Adviesaanvraag Brexit

10 oktober 2016

Aan de Voorzitter van de Adviesraad Internationale Vraagstukken
Mr. J.G. de Hoop Scheffer
Postbus 20061
2500 EB  Den Haag

Datum    6 oktober 2016
Betreft    Adviesaanvraag Brexit

Geachte voorzitter,

Op 23 juni jl. vond in het Verenigd Koninkrijk een referendum plaats over EU-lidmaatschap, waarbij 51,9 % van de Britse kiezers voor vertrek uit de EU heeft gestemd, en 48,1 % voor het lidmaatschap van de EU. Het kabinet respecteert deze uitslag en is teleurgesteld dat een meerderheid van de Britse kiezers zich voor vertrek uit de EU heeft uitgesproken. Het Verenigd Koninkrijk is sinds 1973 een gewaardeerd lid van de Europese Unie en voor Nederland een belangrijke Europese partner. Nederland en het Verenigd Koninkrijk onderhouden goede, intensieve betrekkingen en werken nauw samen op politiek, militair, economisch, cultureel en maatschappelijk gebied. De inzet van het kabinet is er daarom steeds op gericht geweest om het Verenigd Koninkrijk als EU-lid te behouden.

Het is nu aan de Britse regering om aan te geven hoe zij met de uitslag van het referendum om wenst te gaan. Het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk kan pas worden beëindigd als de daarvoor geldende procedure van artikel 50 van het EU-verdrag is doorlopen. Dit proces start zodra het Verenigd Koninkrijk formeel te kennen geeft de procedure van artikel 50 te willen activeren (de zogenoemde kennisgeving). Krachtens artikel 50 EU-verdrag wordt er onderhandeld over een terugtrekkingsakkoord. De EU-verdragen zijn niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk zodra het terugtrekkingsakkoord in werking treedt. Indien er twee jaar na de kennisgeving conform artikel 50 nog geen akkoord is zijn de EU-verdragen automatisch niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, tenzij deze termijn wordt verlengd door de EU en het Verenigd Koninkrijk. Het is nu opportuun te bezien hoe de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk vorm moet krijgen.

In het licht van bovenstaande zou het kabinet het op prijs stellen hierover van de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) een advies te ontvangen uiterlijk in het komend voorjaar, aan de hand van de volgende vragen:

  1. Wat moeten vanuit Nederlands perspectief kernelementen zijn van een nieuwe bilaterale relatie met het Verenigd Koninkrijk?
  2. Welke kernelementen dienen vanuit een communautair perspectief deel uit te maken van een nieuwe relatie van de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk?
  3. Kan de Adviesraad hierbij aangeven welke implicaties de afzonderlijke elementen uit de vragen 1 en 2 hebben voor de Nederlandse belangen en coalitievorming in Europa?
  4. Waarop zou de komende jaren de inzet van de Nederlandse regering gericht moeten zijn in de bilaterale relatie met het Verenigd Koninkrijk?

Ik zie uw advies met belangstelling tegemoet.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
Bert Koenders