olie. Voor het vervoer van deze producten zal de noordoostelijke scheepvaartroute relevant kunnen worden. Dat geldt niet voor containervervoer of het vervoer van ijzererts en kolen. In dat opzicht blijven de nieuwe scheepvaartroutes vooralsnog van geringe betekenis. De ontwikkelingen in de Arctische regio kunnen bovendien van invloed zijn op de economische veiligheid van Nederland. De toekomstige (partiële) afhankelijkheid van olie- en gasvoorraden uit het Noordpoolgebied, de belangen op het gebied van de scheepvaart en visserij, de belangen van het bedrijfsleven en de haven van Rotterdam maken het noodzakelijk dat de Nederlandse overheid actief betrokken is bij de economische ontwikkeling van de regio en zich middels economische diplomatie hiervoor actief inzet.

Nederland is geen Arctische staat en heeft dus geen directe zeggenschap over de ontwikkelingen in het Noordpoolgebied. Wel heeft Nederland een bijzondere positie met betrekking tot Spitsbergen gelet op het Verdrag van Parijs. Ook is Nederland sinds de oprichting van de Arctische Raad zeer actief als waarnemer. Het draagt met specifieke deskundigheid bij aan rapporten in diverse werkgroepen. Nederland kan ook in de toekomst een rol van betekenis spelen in het Noordpoolgebied. Nederland heeft immers zelf geen territoriale claims, is klein genoeg om geen bedreiging te vormen voor andere landen, heeft van oudsher contacten met de Arctische regio, heeft hechte bilaterale betrekkingen met landen in de regio en heeft een goede reputatie op het gebied van internationaal recht.

Aanbevelingen

Arctische strategie van Nederland
Het nieuwe Noordpoolbeleid dat de regering in 2015 wil uitbrengen zal, naar het oordeel van de AIV, de bevordering van duurzaam beheer van de Arctische regio centraal dienen te stellen. Gelet op de recente ontwikkelingen acht de AIV intensivering van dit beleid noodzakelijk. De ontwikkelingen in de regio gaan snel en de Nederlandse belangen kunnen op termijn aanzienlijk zijn. De Nederlandse inspanningen met betrekking tot de Arctische regio zijn thans versnipperd. De AIV adviseert de regering een interdepartementale commissie voor Arctische aangelegenheden in te stellen, onder voorzitterschap van het ministerie van Buitenlandse Zaken. In deze commissie kan het Arctisch beleid van Nederland op ecologisch, economisch, wetenschappelijk en buitenlands- en veiligheidspolitiek gebied worden gecoördineerd en kan behartiging van de strategische belangen van Nederland in de regio aan de orde komen. Naast BZ, zouden ook de ministeries van EZ, I&M, OCW en Defensie kunnen participeren in deze interdepartementale commissie.

Tevens acht de AIV het wenselijk om in plaats van een bijgesteld nieuw beleidskader, een volwaardige Nederlandse Arctische strategie uit te brengen waarin concrete doelstellingen van Nederland tot uitdrukking komen. Nederland moet in deze strategie scherp afbakenen wat het unieke nationale belang of het EU-belang is. Hieraan kan de definitie van een transatlantisch en Noordwest-Europees belang worden gevoegd. Het klassieke veiligheidsbelang van Nederland wijkt niet zodanig van de bondgenoten af, dat hierin per se een eigen lijn gevolgd zou moeten worden. De belangen in het kader van economische veiligheid liggen eerder op Europees dan op nationaal niveau. Het transportlogistiek belang (en daarmee energiepolitiek en achterland-economisch belang) is deels nationaal (mainport Nederland), deels Europees (bundeling havens in Noordwest Europa). Het nationale belang van (bevordering van) de internationale rechtsorde is gediend bij blijvende ondersteuning van een primaat voor UNCLOS en de Arctische Raad.

Wetenschappers, het bedrijfsleven en de NGO’s kunnen bij het Noordpoolbeleid van de overheid worden betrokken door middel van een Arctisch samenwerkingsverband. Voor het behoud van de Nederlandse positie binnen de Arctische overlegstructuren is het noodzakelijk ook in de toekomst adequate financiële middelen vrij te maken voor wetenschappelijk Noordpoolonderzoek. Nederland kan de nodige initiatieven nemen om de samenhang, rechtsgeldigheid en uitvoering van de verschillende verdragen voor de Arctische regio te bevorderen. De AIV acht het gewenst dat Nederland zijn dialoog met NGO’s over ontwikkelingen in het Arctisch gebied versterkt. Als gastland van Greenpeace en andere NGO’s is Nederland immers nauw betrokken bij het beheersen van spanningen rond het Arctisch gebied.

Buitenlands- en veiligheidspolitieke aspecten
Het zou een goede zaak als de Arctische regio een specifiek aandachtsgebied wordt binnen het Europese buitenlands- en veiligheidsbeleid. De AIV acht het noodzakelijk dat de EU een grotere rol gaat spelen vanwege de grote strategische en economische belangen in de regio en de bijdrage die de EU kan leveren met betrekking tot klimaatvraagstukken, duurzame ontwikkeling en rampenbestrijding. Daarom adviseert de AIV het kabinet om in de EU te pleiten voor een volwaardige en coherente Arctische strategie van de EU. Nederland zou tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EU in 2016 daartoe het initiatief kunnen nemen, in samenspraak met gelijkgezinde EU-lidstaten. Steun van de EU-lidstaten die zitting hebben in de Arctische Raad lijkt daarbij onontbeerlijk. In dit verband zou tevens een speciale EU-gezant voor het Arctisch gebied kunnen worden voorgesteld (ten behoeve van de belangenbehartiging van de EU en om de activiteiten van Commissie, Hoge Vertegenwoordiger, lidstaten en bedrijfsleven te coördineren). De coördinatie van de inzet van de Europese financiële middelen en de programma’s voor de Arctische regio (in het kader van de BEAC, Noordelijke Dimensie, Horizon 2020, Europese structuur en investeringsfondsen) behoeft verbetering. Waar mogelijk zou Nederland eraan dienen bij te dragen dat de belemmeringen voor de status van waarnemer van de EU bij de Arctische Raad uit de weg worden geruimd. Het is van belang dat de EU de banden met Groenland aanhaalt door uitbreiding van het EU-Greenland Partnership. De wenselijkheid en haalbaarheid om een partnerschap op het gebied van kritische materialen te verdiepen op basis van de intentieverklaring van 2012, moeten worden onderzocht. Tevens is het van belang de samenwerking met IJsland te intensiveren.

Naar de mening van de AIV is het thans niet noodzakelijk dat de NAVO zich als bondgenootschap duidelijker manifesteert in de Arctische regio. Dit laat onverlet dat de NAVO vanwege haar collectieve verdedigingstaak, vijf van de acht Arctische staten zijn NAVO-bondgenoot, reguliere oefeningen zal blijven houden in het gebied. Ook zal de NAVO vanwege het toenemende strategische belang van de regio er goed aan doen de ontwikkelingen nauwgezet te volgen. De NAVO kan een substantiële bijdrage leveren aan civiel-militaire samenwerking bij rampenbestrijding, noodhulp en SAR-activiteiten door inzet van kennis en militaire capaciteiten. Verder kunnen de NAVO-lidstaten in samenwerking met de andere lidstaten van de Arctische Raad komen tot vertrouwenwekkende maatregelen, zoals informatie-uitwisseling en uitwisseling van waarnemers bij militaire activiteiten om maximale transparantie te bereiken over de opbouw van militaire capaciteiten in de regio. Hoewel onderlinge (economische) afhankelijkheid op zichzelf geen garantie is voor het voorkomen van (militaire) conflicten, hebben de afhankelijkheid van Rusland en de andere Arctische staten en hun samenwerking in de Arctische regio tot nog toe geresulteerd in goede betrekkingen. Dit zal in belang toenemen naarmate de ontsluiting van de Noordelijke IJszee als gevolg van de klimaatverandering Ruslands toegangsmogelijkheden tot de wereldzeeën vergroot en daarmee Ruslands positie als maritieme mogendheid krachtiger op de kaart plaatst.

De AIV vindt het belangrijk dat in het kader van het Nederlandse buitenlands- en veiligheidsbeleid het Noordpoolgebied wordt ‘herontdekt’ als belangrijk aandachtsgebied. Een goede behartiging van Nederlandse belangen in de regio maakt het noodzakelijk dat Nederland de bestaande bilaterale relaties met de landen in de regio verstevigt en investeert in de bilaterale betrekkingen met IJsland en Groenland (met medeweten van Denemarken). Het is gewenst dat Nederland de militair-strategische kennis over dit gebied op peil houdt en de militaire samenwerkingsprojecten in de regio continueert. Dit betreft niet alleen voortzetting van de bijdrage van de Nederlandse krijgsmacht aan de jaarlijkse NAVO-oefeningen in de regio, maar ook de huidige samenwerking met de NAVOlanden die lid zijn van de Arctische Raad namelijk Denemarken, Noorwegen, Canada en de Verenigde Staten, verdient blijvende aandacht.

Beheer en bestuur
De Arctische Raad blijft ondanks de losse structuur, in de ogen van de AIV ook op de lange duur het belangrijkste regionale overlegforum voor het Noordpoolgebied. De wetenschappelijke rapporten van de Arctische Raad kunnen een meerwaarde krijgen als ze ook worden besproken met andere relevante internationale organisaties zoals de VN. Daarnaast kunnen de Arctische landen streven naar meer bindende overeenkomsten zoals de SAR-overeenkomst en de overeenkomst over olievervuiling. De oprichting van een uitvoerende organisatie kan bijdragen aan toezicht op de naleving van afgesproken maatregelen. Dit is wellicht mogelijk door de uitbouw van het in 2013 opgerichte secretariaat in Tromsø. De AIV acht het gewenst dat Nederland in de bilaterale contacten met de VS wijst op het belang van ratificatie van UNCLOS, mede in het licht van het Amerikaanse voorzitterschap van de Arctische Raad in 2015.

Nederland zou in de EU het initiatief kunnen nemen om onderhandelingen voor te stellen in de IMO over de regulering van de scheepvaart door het Noordpoolgebied via de nieuwe routes voor zover dit niet in UNCLOS, de Polar Code en andere verdragen is geregeld. Mochten de besprekingen in de IMO niets opleveren dan zou de Arctische Raad een rol kunnen vervullen bij de beslechting van geschillen in relatie tot de nieuwe scheepvaartroutes.

Vanwege de toenemende Aziatische belangstelling voor het Noordpoolgebied en de noodzaak van Europees-Aziatische samenwerking zou Nederland in de EU kunnen voorstellen dat de EU een dialoog opzet met verschillende Aziatische landen over het versterken van het bestuur van het Arctisch gebied ten behoeve van een duurzame ontwikkeling.

Klimaat- en milieumaatregelen
De AIV acht het zinvol dat Nederland in de Arctische Raad, in de VN en in EU-verband pleit voor de totstandkoming van een code of conduct die alle vraagstukken regelt met betrekking tot het deel van de Noordelijke IJszee dat niet binnen de EEZ’s van de verschillende kuststaten valt om het behoud van de unieke natuur en biodiversiteit te garanderen volgens de gedachte van een common heritage of mankind. Hoewel de totstandkoming van een dergelijk code of conduct waarschijnlijk niet direct op groot enthousiasme van de Arctische staten kan rekenen kan de start voor de onderhandelingen hierover toch een grote symbolische waarde hebben, passend binnen de coöperatieve sfeer in de Arctische regio. Op lange termijn zou gedacht kunnen worden aan de totstandkoming van een Arctisch verdrag. De AIV acht het wenselijk dat Nederland zich inzet voor aanvullende bindende internationale regels voor de winning van olie en gas in het Noordpoolgebied die de aansprakelijkheid regelen in geval van schade, voor SAR-activiteiten, voor evacuaties en voor het opruimen van afval. Dergelijke internationaal bindende regels dragen bij tot een gelijk speelveld voor alle bedrijven die in de regio werkzaam zijn. Tevens acht de AIV het een goede zaak als Nederland zich inzet voor een overkoepelend en ecosysteemgericht beheer van het mariene milieu en voor de totstandkoming van een netwerk voor beschermde zeegebieden in het Noordpoolgebied.

Nederland behoort tot de landen voor wie de zeespiegelstijging een groot en reëel risico vormt. Het is van belang dat Nederland kan vertrouwen op goed gefundeerde langetermijnprognoses en koploper blijft in het wetenschappelijk onderzoek naar zeespiegelstijging en dus in onderzoek naar de massabalans van de Groenlandse IJskap. De overheid zou voor zulk onderzoek langjarig middelen moeten vrijmaken. Zulk onderzoek verbreedt tevens het fundament voor een succesvolle Nederlandse beleidsinbreng in internationale fora zoals de Arctische Raad. De AIV acht het van belang dat Nederland een actieve bijdrage blijft leveren aan de internationale klimaatonderhandelingen.
 

Adviesaanvraag

De Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Prof. Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB Den Haag

Datum     12 februari 2014

Betreft      adviesaanvraag over buitenlands- en veiligheidspolitieke vraagstukken van ontwikkelingen met betrekking tot de Noordelijke IJszee

Geachte heer De Hoop Scheffer,

Graag vragen wij uw advies over de buitenlandse en veiligheidspolitieke aspecten van ontwikkelingen met betrekking tot de Noordelijke IJszee, zoals besproken in het schriftelijk overleg van 8 april jl. over het beleidskader Nederland en de Poolgebieden 2011-2015 met de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De internationale belangstelling voor de Noordpool is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De discussie over de betekenis van ontwikkelingen op en rond de Noordelijke IJszee beperkt zich niet langer tot milieuaspecten en het belang van biodiversiteit. Een van de effecten van de wereldwijde klimaatverandering waaronder het smelten van het ijs in en rondom de Noordelijke IJszee, is een vergroot potentieel voor economische activiteiten in de regio. Toegang tot aanzienlijke gas- en oliereserves ligt in het verschiet en de Noordelijke IJszee is al een deel van het jaar bevaarbaar.

Ontsluiting van de regio is voor een aantal Arctische staten, waaronder Canada en Rusland, van groot economisch en (intern) politiek belang. Voor duurzame economische ontwikkeling is veiligheid een belangrijke voorwaarde. De acht Arctische landen werken in het kader van de Arctische Raad goed samen met betrekking tot civiele, ecologische en maritieme veiligheid. Bij het bevorderen van veiligheid op die terreinen gaat het onder andere om meldingssystemen, veiligheidseisen aan materiaal en opleidingseisen aan Arctisch personeel in het kader van oil spill prevention en maritieme surveillance naast ‘search and rescue’(SAR)-capaciteit en oil-spill response.

De grote Arctische landen (Canada, Rusland, de Verenigde Staten en ook Noorwegen) publiceerden de afgelopen jaren nieuwe Arctische beleidskaders. In vooral de Canadese en Russische kaders worden versterkte zichtbaarheid en uitoefening van territoriale soevereiniteit als prioriteit aangemerkt. De Russische regering heeft zich herhaalde malen uitgesproken over het belang van militaire bescherming van een zo groot mogelijke toegang tot de olie-en gasreserves in het Arctisch gebied. De militaire bescherming betreft ook de Noordelijke vaarroute. Rusland gaat ervan uit dat in 2020 de Arctische regio (inclusief de Noordelijke IJszee) fungeert als grootste leverancier van olie- en gas voor de Russische economie.
De Russische militaire presentie in de regio wordt daarom langzaam opgevoerd. Het gaat om een niveau dat aanzienlijk lager ligt dan gedurende de Koude oorlog en om doorgaans andere typen eenheden (zoals versterkte kustwacht en grensbewaking). Ook andere Arctische landen hebben nadrukkelijk aandacht voor de veiligheidsaspecten van de Noordelijke IJszee.

Het is van groot belang dat de toename van militaire presentie op transparante wijze vorm wordt gegeven. Blijvende transparante samenwerking tussen alle actoren in de regio is van belang voor het handhaven van vrede en veiligheid: de acht Arctische staten, de EU, de NAVO, de Arctische Raad, inclusief haar niet-Arctische waarnemer staten, de Barents Euro-Arctische Raad, de Nordic Council, de International Maritime Organization en organisaties van inheemse volkeren.

Belangrijke vraag is of de goede samenwerking in de Arctische Raad, het belangrijkste circumpolaire overlegorgaan, onder druk zal komen te staan, wanneer de economische ambities van de grotere Arctische staten de komende jaren meer contouren gaan krijgen. Een aantal onderwerpen is tot nu toe zorgvuldig omzeild door de Arctische Raad: territoriale claims op de Noordpool, opvoeren van militaire aanwezigheid door Rusland en het exclusieve beheer van de Noordelijke vaarroute door Rusland. De meeste internationale waarnemers, grote bedrijven en organisaties zoals de NAVO, lijken zich geen zorgen te maken over een verhoogd risico op openlijke conflicten in de Arctische regio en willen vermijden dat verkeerde beeldvorming leidt tot onnodige militaire opbouw in het gebied. De wijze waarop de verdere economische ontsluiting van het Arctisch gebied gaat plaatsvinden, raakt immers niet alleen de Arctische staten. Er is toenemende belangstelling van landen als China, Japan en Zuid-Korea voor de Arctische regio. Voorkomen van (openlijke) conflicten binnen de Arctische regio is van mondiaal belang.

Tegen deze achtergrond behoeft het Nederlandse beleidskader voor het polaire gebied1 aanvulling. Het beleidskader maakt deel uit van de oriëntatie van het Kabinet op mondiale vraagstukken, zoals het versterken van de internationale rechtsorde, het behartigen van economische belangen en een beleidsinzet op belangrijke Global Public Goods (klimaat, biodiversiteit, energie). De ontwikkelingen in de Arctische regio worden nauwgezet gevolgd; Nederland is waarnemer bij de Arctische Raad.

In onze internationale veiligheidsstrategie is het begrip economische veiligheid genoemd als belangrijk element van het Nederlandse internationale veiligheidsbeleid. De ontwikkelingen rondom de Noordelijke IJszee zijn mogelijk direct relevant voor de economische veiligheid van Nederland. Voor de Nederlandse havens zou het vrijkomen van nieuwe handelsroutes aanzienlijke economische gevolgen kunnen hebben. Ook is er de betrokkenheid van de Nederlandse visserijsector, de wetenschap en het internationaal opererende Nederlandse bedrijfsleven bij de gas-, olie- en delfstofwinning alsmede de vrachtvaart en het toerisme.

De volgende vragen dienen zich aan voor een advies.

Geopolitiek/situatieschets veranderend landschap

  • Welke zijn de geopolitieke implicaties van de (komende) veranderingen met betrekking tot de Noordelijke IJszee? Hoe zouden conflictscenario’s zich kunnen voltrekken?
  • Heeft de Arctische Raad toekomst als belangenorganisatie en overlegforum voor de Arctische Staten ten behoeve van het beheer van de Noordelijke IJszee?
  •  Welke gevolgen zullen eventuele politieke machtsverschuivingen in het Noordpoolgebied hebben voor de Arctische staten, de waarnemersstaten, de NAVO en de EU?

Veiligheidsbeleid

  • Hebben de VN, de NAVO en de EU in aanvulling op de Arctische Raad een rol te spelen bij het garanderen van veiligheid en stabiliteit in dit gebied?
  • En zo ja, welke?
  • Zijn er gevolgen voor de economische veiligheid van Nederland? Zo ja, welke?

Buitenlands beleid

  • Welke zijn de Nederlandse belangen, kansen en bedreigingen met betrekking tot de ontsluiting van het Noordpoolgebied? Zouden deze belangen, kansen en bedreigingen voor Nederland aanleiding moeten zijn voor een beleidsintensivering ten aanzien van de Noordelijke IJszee?
  • Zo ja, hoe is dat gelet op de opvattingen en belangen van andere landen (Arctische staten, nieuwe actoren etc.) effectief te maken?
     

Wij zien uw advies met belangstelling tegemoet.

 

Frans Timmermans
Minister van Buitenlandse Zaken
J.A. Hennis-Plasschaert
Minister van Defensie

_____________________________________
1 Beleidskader Nederland en de Poolgebieden 2011-2015 http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2013/03/06/beleidskader-nederland-en-de-poolgebieden-2011-2015.html
 

Regeringsreacties

De voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Prof. mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB  Den Haag

Datum 23 maart 2015

Betreft Kabinetsreactie op AIV-advies ‘Toekomst van de Arctische Regio’

Geachte Voorzitter,

Hierbij treft u de kabinetsreactie op het advies ‘De toekomst van Arctische regio: samenwerking of confrontatie?’ (advies nr. 90, oktober 2014) aan. Een afschrift van deze brief zal eveneens aan de voorzitter van de Eerste Kamer en de voorzitter van de Tweede Kamer worden gezonden.

Het kabinet dankt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) voor het zeer leesbare en nuttige advies ‘De toekomst van de Arctische regio’. Het advies gaat in op de strategische betekenis van het Arctisch gebied in het licht van de toenemende ontsluiting ervan als gevolg van global warming en de mogelijke consequenties daarvan voor het Nederlandse buitenland- en veiligheidsbeleid. Zo behandelt uw advies veiligheidsvraagstukken in de regio, de positie van Arctische en niet-Arctische landen en de rol die Nederland, de EU, de VN en de NAVO kunnen spelen. In grote lijnen kan het kabinet zich goed vinden in de beschrijving van de ontwikkelingen, die overigens breder is geformuleerd dan in de aanvraag verzocht, de analyse daarvan en de implicaties voor het Nederlandse beleid.

Het kabinet is het eens met de algemene conclusie van de AIV om het Nederlandse beleid ten aanzien van de Arctische regio te intensiveren. Daarbij spelen ecologische, economische en veiligheidspolitieke overwegingen een rol. De bevindingen en aanbevelingen van de AIV zullen worden betrokken bij de uitwerking van de Nederlandse circumpolaire strategie (2016-2020), die naar verwachting medio 2015 gereed zal zijn. Uw advies is belangrijke input voor die strategie.

Het kabinet constateert samen met de AIV dat de belangstelling voor het Arctisch gebied groeit. Het gebied zou als gevolg van de klimaatverandering aan de vooravond kunnen staan van een ingrijpende transitie. Naast het ontstaan van nieuwe scheepvaartroutes en visserijgebieden wordt de ontginning van natuurlijke rijkdommen economisch steeds meer mogelijk. Gezien de aanwezigheid van aanzienlijke voorraden olie en gas en zeldzame aardmetalen1 is er vanuit de Arctische staten een toenemende wens om tot ontginning over te gaan. De snelheid waarmee deze ontwikkeling zijn beslag zal krijgen, is niet te voorspellen en is naast de verandering van de natuurlijke omstandigheden ter plaatse afhankelijk van nationale en internationale politieke besluitvorming over de toekomst van de Arctische regio, ontwikkelingen op de mondiale energiemarkt en technologische ontwikkelingen. Duidelijk is dat Arctische staten op basis van internationaal recht soevereine rechten claimen op grond van geologisch onderzoek en dat verschillende landen, ook niet-Arctische, kenbaar maken hun belangen in deze regio te willen zekerstellen. Het internationale bedrijfsleven en NGO’s mengen zich tegen deze achtergrond steeds actiever in de discussie en ook niet-Arctische landen melden zich met (nieuwe) Arctische strategieën.

Terecht wijst de AIV op mogelijke risico’s die bovengenoemde toenemende belangstelling en activiteiten met zich brengen. De kwetsbaarheid van het Arctisch milieu, de relevantie van het gebied voor het wereldwijde klimaat, de biodiversiteit en de leefwijze van de oorspronkelijke bevolking in de regio zijn precies de redenen dat Nederland zich al decennialang inzet voor goede bescherming en beheer van het gebied via het waarnemerschap bij onder meer de Arctische Raad. Met de financiering van het Nederlandse wetenschappelijke Noordpoolonderzoek naar onder meer zeespiegelstijging wordt belangrijke kennis opgedaan en is een zekere invloed bij de Arctische landen gerealiseerd. Het kabinet blijft zich hiervoor inspannen en stelt tegelijkertijd vast dat de ontginning, waarover de Arctische staten op grond van hun soevereine rechten zelf mogen beslissen, op termijn kansen biedt voor zowel de regio zelf als voor de Nederlandse economie. Het Nederlandse bedrijfsleven beschikt over internationaal hoog aangeschreven Arctische expertise en kan daarmee een bijdrage leveren aan duurzame ontwikkeling van het Arctisch gebied. Het advies suggereert dat een nieuwe Nederlandse bezinning en afweging tussen ecologische, economische en veiligheidsbelangen in het Arctisch gebied nodig kunnen zijn. In de nog op te stellen polaire strategie 2016-2020 zal het kabinet daar op terugkomen. Vast staat dat duurzaam beheer en bestuur van het Arctisch gebied, het internationaal (zee-)recht, versterking van de internationale samenwerking en klimaataspecten de pijlers zullen vormen van die nieuwe polaire strategie. Hiermee onderschrijft het kabinet de AIV-aanbeveling dat de bevordering van duurzaam beheer van de Arctische regio centraal dient te blijven staan.

Ook is in toenemende mate de veiligheidspolitieke invalshoek van belang. Voorkomen moet worden dat de regio tegen de achtergrond van wijzigende mondiale machtsverhoudingen speelbal wordt van geopolitiek. Immers, met name bij het ontbreken van een regionaal verankerd institutioneel kader dat een conflictdempende werking kan hebben, kunnen belangentegenstellingen uitmonden in oplopende spanningen. Vooral de recente opstelling van Rusland baart in dit kader zorgen. Vooralsnog is geen sprake van militarisering van de regio. Niettemin moeten de versterking van Russische bases in het noorden en de sterk toegenomen militaire activiteiten van het land in deze regio in de gaten worden gehouden. Het kabinet deelt de opvatting van de AIV dat het onder de huidige omstandigheden niet voor de hand ligt om de NAVO een actievere rol toe te kennen in de Arctische regio en dat de EU vooralsnog als primair handelingskader kan dienen voor de behartiging van de door Nederland onderkende (veiligheids-)belangen. Uiteraard kan een verandering van de veiligheidssituatie nopen tot een andere afweging.

Het advies wijst terecht op de relevantie van de collectieve verdedigingstaak van de NAVO, omdat vijf van de acht Arctische staten NAVO bondgenoot zijn (Canada, Denemarken, IJsland, Noorwegen, Verenigde Staten). Het NAVO Readiness Action Plan, dat tijdens de recente NAVO Top in Wales werd vastgesteld, noemt maatregelen om snel, flexibel en slagvaardig te kunnen reageren op dreigingen aan de randen van het NAVO-verdragsgebied, en is ook in dit verband relevant.

Het advies constateert dat Aziatische landen, China voorop, zich manifesteren in de Arctische regio, met name om de (toekomstige) eigen belangen veilig te stellen. Volgens het advies gebeurt dit via zowel bestaande internationale regelgeving en samenwerkingsstructuren als het aanhalen van bilaterale relaties met Arctische staten. Zoals in de kabinetsreactie op het AIV-advies “De opmars van Azië” is te lezen, wil Nederland China zo veel mogelijk engageren bij mondiale vraagstukken, die breder zijn dan de economische belangen (te denken valt aan milieuvraagstukken, duurzame ontwikkeling en veilige vaarroutes voor mens en milieu). Nederland zal in de Arctische context inzetten op het brede engagement van China en andere Aziatische landen, ingebed in bestaande internationale structuren en afspraken en in de sfeer van coöperatie. In de dialogen met Aziatische landen, zowel in bilateraal als in multilateraal kader, zal daarvoor aandacht worden gevraagd.

De AIV noemt het een goede zaak als de Arctische regio een specifiek aandachtsgebied zou worden binnen het Europese buitenland- en veiligheidsbeleid, en roept het kabinet op binnen de EU te pleiten voor een volwaardige Europese Arctische strategie. Het kabinet erkent het belang van een actievere en meer gerichte betrokkenheid van de EU en zal zich daarvoor inzetten. De operationalisering van de maritieme veiligheidsstrategie van de EU en de verwachte actualisering van de analyse van de veiligheidsomgeving door de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger Mogherini kunnen hiervoor aanknopingspunten zijn. Ook verdient de beleidsmatige belegging van het Arctisch beleid binnen de EU aandacht. Dat is niet eenvoudig, omdat verschillende beleidsterreinen samenkomen in het Arctisch gebied (klimaat, milieu, energie, scheepvaart, wetenschap, veiligheid) en de EU drie Arctische lidstaten telt2, voor wie het Arctisch beleid binnenlands beleid is, in tegenstelling tot de overige EU-lidstaten. Die drie landen zijn bovendien lid van de Arctische Raad, waar zeven EU-landen waarnemer zijn3 en waarvoor de EU als geheel het waarnemerschap heeft aangevraagd4. De aanstelling van een speciale Arctische EU-gezant, zoals voorgesteld door de AIV, biedt wat het kabinet betreft op dit moment niet voldoende toegevoegde waarde. Mocht de EU het waarnemerschap van de Arctische Raad toegekend krijgen, dan zal het kabinet bekijken of het, gezien het geldende EU-beleid en beschikbare budgetten, de aanstelling van een Arctische gezant gerechtvaardigd vindt.

Overigens wordt een (beperkte) hervorming van de Arctische Raad, nu het aantal waarnemers toeneemt, door het aankomende VS-voorzitterschap hoog op de agenda geplaatst. Het uitbreiden van taken van de Arctische Raad met de door AIV voorgestelde geschillenbeslechting over scheepvaartroutes vindt het kabinet niet opportuun, omdat bij de beslechting van dergelijke geschillen zowel de belangen van kuststaten als vlaggenstaten moeten worden gewogen. In de Arctische Raad zijn alleen de belangen van de kuststaten vertegenwoordigd.

Nederland zal blijven inzetten op het realiseren van zijn beleidsdoelstellingen via onder meer de Arctische Raad, UNCLOS, IMO, de EU, via goede relaties met de Arctische staten en zal een actieve rol blijven spelen in de dialoog tussen en met Nederlandse kennisinstellingen, NGO’s en het bedrijfsleven. Het kabinet is van mening dat de relatief sterke Nederlandse positie in het Arctisch gebied op zijn minst geconsolideerd moet worden om de ontwikkelingen van dichtbij te volgen en ervoor te zorgen dat Nederland niet voor verrassingen van ecologische, economische of (veiligheids)politieke aard komt te staan. Het kabinet neemt derhalve de AIV-aanbeveling over een gecoördineerd en integraal Arctisch beleid, met inbegrip van veiligheidsaspecten, ter harte. Een manier om dat te doen is het bestaande Interdepartementale Polaire Overleg qua vorm en opzet aan te passen.

Uit bovenstaande blijkt dat uw advies van grote waarde is voor het kabinet en de toekomstige polaire strategie. Ook het gezamenlijk georganiseerde seminar op 28 november jl., waarbij twee leden van de Tweede Kamer aanwezig waren, heeft belangrijke inzichten opgeleverd ten behoeve van die strategie. Het aantal deelnemers aan het seminar was met ruim honderd boven verwachting, waarmee feitelijk de toegenomen belangstelling voor het gebied en een belangrijk deel van de AIV-conclusies nog eens werd onderstreept.

De minister van Buitenlandse Zaken,
Bert Koenders
_______________
De minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert
 

1 Ook wel “rare earths” genoemd, hetgeen een betere benaming is omdat het niet alleen metalen betreft.
2 Denemarken, Zweden, Finland.
3 Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen, Spanje, Verenigd Koninkrijk.
4 Nederland steunt de EU-aanvraag en blijft tegelijkertijd voorstander van de eigen waarnemersplek.
Persberichten

MEER AANDACHT NODIG VOOR DE ARCTISCHE REGIO
 

Den Haag, 7 oktober 2014

Een volwaardige Arctische strategie voor de behartiging van Nederlandse belangen in het Noordpoolgebied. Daarvoor pleit de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het advies ‘De toekomst van de Arctische regio: samenwerking of confrontatie?’ Klimaatverandering, geopolitieke ontwikkelingen en economische kansen maken het Noordpoolgebied namelijk steeds relevanter, ook voor Nederland. Maar de politieke en beleidsmatige aandacht is nog te beperkt, te versnipperd en te weinig strategisch. Om hier verandering in te brengen stelt de AIV voor een interdepartementale commissie voor Arctische aangelegenheden in te stellen. Ook de EU moet een grotere rol gaan spelen in het Noordpoolgebied vanwege de grote strategische en economische belangen en vanwege de bijdrage die de EU kan leveren met betrekking tot klimaatvraagstukken, duurzame ontwikkeling en rampenbestrijding.

Klimaatverandering is van grote invloed op het Noordpoolgebied met grote risico’s voor het Arctisch leefgebied. Het smelten van het landijs zoals op Groenland zorgt voor extra stijging van de zeespiegel en dit heeft ook gevolgen voor Nederland. De AIV dringt er daarom op aan dat Nederland op dit terrein een actieve rol blijft vervullen. Nederland zou zich onder meer moeten inzetten voor een ’code of conduct’ voor dat deel van de Noordelijke IJszee dat niet binnen de Exclusieve Economische Zones van de Arctische kuststaten (Rusland, VS, Canada, Noorwegen, Denemarken) valt om het behoud van de unieke natuur en biodiversiteit te garanderen. De AIV acht het tevens wenselijk dat Nederland zich inzet voor aanvullende bindende regels voor de winning van olie en gas.

Het smeltende ijs leidt ook tot economische kansen: er komen nieuwe scheepvaartroutes langs Rusland, Canada en de Noordpool en nieuwe mogelijkheden voor grondstofwinning, visserij en toerisme. Ook voor de Nederlandse economie en het bedrijfsleven dienen zich interessante kansen aan in de Arctische regio, onder meer op het gebied van maritieme en offshore technologie en voor de Rotterdamse haven.

Veiligheidssituatie nu en straks
Tussen de Arctische staten onderling en met niet-Arctische staten bestaan belangentegenstellingen en geschillen over territoriale claims, afbakening van maritieme zones en jurisdictie over nieuwe scheepvaartroutes. Het is echter weinig waarschijnlijk dat deze geschillen zelf binnen afzienbare termijn tot een militair conflict zullen escaleren, onder meer vanwege de verwevenheid van belangen en de onderlinge afhankelijkheid van de Arctische staten. Er is een weliswaar een zekere militaire opbouw door landen in de regio gaande, maar van een verontrustende militarisering is nog geen sprake.

 Of de veiligheidssituatie in het Noordpoolgebied ook op de langere termijn stabiel blijft, valt moeilijk in te schatten. Het optreden van Rusland in Oekraïne kan langdurig gevolgen hebben voor de onderlinge verhoudingen in de Arctische regio. Arctische oliewinning maakt nu al deel uit van het Europese sanctiepakket. Mocht Rusland ervoor kiezen zich verder van het Westen af te keren, dan zal dat onvermijdelijk ook gevolgen hebben voor de samenwerking in het Noordpoolgebied. De constructieve samenwerking waarvan tot nu sprake is zou dan plaats kunnen maken voor verhoudingen die lijken op die ten tijde van de Koude Oorlog.