AIV: geef mensenrechten een centrale plaats in duurzame ontwikkeling.

2 juli 2019

Duurzame ontwikkeling en mensenrechten zijn twee kanten van dezelfde medaille. De Nederlandse mensenrechteninzet en het beleid voor duurzame ontwikkeling moeten daarom scherp op elkaar worden afgestemd. De duurzame ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals of SDG’s) van de Verenigde Naties bieden een bruikbaar handvat. Het internationale bedrijfsleven speelt daarin een sleutelrol.

Dat zei AIV-lid prof. dr. Ernst Hirsch Ballin vandaag bij de overhandiging van het adviesrapport ‘Duurzame ontwikkelingsdoelen en mensenrechten: een noodzakelijk verbond’ aan minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en VNO-NCW voorzitter Hans de Boer.

‘De vele mensenrechtenverdragen die na de Tweede Wereldoorlog zijn gesloten, blijven van onschatbare waarde, onderstreepte Hirsch Ballin. Alle landen ter wereld hebben zich er op een of andere manier aan gebonden. Maar verdragen alleen zijn niet genoeg om mensenrechten te realiseren. Vrijheid van meningsuiting is weinig waard als je honger hebt of van je leven niet zeker bent. Investeren in economische ontwikkeling, goede arbeidsomstandigheden, gezondheidszorg en een duurzaam milieu is net zo belangrijk. De SDG’s zijn concrete doelen op al deze terreinen’, zei Hirsch Ballin.

Meer samenhang in buitenlands beleid
Volgens de AIV zijn mensenrechten en ontwikkelingssamenwerking in het Nederlandse buitenlandbeleid ten onrechte gescheiden beleidsterreinen. De minister van Buitenlandse Zaken zet zich vooral in voor burger- en politieke rechten terwijl de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking werkt aan het verbeteren van sociaaleconomische en milieuomstandigheden in armere landen. Door hun activiteiten scherper op elkaar af te stemmen, kunnen betere resultaten worden behaald, vindt de AIV.

Zo bieden de SDG’s volgens de Adviesraad een aangrijppunt om over mensenrechten te spreken met landen die dat eigenlijk niet willen. Met de SDG’s, met hun nadruk op sociale, economische en milieurechten, wordt immers ook een groot aantal mensenrechtendoelen behaald. Wel waarschuwt Hirsch Ballin: ‘Voor landen die minder op hebben met mensenrechten, bieden de duurzame ontwikkelingsdoelen mogelijk een alibi om daar losser mee om te gaan. In de contacten met deze landen moet Nederland daarom steeds duidelijk maken dat de SDG’s niet vrijblijvend zijn en dat de mensenrechten bakens van expliciete en handhaafbare verplichtingen blijven.’

Duurzame ontwikkelingsdoelen
De 17 SDG’s, die in 2015 unaniem door de VN-lidstaten zijn aangenomen, moeten uiterlijk in 2030 een einde maken aan armoede, honger, ongelijkheid en klimaatverslechtering. Verder zijn er doelen voor goede gezondheidszorg, onderwijs, schoon drinkwater, duurzame energie en rechtsbescherming. De lidstaten van de VN hebben erkend dat de SDG’s zijn verankerd in de internationaal erkende mensenrechten. In september 2019 komen de wereldleiders opnieuw om de voortgang van de SDG’s te bespreken.

De AIV benadrukt in zijn advies dat de SDG’s niet alleen bedoeld zijn voor ontwikkelingslanden. Ook rijke landen moeten in eigen land zorgen voor onder meer veiligheid, duurzame economische groei en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De hulp die Nederland geeft aan arme landen om de SDG’s te halen kan daarom niet worden losgezien van de inspanningen in Nederland zelf. Dit geldt ook voor de Caribische delen van het Koninkrijk.

Partnerschap met bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties
Het AIV-advies werd gepresenteerd tijdens een bijeenkomst bij werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland. De AIV onderstreept de belangrijke rol die het bedrijfsleven speelt bij zowel het behalen van de SDG’s als het waarborgen van mensenrechten. De AIV adviseert het kabinet dat Nederland een internationale voortrekkersrol op het gebied van mensenrechten en bedrijfsleven blijft spelen. Dat kan onder meer door intensieve samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid bij het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen. Ook beveelt de AIV aan dat het kabinet een nieuw Nationaal Actieplan Mensenrechten en Bedrijfsleven opstelt.

Maatschappelijke organisaties zijn eveneens een onmisbare SDG-partner. De AIV maakt zich daarom zorgen over het groeiend aantal maatregelen dat minder democratische landen zoals Hongarije en Rusland neemt om rechtsbescherming en mensenrechtenverdedigers aan banden te legen. De Nederlandse regering zou zich daartegen vaker publiekelijk moeten uitspreken, vindt de AIV.